|
Found [330] matches for []
Search for [] with Google |
Google Scholar |
Google Print
Split to 10 results per page
Show/hide extra info
| Highlight search terms
| Subscribe to this search
Click the column headings to sort.
| # |
Type |
<img src="/eindwerk/assets/img/fulltext.gif" border= "0" alt="fulltext"> |
Description |
Author |
Year |
|
| 1 |
KHK_ETD
|
|
Normoverschrijdend gedrag en agressie in de school
|
Versweyveld, Valérie
|
2008
|
| 2 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Agressie tegen de hulpverlener : Seminarie
Agressie tegen hulpverleners is een vaak voorkomend probleem in onze samenleving. Dit blijkt uit de regelmatige aanwezigheid van agressie-incidenten in de media. Omdat er geen éénduidig begrip bestaat om agressie te omschrijven, gebruiken w
...e enkele kenmerken om agressief gedrag aan te duiden. Bij agressief gedrag wordt er door het overschrijden van een norm schade, letsel of leed veroorzaakt. Dit kan volgens verschillende uitingsvormen, namelijk fysieke en psychische agressie en zelfbeschadiging en agressie gericht op objecten. Deze agressie kan verschillende oorzaken hebben. We kunnen de oorzaak bij verschillende actoren leggen. Cliëntgebonden factoren omvatten bijvoorbeeld omgevingsfactoren en karakterkenmerken van de cliënt. De competentie van de hulpverlener, zijn inlevingsvermogen en mentale staat zijn hulpverlenergebonden kenmerken. Als organisatiegebonden factoren vinden we de visie van de organisatie en de materiële mogelijkheden. Als laatste vermelden we de samenlevingsgebonden factoren. Hier vinden we onder andere de verwachtingen van de maatschappij ten opzichte van hulpverlening terug. Er zijn in België geen specifieke wetten die betrekking hebben op geweld tegen hulpverleners. De antipestwet en de welzijnswet vormen toch enige wettelijke bescherming voor hulpverleners. Het hoofddoel van de antipestwet is werkgevers en werknemers sensibiliseren voor een problematiek die niet alleen ernstige gevolgen kan hebben voor de gezondheid van alle betrokken partijen, maar ook de werking van het bedrijf in het gedrang kan brengen. De welzijnswet geeft een algemeen kader van regelgeving in verband met het welzijn, de preventie en de bescherming van werknemers. De maatregelen hebben onder andere betrekking op de arbeidsveiligheid, de arbeidshygiëne, de psychosociale belasting veroorzaakt door het werk,... Ook wordt er in de wet aandacht besteed aan preventie. Omgaan met agressie vindt zowel op preventief en curatief niveau als op niveau van interventie plaats. Deze verschillende niveaus bieden plaats voor bijvoorbeeld supervisie, intervisie en collegiale ondersteuning op het gebied van interventie, conficthantering op het preventieve gebied en bijscholing en therapie op curatief gebied. Overlapping van verschillende gebieden is hier mogelijk. Als we de Belgische situatie vergelijken met die van bijvoorbeeld Groot-Brittannië, zien we dat we nog werk voor de boeg hebben. In Groot-Brittannië is er immers al een task force opgericht die verschillende voorstellen naar de regering heeft geformuleerd en verschillende werkinstrumenten zoals een employee checklist en een self-audit tool heeft ontwikkeld. Tot slot zien we overal dat agressie-incidenten weinig worden geregistreerd, waardoor het zoeken naar het waarom en naar de frequentie vaak moeizaam verloopt. Een formulier tot registratie zou hier bij kunnen helpen. Ook is een stappenplan voor het handelen tijdens een agressie-incident waardevol. Vooreerst moet en hulpverlener zich bewust worden van een mogelijk incident. Vervolgens moet hij de cliënt benaderen met een open, rustige houding, grenzen stellen en rust creëren. Daarna moet hij samen met de cliënt zoeken naar oplossingen, waarna hij naar deze oplossingen moet handelen. Vervolgens kan een evaluatiegesprek met vervolgafspraken met de cliënt duidelijkheid scheppen. Het incident zou ten slotte ook geregistreerd moeten worden. ReferencesGeschreven bronnen CUYVERS, G., Gedrag als menselijke ervaring. Inleiding tot de psychologie. Wolters Plantyn, 2003. De bescherming tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, Juridische toelichting bij de wet van 11 juni 2002. Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, p. 83, 2005. DECAESTECKER, B., Geweld op hulpverleners dubbel zo zwaar bestraft. Het Nieuwsblad. 29 augustus 2006. GIELEN, G., LSCI: praten met kinderen en jongeren in crisis. Sociaal. Welzijnsmagazine, jrg. 27, nr. 2, 2006. JANS, L. en STAES, H., Agressie in de hulpverlening. Een zachte aanpak. Maarssen, Elsevier/De Tijdstroom, 1998. J., F., OCMW Kortrijk wil camera?s tegen agressieve klanten. De Standaard, 12 februari 2005. PAUWELS, H., OCMW Gent beschermt personeel tegen agressieve klanten. De Standaard, 28 januari 2004. PAX, C., Wanneer liefde toeslaat. Over geweld en onrecht in gezinnen. Pax Christi, Leuven: Davidsfonds, 1996. PEETERS, A., Eerste hulp bij geweld. Handboek voor leerkrachten en begeleiders bij het leren omgaan met geweld bij kinderen en jongeren. Pax Christi, Leuven: Davidsfonds, 1999. ROELKENS, C., e.a., Agressieprotocol. OCMW Gent. (interne nota) Schooldirectie maand werkonbekwaam na vechtpartij. Gazet van Antwerpen, 29 november 2006. SCHUUR, G., Omgaan met agressie. Houten, Bohn Stafleu Van Loghum, 2001. VANBROECKHOVEN, M., e.a., Integrerend werken. Geel, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement Sociaal Werk, 2007. (cursus) VANDERSMISSEN, C., Agressie in de hulpverlening. Geel, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement Sociaal Werk, 2003. (cursus) VAN TILBURG, E., Agressie. Praktijkboek voor hulpverleners, begeleiders en leerkrachten. Antwerpen, Garant, 2003. WESTERVELD, T., Omgaan met agressie kun je leren. Den Haag, Academic Service, 2004. Agressie tegen de hulpverlener WET van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, Belgisch Staatsblad, 18 september 1996. Zware agressie zindert na in school. Het Nieuwsblad, 1 december 2006. Elektronische bronnen Actieprogramma ?geweld tegen werknemers met een publieke taak?. Internet, 16 november 2006. (http://www.minbzk.nl/aspx/get.aspx?xdl=/views/bzk/xdl/page&SitIdt=10&VarIdt=1&ItmId t=99696) Agressie in de verschillende vormen. Internet, 2005. (http://www.veiligengezondwerken.nl/renderer.do/clearState/true/menuId/1117/returnPage/1 Agressie en geweld op het werk. Internet, 23 oktober 2002. (http://www.pi.be/piw/piw01.nsf/52b2da8b666e069080256aaa002ab228/0f93d9e1b2a32b71c1 256cbe00511379/$FILE/NON02238.pdf) Agressie. Internet, 18 oktober 2006. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Agressie) BATTY, D., £2m to fight violence against social workers. Internet, 2001 (http://society.guardian.co.uk/socialcare/news/0,,426891,00.html) DELCOUR, L., PARDOEN, T., Koppen, TV één, 5 december 2006. (tv-programma) Definitie van het begrip ?geweld?. Internet, 13 september 2002. (http://www.polskaya.be/?p=306) Een gevoelige tik?! Iedereen heeft met agressie te maken. Internet, oktober 2006. (http://www.arduin.nl/Informatie/EenGevoeligeTik.htm) HOFFMANS, J., Lastig gedrag. Voor een veiligere werkplek. Internet, 2005. (http://www.lastiggedrag.nl/risicofactoren%20medewerker.htm) National task force on violence: the department of health. Internet, 2000 (http://www.dh.gov.uk/PolicyAndGuidance/HumanResourcesAndTraining/NationalTaskforce OnViolence/fs/en) OSSAER, K.., (katrijn.ossaer@vspf.org), informatie. E-mail aan AERTS, N., (nadineaerts@hotmail.com), 22 november 2006. STICHTING VREDESEDUCATIE., Geweld en agressie: waar praten we over? Internet. (http://www.vredeseducatie.nl/zinloos/agressie.htm) Systematische en degelijke begeleiding broodnodig. Internet, 15 oktober 2006. (http://www.icoba.be) Agressie tegen de hulpverlener 58 WEST, H., coaching en supervisie. Internet, 2000. (http://utopia.knoware.nl/users/hanswest/DRU/mci/helpdisk/supervis.htm#wat) Mondelinge bronnen GOOR, P., VANDEPERRE, G., Mondelinge mededeling. Eerste stuurgroepbijeenkomst, 16 oktober 2006. GOOR, P., VANDEPERRE, G., Mondelinge mededeling. Tweede stuurgroepbijeenkomst, 11 december 2006. Agressie tegen de hulpverlener
|
Vander Mierde, Maaike Somers, Arne Boonen, Els Van Beurden, Liesbeth Maes, Inne Aerts, Nadine
|
2007
|
| 3 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Agressie tegen de hulpverlener : Individuele bijdragen
Agressie tegen hulpverleners is een vaak voorkomend probleem in onze samenleving. Dit blijkt uit de regelmatige aanwezigheid van agressie-incidenten in de media. Omdat er geen éénduidig begrip bestaat om agressie te omschrijven, gebruiken w
...e enkele kenmerken om agressief gedrag aan te duiden. Bij agressief gedrag wordt er door het overschrijden van een norm schade, letsel of leed veroorzaakt. Dit kan volgens verschillende uitingsvormen, namelijk fysieke en psychische agressie en zelfbeschadiging en agressie gericht op objecten. Deze agressie kan verschillende oorzaken hebben. We kunnen de oorzaak bij verschillende actoren leggen. Cliëntgebonden factoren omvatten bijvoorbeeld omgevingsfactoren en karakterkenmerken van de cliënt. De competentie van de hulpverlener, zijn inlevingsvermogen en mentale staat zijn hulpverlenergebonden kenmerken. Als organisatiegebonden factoren vinden we de visie van de organisatie en de materiële mogelijkheden. Als laatste vermelden we de samenlevingsgebonden factoren. Hier vinden we onder andere de verwachtingen van de maatschappij ten opzichte van hulpverlening terug. Er zijn in België geen specifieke wetten die betrekking hebben op geweld tegen hulpverleners. De antipestwet en de welzijnswet vormen toch enige wettelijke bescherming voor hulpverleners. Het hoofddoel van de antipestwet is werkgevers en werknemers sensibiliseren voor een problematiek die niet alleen ernstige gevolgen kan hebben voor de gezondheid van alle betrokken partijen, maar ook de werking van het bedrijf in het gedrang kan brengen. De welzijnswet geeft een algemeen kader van regelgeving in verband met het welzijn, de preventie en de bescherming van werknemers. De maatregelen hebben onder andere betrekking op de arbeidsveiligheid, de arbeidshygiëne, de psychosociale belasting veroorzaakt door het werk,... Ook wordt er in de wet aandacht besteed aan preventie. Omgaan met agressie vindt zowel op preventief en curatief niveau als op niveau van interventie plaats. Deze verschillende niveaus bieden plaats voor bijvoorbeeld supervisie, intervisie en collegiale ondersteuning op het gebied van interventie, conficthantering op het preventieve gebied en bijscholing en therapie op curatief gebied. Overlapping van verschillende gebieden is hier mogelijk. Als we de Belgische situatie vergelijken met die van bijvoorbeeld Groot-Brittannië, zien we dat we nog werk voor de boeg hebben. In Groot-Brittannië is er immers al een task force opgericht die verschillende voorstellen naar de regering heeft geformuleerd en verschillende werkinstrumenten zoals een employee checklist en een self-audit tool heeft ontwikkeld. Tot slot zien we overal dat agressie-incidenten weinig worden geregistreerd, waardoor het zoeken naar het waarom en naar de frequentie vaak moeizaam verloopt. Een formulier tot registratie zou hier bij kunnen helpen. Ook is een stappenplan voor het handelen tijdens een agressie-incident waardevol. Vooreerst moet en hulpverlener zich bewust worden van een mogelijk incident. Vervolgens moet hij de cliënt benaderen met een open, rustige houding, grenzen stellen en rust creëren. Daarna moet hij samen met de cliënt zoeken naar oplossingen, waarna hij naar deze oplossingen moet handelen. Vervolgens kan een evaluatiegesprek met vervolgafspraken met de cliënt duidelijkheid scheppen. Het incident zou ten slotte ook geregistreerd moeten worden. ReferencesGeschreven bronnen AERTS, N., e.a., Agressie tegen de hulpverlener. Seminarie. Geel, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement Sociaal Werk, schooljaar 2006-2007. (seminarie) BROECKMANS, C., Ontwikkelingspsychologie: Persoonsmodule. Geel, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement Sociaal Werk, schooljaar 2005-2006. (cursus) DE BOCK, S., Dealende leerling steekt directeur neer. De standaard. 23 januari 2007. IVB., Vier steekpartijen in Nederlandse scholen op 3 dagen tijd. De standaard. 22 maart 2007. SCHROOTEN, H., STORMS, B., Onderzoeksmethoden deel 1: Onderzoeksopzet en- uitvoering. Geel, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement Sociaal Werk, schooljaar 2005-2006. (cursus) VANDERSMISSEN, C., Major MW Begeleidingswerk Deel 1. Katholieke Hogeschool Kempen, Geel, departement sociaal werk, schooljaar 2006-2007. (cursus) VAN DER SYPE, K. en VAN ROOSBROECK, M., Geweld op scholen. Hoe het toenemende geweld veilig onderwijs bedreigt. Unieboek BV, Houten/ Antwerpen, 2006. Elektronische bronnen Agressie en geweld op het werk. Internet, 23 oktober 2002. (http://www.pi.be/piw/piw01.nsf/52b2da8b666e069080256aaa002ab228/0f93d9e1b2a32b71c1256c be00511379/$FILE/NON02238.pdf) Leerling schiet op leraar in Den Haag. De standaard. 14 januari 2004. (http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=GOJ38DSB&word=Leerling+schiet+op+l eraar+) VANDEBOSCH, H., e.a., Cyberpesten bij jongeren in Vlaanderen. Brussel, studie in opdracht van het viWTA, 2006. (http://www.viwta.be/files/Eindrapport_cyberpesten_(nw).pdf) WIKIPEDIA, De vrije encyclopedie. Jackass. Verenigde Staten, Wikimedia Foundation, 2007. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Jackass) Mondelinge bronnen KEMPEN, G., Mondelinge mededeling. Coach gesprekken. ROZENBERG S.O., Stageperiode. 5 februari 2007 tot en met 1 juni 2007. Agressie tegen de hulpverlener 74
|
Vander Mierde, Maaike Somers, Arne Van Beurden, Liesbeth Maes, Inne Aerts, Nadine
|
2007
|
| 4 |
KHK_ETD
|
|
Agressie op spoedgevallen, een leidraad
|
Engels, Johan
|
2009
|
| 5 |
KHK_ETD
|
|
Voorbehandelingen om agressie bij varkens te beperken tijdens het mengen
|
Verbruggen, Ellen
|
2008
|
| 6 |
KHK_ETD
|
|
Wat als ik even mezelf niet meer ben? : Verpleegkundige benadering van conflicten, agressie en afzondering
|
Baeten, Sam
|
2009
|
| 7 |
KHK_ETD
|
|
Verpleegkundige interventies bij agressie
|
Exelmans, Kelly
|
2009
|
| 8 |
KHK_ETD
|
Text
|
Agressie tegen hulpverleners : Individuele bijdrage
Agressie tegen hulpverleners is een vaak voorkomend probleem in onze samenleving. Dit blijkt uit de regelmatige aanwezigheid van agressie-incidenten in de media. Omdat er geen éénduidig begrip bestaat om agressie te omschrijven, gebruiken w
...e enkele kenmerken om agressief gedrag aan te duiden. Bij agressief gedrag wordt er door het overschrijden van een norm schade, letsel of leed veroorzaakt. Dit kan volgens verschillende uitingsvormen, namelijk fysieke en psychische agressie en zelfbeschadiging en agressie gericht op objecten. Deze agressie kan verschillende oorzaken hebben. We kunnen de oorzaak bij verschillende actoren leggen. Cliëntgebonden factoren omvatten bijvoorbeeld omgevingsfactoren en karakterkenmerken van de cliënt. De competentie van de hulpverlener, zijn inlevingsvermogen en mentale staat zijn hulpverlenergebonden kenmerken. Als organisatiegebonden factoren vinden we de visie van de organisatie en de materiële mogelijkheden. Als laatste vermelden we de samenlevingsgebonden factoren. Hier vinden we onder andere de verwachtingen van de maatschappij ten opzichte van hulpverlening terug. Er zijn in België geen specifieke wetten die betrekking hebben op geweld tegen hulpverleners. De antipestwet en de welzijnswet vormen toch enige wettelijke bescherming voor hulpverleners. Het hoofddoel van de antipestwet is werkgevers en werknemers sensibiliseren voor een problematiek die niet alleen ernstige gevolgen kan hebben voor de gezondheid van alle betrokken partijen, maar ook de werking van het bedrijf in het gedrang kan brengen. De welzijnswet geeft een algemeen kader van regelgeving in verband met het welzijn, de preventie en de bescherming van werknemers. De maatregelen hebben onder andere betrekking op de arbeidsveiligheid, de arbeidshygiëne, de psychosociale belasting veroorzaakt door het werk,... Ook wordt er in de wet aandacht besteed aan preventie. Omgaan met agressie vindt zowel op preventief en curatief niveau als op niveau van interventie plaats. Deze verschillende niveaus bieden plaats voor bijvoorbeeld supervisie, intervisie en collegiale ondersteuning op het gebied van interventie, conficthantering op het preventieve gebied en bijscholing en therapie op curatief gebied. Overlapping van verschillende gebieden is hier mogelijk. Als we de Belgische situatie vergelijken met die van bijvoorbeeld Groot-Brittannië, zien we dat we nog werk voor de boeg hebben. In Groot-Brittannië is er immers al een task force opgericht die verschillende voorstellen naar de regering heeft geformuleerd en verschillende werkinstrumenten zoals een employee checklist en een self-audit tool heeft ontwikkeld. Tot slot zien we overal dat agressie-incidenten weinig worden geregistreerd, waardoor het zoeken naar het waarom en naar de frequentie vaak moeizaam verloopt. Een formulier tot registratie zou hier bij kunnen helpen. Ook is een stappenplan voor het handelen tijdens een agressie-incident waardevol. Vooreerst moet en hulpverlener zich bewust worden van een mogelijk incident. Vervolgens moet hij de cliënt benaderen met een open, rustige houding, grenzen stellen en rust creëren. Daarna moet hij samen met de cliënt zoeken naar oplossingen, waarna hij naar deze oplossingen moet handelen. Vervolgens kan een evaluatiegesprek met vervolgafspraken met de cliënt duidelijkheid scheppen. Het incident zou ten slotte ook geregistreerd moeten worden.
|
Boonen, Els
|
2008
|
| 9 |
KHK_ETD
|
|
Voorkomen van agressie bij honden
Agressie bij honden is een belangrijk probleem in onze hedendaagse maatschappij. Vermits hond en mens nauw met elkaar samenleven, kunnen er nogal eens problemen optreden. De laatste jaren kwamen gevaarlijke honden en hondenbeten nogal vaa
...k voor in de media. De vraag luidt: Hoe moeten we omgaan met agressieve honden en hoe kunnen we dergelijke problemen in de toekomst voorkomen?
Om dit te weten te komen heb ik een literatuurstudie verricht. Om vervolgens tot een beter inzicht te komen over wat de gemiddelde persoon denkt over agressie bij honden heb ik enquêtes uitgedeeld onder verschillende hondeneigenaars.
Wanneer men beslist om een hond toe te laten in het gezin, moet men goed weten hoe dit dier leeft en denkt. Men moet zijn uitdrukkingen en lichaamstaal begrijpen, daaraan kan men zien hoe de hond zich voelt en hoe hij zal reageren. Vaak loopt het hier reeds fout en ontstaan er gedragsproblemen ten gevolge van het verkeerd begrijpen van elkaar.
De oorzaken van agressie zijn vrij uiteenlopend, maar velen kunnen voorkomen worden door een verstandige omgang met de hond.
Preventie van agressie begint alvorens de hond ter wereld komt. De fokker draagt de verantwoordelijkheid om niet enkel te selecteren op basis van bepaalde uiterlijke kenmerken, maar ook op basis van karaktereigenschappen. Verder kan men met een goed gesocialiseerde puppy tal van problemen voorkomen.
References Boeken Gaus, M. (2003a). Uw hond gehoorzaam in 10 lessen. (18de dr.). Baarn: Tirion Uitgevers BV. Gaus, M. (2003b). Nog beter omgaan met je hond. (5de dr.). Baarn: Tirion Uitgevers Sannen, E. (2002). Uw hond opvoeden zonder training. (4de dr.). Warffum: Welzo Media Productions. Cursussen De Meester, R. (2004). De agressieve patiënt, hoe een geval van agressie aanpakken in de praktijk? Cursus van de Limburgse dierenartsenvereniging Hasselt. Vanherle, M., Leenen, H., Lenaerts, G., Roels, G. (1997). K.K.U.S.H. Cursus voor instructeurs gehoorzaamheidsprogramma. Brochures Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu. (2006). Een hond? ja! die bijt? neen! Informatiebrochure. Internet Boone, A., Decock, I., De Keuster, T., De meester, R., De Prins, M., Desmet, B., Geerts, G., Halsberghe, C., Lafort, C., Leysen, E., Orban, F., Proesmans, B., Vangheluwe, L., Westhovens, M. Agressie bij honden. Gevonden op 25 november 2005 op het internet: http://www.vdwe.info Coopman, F. (2005). Gedrag: genetisch component? Gevonden op 7 februari 2006 op het internet: http://www.el-minjas.com/hondengedrag.html De vrolijke viervoeters. (2006). Kynologische en medische termen en uitdrukkingen. Gevonden op 12 april 2006 op het internet: http://www.devrolijkeviervoeters.org Dierenbescherming. (2006). Probleemgedrag. Gevonden op 5 april 2006 op het internet: http://www.dierenasiel.hoekschewaard.nl/alhondprobleemgedrag.htm Hondengedrag. (2005). Hond-hond agressie. Gevonden op 4 april 2006 op het internet: http://hondengedrag.be Hondentips. Hondentaal, gedrag en houdingen. Gevonden op 9 februari 2006 op het internet: http://www.hondentips.be HOS Hondenschool en adviescentrum. Agressie bij honden. Gevonden op 1 februari 2006 op het internet: http://www.dogweb.nl/gedrag/agressie.html HOS Hondenschool en adviescentrum. Het kopen van een hond: advies en informatie. Gevonden op 27 november 2005 op het internet: http://www.dogweb.nl/gedrag/inhoud.html Invisible Fence. Invisible Fencing Systeem. Gevonden op 3 maart 2006 op het internet: http://www.invisiblefence.nl/IFnlhoewerkt.htm Penta, A. (2005). Hoe ga ik om met de agressie van mijn hond. Gevonden op 1 februari 2006 op het internet: http://www.dogmountain.be/info Planta, D. Gedrag van honden. Gevonden op 4 april 2006 op het internet: http://www.mysticalshadows.nl Puck en co. (2006). Problemen met agressie. Gevonden op 4 april 2006 op het internet: http://www.puckenco.com Wikipedia. (2006). Inteelt. Gevonden op 5 april 2006 op het internet: http://nl.wikipedia.org/wiki/Inteelt World Explorer. (2006). Lichaamstaal van de hond. Gevonden op 17 maart 2006 op het internet: http://www.worldexplorer.be/lichaamstaal_hond.htm
|
Kerselaers, Sara
|
2006
|
| 10 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Werken rond agressie : Onderzoek naar een geschikte werkvorm bij maatschappelijk kwetsbare jongeren
De jeugd van tegenwoordig, probleemjongeren, jonge criminelen,... Deze begrippen zijn een fenomeen van deze tijd. Als je als tiener binnen onze maatschappij een fout maakt dan krijg je al snel een negatief etiket opgeplakt en deze stempel
... draag je vaak heel lang mee. Ook ik had vooroordelen ten opzichte van deze jongeren. Tijdens mijn stage merkte ik dat het gaat om jongeren die vaak met minder kansen in het leven staan en fouten maken. Maar ook zij verdienen een tweede kans! Er zijn nog veel vragen naar de juiste begeleiding van deze jongeren. Er werken reeds verschillende disciplines samen in de gemeenschapsinstelling en na mijn stage denk ik dat je ook als ergotherapeut iets kan betekenen voor deze jongeren. Dit heb ik tijdens mijn stage onderzocht. Ik heb dit gedaan door gedurende tien weken rond één thema 'agressie' te werken. Hierbij heb ik elke week een andere werkvorm gehanteerd, om zo te weten te komen welke werkvormen wel en welke niet geschikt zijn bij deze doelgroep.
Groeps- of individuele activiteiten Omdat ik mijn stage binnen het onderwijs heb gedaan, heb ik enkel gebruik kunnen maken van groepsactiviteiten omdat dit de meest gebruikte werkvorm is. Ik denk dat het in deze omstandigheden bij deze doelgroep ook een goede manier van werken is, rond een thema zoals agressie. Er zijn namelijk heel wat voordelen verbonden aan het werken in groepen. Een eerste belangrijk voordeel is dat door het uitvoeren van activiteiten in groep, de sociale en communicatieve vaardigheden van de jongeren worden geoefend. Vaak zijn deze vaardigheden bij deze doelgroep minder goed ontwikkeld. Het gebrek aan deze vaardigheden leidt dan ook vaak tot andere problemen in het leven van deze jongeren. Door samen activiteiten uit te voeren krijgen de jongeren een gevoel van samenhorigheid. Dit kan ervoor zorgen dat de jongeren elkaar steunen en stimuleren. Doordat één van de jongens een verhaal vertelde rond agressie, werden de anderen gestimuleerd om ook hun verhalen te vertellen. Ze gingen ook goed in op wat de anderen zeiden. Er is ook het voordeel dat in groep de verantwoordelijkheid gedeeld kan worden. Dit kwam ook naar boven tijdens de gesprekken rond agressie. Wanneer iemand het niet eens was met een jongen, dan verdedigde deze zich door ook naar de andere jongeren te verwijzen. Dit brengt dan ook weer meteen een nadeel met zich mee. De rustige, stille jongeren hebben bij groepsactiviteiten de mogelijkheid om de verantwoordelijkheid uit handen te geven en zo verdwijnen ze vaak nog meer naar de achtergrond. Ik heb tijdens mijn activiteiten gemerkt dat er ook één groot nadeel verbonden is aan het werken met deze jongeren in groep. Deze jongens hebben voortdurend het gevoel dat ze hun 'imago' hoog moeten houden. Zeker tijdens de activiteiten rond agressie werd er heel wat opgeschept. Dit deden ze vooral om 'stoer te doen'. Hierdoor zullen ze zich tijdens groepsactiviteiten nooit volledig bloot geven. Daarom stel ik vast dat het gebruik van individuele activiteiten niet zou mogen ontbreken. Tijdens deze individuele activiteiten zou je dan dieper kunnen ingaan op de individuele agressie van deze jongere.
Korte activiteiten Ik heb vaak activiteiten gedaan die bestonden uit korte deelactiviteiten. Hierbij kregen de jongens telkens pas de opdracht wanneer ze met de vorige opdracht klaar waren. Elke opdracht nam hierbij maximum tien minuten in beslag. Dit is een werkvorm die volgens mij het meest aangewezen is bij deze doelgroep, omdat veel van deze jongens concentratieproblemen hebben. Door korte, duidelijke opdrachten te geven, blijven de jongens beter geconcentreerd op die bepaalde opdracht. Ook zeker voor een thema zoals agressie zijn korte opdrachten het meest geschikt, zo voorkom je dat er hevige discussies ontstaan. Je moet dan als begeleider wel de situatie in de gaten houden, zodat je een deelactiviteit op tijd en grondig kan afronden. Activiteiten waarbij de begeleider aan het begin van de activiteit al de verschillende opdrachten geeft en zich dan op de achtergrond gaat houden, zijn niet zo geschikt. De jongens zijn dan snel afgeleid. Wanneer de begeleider geen sturing geeft, kan de situatie snel uit de hand lopen. Tijdens één van mijn activiteiten moesten de jongens een lange vragenlijst invullen over agressie. Dit was een activiteit waarbij de jongens gedurende lange tijd individueel moesten werken. Aan de houding van de jongens (zuchten en blazen) heb ik gemerkt dat dit geen goede werkvorm is. Verder zag ik dat hun concentratie hierbij al snel zoek was. Een vragenlijst kan voor de hulpverlener wel een handig hulpmiddel zijn om iets over de jongens te weten te komen. Je kan dit beter tijdens een individuele sessie te doen zodat je de jongen hier eventueel bij kan begeleiden. Op deze manier zal hij minder snel afgeleid zijn. Het is natuurlijk ook nodig dat de jongeren leren om zelfstandig te werken, maar dit soort activiteiten moeten stilaan opgebouwd worden.
Structuur en afwisseling Structuur is tijdens het werken met deze jongeren een erg belangrijk aandachtspunt. Structuur bieden wil niet zeggen dat je altijd dezelfde opdrachten geeft. Elke dag, altijd opnieuw, werkblaadjes invullen, wordt saai en voorspelbaar. Omdat 'saai en voorspelbaar' leidt tot concentratieverlies en verlies aan motivatie en inzet, is het brengen van afwisseling in je activiteiten van belang. Ik heb elke week een andere werkvorm gebruikt. Creatieve activiteiten, activiteiten met woorden, activiteiten met beelden,... Ook binnen 1 activiteit kan je afwisseling brengen door verschillende korte activiteiten aan te bieden.
Confronterende activiteiten Doorheen hun leven hebben deze jongeren geleerd om zichzelf en hun ideeën te verdedigen. Hoewel ik vind dat je altijd voor jezelf en je mening moet opkomen, blijft de manier waarop je dit doet belangrijk. Dit is vaak hetgeen dat bij de jongens problemen veroorzaakt. Een gevecht is in hun ogen vaak de enige manier om een ruzie op te lossen. Als je bij deze doelgroep wil komen tot gedragsverandering, dan kan je de jongens best zelf laten ervaren dat dit nodig is. Indien ze zelf het nut van de verandering niet inzien, waarom zouden ze dit dan doen! Hierbij kan het werken in groep voordelen en nadelen hebben. Een voordeel kan zijn dat verschillende jongeren een verschillende mening hebben en dat ze zo de anderen kunnen overtuigen van de verandering. Een nadeel kan zijn dat de groep zich tegen de begeleider keert. Daarom is het belangrijk dat de begeleider erop let dat hij zijn mening niet opdringt aan de jongeren. Ik heb vaak zelfinzichtelijke activiteiten gedaan, waarbij het de bedoeling was dat de jongens nadenken over hun eigen 'agressieve' gedrag. Deze activiteiten leidden soms tot discussies tussen de jongens onderling. Hier kan je dan uit concluderen dat er inderdaad verschillende meningen zijn. Mijn doel was hierbij om een denkproces rond het eigen gedrag op gang te brengen.
Doen Volgens Kolb (1984) bestaan er vier leerstijlen. Als eerste heb je mensen die leren door te doen en door te ervaren, dit noemt Kolb de doeners. Daarnaast heb je de bezinners/dromers, deze mensen leren door waar te nemen en door te overdenken. Als derde zijn er de denkers, deze leren door te analyseren en na te denken. Als laatste zijn er nog de mensen die leren door actief te experimenteren en dit noemen we de beslissers. Door te observeren is het mij opgevallen dat het hier niet gaat om jongens die een hele dag braaf op hun stoel kunnen zitten en notities kunnen nemen. Dus we hebben hier niet te maken met denkers. (Er zijn natuurlijk altijd wel uitzonderingen.)Ik denk dat de meeste jongens hier doeners of beslissers zijn. Als leerkracht is het belangrijk dat je je lessen hieraan aanpast. De hele dag theorieën uitleggen heeft geen zin, want hier onthouden ze waarschijnlijk niets van. Deze theorieën uittesten zal bij deze doelgroep vaak effectiever zijn. Als ergotherapeut ben je hier dan natuurlijk op je plaats, aangezien het tijdens ergotherapie draait rond het DOEN. Ik heb meestal wel activiteiten gedaan waarbij de jongeren zelf op zoek gingen naar de oplossing, maar ik heb denk ik nog te weinig gebruik gemaakt van echte DOEactiviteiten.
Besluit Mijn doelstelling tijdens deze 10 weken was, om bij maatschappelijk kwetsbare jongeren een denkproces op gang te brengen rond hun eigen 'agressieve' gedrag, door op verschillende manieren rond agressie te werken. Tijdens de activiteiten werd er door de jongens zelf veel verteld en veel nagedacht. Ik zou dus kunnen besluiten dat mijn doel bereikt is. Maar zo ervaar ik het zelf niet. Er is bij de jongens geen proces op gang gebracht waardoor ze nu nog steeds bewust nadenken over hun gedrag. Ik kan ook niet besluiten dat er 1 bepaalde werkvorm is die wel geschikt is en de andere werkvormen niet. Tijdens het werken rond agressie, heb ik ondervonden dat er heel wat verschillende activiteiten zijn die geschikt kunnen zijn voor deze doelgroep. Je kan natuurlijk niet zomaar 'iets' doen. Het is wel van belang dat de activiteiten op de juiste manier worden aangeboden. Bij activiteiten voor maatschappelijk kwetsbare jongeren dient er rekening gehouden te worden met enkele belangrijke aandachtspunten: -Zorg voor structuur tijdens het werken met deze jongeren, maar breng wel afwisseling in je activiteiten -Gebruik hoofdzakelijk doeactiviteiten waarbij de jongens moeten leren door zelf te doen en te experimenteren -Geef korte en duidelijke opdrachten -Hou toezicht Bovenstaande aandachtspunten gelden niet alleen voor het werken rond agressie. Ze kunnen dienen voor alle activiteiten die met maatschappelijk kwetsbare jongeren worden gedaan. De manier waarop jij als ergotherapeut met de jongens omgaat is ook erg bepalend voor je therapieën. ReferencesGeschreven bronnen - Durrant, M. (2001) Creatieve oplossingen bij gedragsproblemen op school. Leuven-Kessel-Lo: Garant. - Van Tilburg, E. (2003) Agressie: praktijkboek voor hulpverleners, begeleiders en leerkrachten. Antwerpen-Apeldoorn: Garant. - Vervoort, M., van Doremalen, H. (2005) Effectief omgaan met agressie en zinloos geweld: Calamiteiten en de verwerking ervan. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg. - Schuur, G. (1987) Omgaan met agressie: Geweldloosheid als antwoord op een psychiatrisch probleem. Brussel: Samsom Stafleu Alphen aan den Rijn. - Nijmanting, M. (2007) Handboek kindercounseling. Amsterdam: SWP. - Portman, R. (1998) Speels omgaan met agressie: 134 spelletjes en oefeningen om op een creatieve manier conflicten op te lossen. Katwijk: Panta Rhei. - Miller, W.,Rollnick, S. (2005) Motiverende gespreksvoering. Ekklesia. - Cuyvers, G. (2005) Gedrag als menselijke ervaring: inleiding tot de psychologie. Wolters Plantyn. - Schoofs, L. et al (2006-2007). Cursus communicatie 2 ERGO : Omgaan met agressie van cliënten. - Schoofs, L. (2006-2007). Cursus psychiatrie 2 ERGO: Alcohol en drugsstoornissen: 2.3. ergotherapeutische behandeling. P. 29/42 Elektronische bronnen - Wollstein, J.B. (april/mei 1985). De Vrijbrief: oorzaken van agressie (I) Gevonden op 1 november 2007 op het internet: http://www.libertarian.nl/vrijbrief/archives/001384.php - Deckers, T. (2006) Agentschap jongerenwelzijn: gemeenschapsinstellingen. De Kempen. Gevonden op 25 oktober 2007 op het internet: http://www.wvc.vlaanderen.be/jongerenwelzijn/gemeenschapsinstellingen/ dekempen.htm - Vzw Ondersteuningsstructuur Bijzondere Jeugdzorg. Werking bijzonder jeugdzorg. Gevonden op 5 november 2007 op het internet: www.osbj.be/osbj/files/File/osbj/Communicatie/D061005perswerking%20B JZ.pdf - Peeters, J. (1998). Gedraag je of ... Antisociaal gedrag: een overzicht en enkele voorstellen. Gevonden op 13 november 2007 op het internet: http://www.caleidoscoop.be/inhouden/inhouden10/art10_5_04.html - Universiteit Gent. Psychologie en pedagogische wetenschappen. Hoofdstuk 11: agressie. Gevonden op 6 januari 2007 op het internet: http://users.ugent.be/~ivanmerv/socpsy/transparanten/h11_kleur.pdf - Van Oel, G. Thomas & Kilmann test. Gevonden op 26 januari 2008 op het internet: http://www.testjegedrag.nl/tjg/conflict/index.html - (2002) Responses to frustration. Gevonden op 14 december op het internet: http://hcil.cs.umd.edu/trs/2002-19/2002-19.html - kind en gezin. Opvoeding. Gevonden op 26 januari 2008 op het internet: http://www.kindengezin.be/KG/Themas/Opvoeding/default.jsp - Salilus. (2008) leerstijlen-de leercyclus van Kolb. Gevonden op 16 februari 2008 op het internet: http://mens-en-samenleving.infonu.nl/onderwijs/4982-leerstijlen-de- leercyclus-van-kolb.html
|
Mariën, Nathalie
|
2008
|
| 11 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Met een gesocialiseerde pup op consult : Zonder angst naar de dierenarts
Om een pup te socialiseren met een dierenarts, is het van belang om eerst inzicht te krijgen in de gedragsleer van de hond. Ik heb mij verdiept in de ontwikkelingsfasen, de leerprincipes en de communicatie van de hond. Door deze literatuurs
...tudie, heb ik mijn eigen onderzoek kunnen opbouwen.
In het specifiek deel heb ik mij de vraag gesteld waarom een pup op consultatie komt en in welke ontwikkelingsfasen dit is. Door hiermee rekening te houden, kunnen we de pup optimaal begeleiden. Bij deze begeleiding zijn drie personen van belang: de eigenaar, de dierenarts en de assistente. Zij kunnen zorgen dat de pup een positieve ervaring overhoudt aan zijn bezoek.
Verder heb ik mij ook afgevraagd hoe je met een pup moet omgaan die reeds bang of agressief is. De pup een alternatief gedrag aanbieden, kan een uitkomst bieden. Verder moet de dierenarts via lichaamshoudingen, gebruik maken van de communicatie tussen honden onderling, om zo een conflict te vermijden.
Als laatste heb ik een antwoord proberen te formuleren waarom het van groot belang is om al deze moeite te doen. Een goede begeleiding van de pup zijn opvoeding is een vorm van klantenservice. De dierenartsassistente kan hierbij een meerwaarde aan de kliniek geven.
References Boeken Dierenambulance Amsterdam (2006). Cursus EHBO Doedee, (2005). Cursus Barneveld ethologie. Fennel, (2002). De vrouw die naar honden luisterd. Tirion Foggle, (1997). Leer uw hond gehoorzamen. Van Reemst Uitgeverij B.V. Gaus, (2003). Nog beter omgaan met je hond. Tirion natuur Jochems, (2006). Cursus hondentrimster: ethologie VDWE, (2004). Een goede start. Uitgegeven door VDWE, intervet en eukanuba. Elektronische publicaties De Boer. Ontstaan van probleemgedrag Gevonden op 16 maart 2006 op het internet: http://www.dapschagen.nl De Bolster. Opvoeding Gevonden op 25 november 2005 op het internet: www.debolster.be/html/opvoeding/htm Dierenkliniek VvD. Het hoe en waarom van vaccinatie bij uw huisdier Gevonden op 8 maart 2006 op het internet: www.vvd-dierenkliniek.be Doorneveld. De MAG-test (maatschappelijk aanvaardbaar gedrag) Gevonden op 30 april 2006 op het internet: http://www.astch.nl/ASTCH_bestanden/magtest.html Hurkmans. Positieve versterking , Straf een nuttig middel met veel valkuilen Gevonden op 17 februari 2006 op het internet: http://www.kc-delft.nl/artikels.html Met een gesocialiseerde pup op consult _______________________________________________________________________________ ?t HOS (hondenschool en adviescentrum). De socialisatiefases bij pups; Angst bij honden, oorzaken, trainingtips; Agressie bij honden, oorzaken, achtergrond, soorten agressie Gevonden op 6 januari 2006 op het internet: http://www.dogweb.nl/gedrag/html VDWE (vlaamse diergeneeskundige werkgroep ethologie). Agressie Gevonden op 25 november op het internet: http://www.vdweinfo.be
|
Van Dyck, Cindy
|
2006
|
| 12 |
KHK_ETD
|
PDF
|
'Schrijfdansen' in Curaçao : De methode 'Schrijfdans' aanpassen voor kinderen met faalangst, agressie en autisme
Mijn eindwerk handelt over de schrijfmethode 'Schrijfdans'. In eerste instantie was het mijn bedoeling om de methode te introduceren in de 'Schroederschool' op de Nederlandse Antillen, Curaçao. Om dit doel te realiseren was het nodig mij
...verder te verdiepen in de theoretische achtergronden betreffende het basisonderwijs. Een zicht krijgen op de werking en de gebruikte methodieken in de 'Schroederschool' was hierbij nodig. De link met de ergotherapie werd hier gelegd door een mogelijke functieomschrijving van de ergotherapeut in een basisschool weer te geven. Niet alleen het introduceren van de methode, ook het aanpassen van de methode bij kinderen met faalangst, agressie en autisme was een grote uitdaging. Ook hier was theoretisch onderzoek aangewezen. Ik heb mij gedurende mijn eindwerkstage vooral gericht op de praktijkgerichte omgang met de drie kinderen en niet zozeer op de theorie van de bovengenoemde problematieken. In de 'Schroederschool' waren er veel kinderen met fijnmotorische problemen. De meeste van deze problemen heb ik dmv 'Schrijfdans' opgemerkt. Omdat ik hierin verandering wou brengen, heb ik gebruik gemaakt van een 'Snoezelruimte' die gericht was op het aanbieden van fijnmotorische activiteiten. Deze snoezelruimte heb ik zelf gecreëerd. De methode 'Schrijfdans' in de 'Schroederschool' op Curaçao is sinds januari 2006 een feit. De methode is opgenomen in het lessenpakket voor de leerlingen van groepen 2 en 3. Het aanpassen van de methode 'Schrijfdans' aan de noden van de 3 kinderen was niet altijd even gemakkelijk. Elke kind had nood aan een individuele aanpak. De moeilijkheid hieraan is dat je deze aanpak continu voor ogen moet houden. Ik kan vanuit de praktijk zeggen dat de methode het makkelijkste aanpasbaar is voor kinderen met autisme omdat je met een minimum aan materialen veel kan bereiken. Door het aanbieden van pictogrammen en structuur in de lessen kan je bij een iemand met Autisme al veel verduidelijken. Bij kinderen met faalangst en agressie ligt dit anders.Daar maak je meer gebruik van externe hulpmiddelen om gedragsverandering te voorkomen.
References HANKE B., HUBER GL., MAND H., 1998. Agressief en onoplettend. Wolters Noordhoff, Groningen. HERMANS HJM., BERGEN CM, 1996. Van faalangst tot verantwoordelijkheid. Eijsen, Swets en Zeitlinger, Amsterdam. JENINGA J., 2000. Tel dan eerst even tot 10, voorkomen van agressief gedrag. Printpartners BV, Enschede. MOSSEVELDE VAN E., 1996. De klas in de hand, remidiëringstechnieken voor lastig gedrag. Acco Leuven, Amersfoort, P. 220 VAN RANSBEECK A., 1996. De klas in de hand. Acco, Leuven, Amersfoort,p.220 MOSSEVELDE VAN E. , 1996. De klas in de hand. Acco, Leuven, Amersfoort, p.220 WILLINK T.,SAMSON HD. 1997 In de klas. Alphen aan de Rijn, Kluwen bv., HAMERS JHM., RUYSSENAARS AJJM., Leerproblemen op school, Leuven, ACCO, 1992, p.14) NIEUWENBROEK A., Faalangst op school, Nijmegen, KPC Schoolpers, 1996, p.12 NIEUWENBROEK A., RUIGROK J., Faalangst de baas, Utrecht, Kosmos, 1996,p.12 DAEMS Jo, 2004. Ontwikkelingsproblematiek. Schrijfproblemen. Cursus Katholieke hogeschool Kempen, Geel. DAEMS Jo, 2004. Ontwikkelingsproblematiek. Autisme Spectrum Stoornis. Cursus Katholieke Hogeschool Kempen, Geel. p. 102 VAN DALEN JGT.,Juni 1994. Autisme van binnenuit bekeken. VAN ONNES, 1996. Spel en autisme: een contradictio in terminis. Autisme, p. 2. WERKGROEP ?Ergotherapie in BO,GON en zorgcoördinatie? . Taak van de ergotherapeut in het onderwijs. Mei 2003 MIELLET,Marcella,2005.Docent ?Schroederschool? (Curaçao),?Didactisch model?, 8 September 2005. Websites www.klasse.be http://www.handschrift.nl/html/vragen/vragen.htm http://www.vaneisden.nl/html/body_schrijflinks.html www.schroederschool.com http://nl.wikipedia.org/wiki/Basisschool http://www.minocw.nl/onderwijs/
|
Van Vyve, Nathalie
|
2006
|
| 13 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Potentiële gedragsproblemen bij dementerenden
In dit afstudeerproject wordt toegelicht wat dementie is. Ook de meest voorkomende dementievormen worden kort weergegeven.
Dit project gaat over mogelijke gedragsproblemen die kunnen voorkomen bij dementerenden.
De hoofdstukken die i
...n dit werk besproken worden zijn de volgende: · Het normale verouderingsproces. · Dementie. · Gedragsproblemen begrijpen en aanpakken (in het algemeen).
Volgende gedragsproblemen worden uitgebreid besproken: · Angst bij dementerenden. · Agitatie en agressief gedrag bij dementerenden. · Dwaalgedrag bij dementerenden. · Roepgedrag bij dementerenden. · Pijn bij dementerenden.
· Kwaliteitsvolle zorg voor dementerende mensen. · Activiteiten voor dementerenden / afleidingen voor pijn (algemeen).
Dit werk is vooral gebaseerd op de niet-farmacologische behandeling om de storende gedragingen te beïnvloeden.
References Krekelbergh, D. (2008). De oudere zorgvrager: Geriatrische pathologie. Lier. Vandenbon, C. (2007). Gedragsproblemen bij dementie. Kortrijk. Gevonden op het internet op 19/03/2009 van Verdult Rien. Omgaan met gedragsstoornissen bij RVT bewoners: Niet farmacologische oplossingen voor de storende gedragingen: http://www.hvg.be/projekten/cragt/BPSD%20niet%20farmacologische%20oplossing.pdf Van De Plaats, A., & Verbraeck, B. (2008). De wondere wereld van dementie: Vanuit nieuwe inzichten omgevingszorg bieden aan dementerenden. Elsevier: Gezondheidszorg. Miesen, B., & Hoogeveen, F. (2007). Psychogeriatrie een vak om van te houden. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum. Keirse, M. (2005). Patiëntenzorg en ?begeleiding. Leuven: Acco. Van Genechten, W. (2009). Fixatie-arm beleid: Zorg voor passiviteit. Lier. Van Keymeulen, A. (2002). Het dementiecafé. Berchem: EPO vzw. Gevonden op het internet op 6/02/2009: http://web.mac.com/freddy.ingels/Dementiecafe/Welkom.html De Vleeschouwer, F. (2006). Het dementeringsproces: Niet meer weten dat je vergeet! Lier. Milisen, K., De Maesschalck, L., & Abraham, I. (2002). VERPLEEGKUNDIGE ZORGASPECTEN bij ouderen. Maarssen: Elsevier. Verdult, R. (2003). Pijn van dement zijn: De belevingsgerichte aanpak van probleemgedrag. Groningen: HBuitgevers. De Maesschalck, L. (2008). Concepten in de geriatrische verpleegkunde: Geriatrisch zorgconcept. Lier. Vink, W. (2007). Het monster dat angst heet: Meer grip krijgen op je angsten. Tielt: Lannoo Lerner, H. (2004). Angst en andere ongewenste gasten: Omgaan met de emoties die ons leven vergallen, waardoor we niet genoeg van anderen kunnen houden. Amsterdam: Anthos. Schuur, G. (2005). Omgaan met agressie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum. Engelborghs, S. (2009). Omgaan met agressie bij demente bejaarden. Lier. Stokes, G. (1996). Probleemgedrag bij demente ouderen 4: Dolen en dwalen. Baar: Intro. Venema, N., Koedoot, P., & van der Stelt, I. (2008). Het verbetertraject Probleemgedrag: Een samen gedragen verantwoordelijkheid. Denkbeeld, 20, 14-17. Potentiële gedragsproblemen bij dementerenden 91 __________________________________________________________________________________________ Nancy Vertommen Mei 2009 Van Blanken, M. (2008). Dolende dementerenden traceren met GPS. Nursing zorgvisie special, 59, 29. Maseland, A. (2005). Dwaalbeveiliging laat dementerenden vrij. Nursing, 56, 17. Van Waarde, H. (2009). Langer zelfstandig met behulp van GPS. Denkbeeld, 21, 2-5. Gevonden op het internet op 1 mei 2009: http://www.portablegear.nl/nieuws/1/146/4092/Burgers_kunnen_elkaar_opsporen_via_mobiel e_nummer.html Lorent, G. (2008). Roepen bij dementerenden. Bierbeek. Jaspers, L. (1989). Zieken en zorgen: Psychosociale begeleiding van patiënten en hun familie. Leuven: Acco. Scherder, E.J.A., Oosterman, J.M., Ooms, M.E., Ribbe, M.W., & Swaab, D.F. (2005). Chronische pijn bij dementie en bij aandoeningen met een verhoogd risico op cognitieve achteruitgang. Tijdschrift Gerontologie Geriatrie, 36, 116-121. Miller, L., Nelson, L.L., & Mezey, M. (2005). Comfort en pijnbestrijding bij dementie: oproep tot een nieuwe weldadigheid. Verpleegkundig Perspectief, 26, 100-111. Zwakhalen, S., Hamers, J., Peijnenburg, R., & Berger, M. (2007). Misvattingen over pijn bij dementerenden: Meer weten, beter meten. Nursing, 58, 14-15. Rodenburg, D. (2006). Pijnmeting bij dementerende patiënten: Vragen, luisteren, scoren. Nursing, 54, 36-38. Van Hoof, J., & Kort, H. (2007). Aangepast wonen voor mensen met dementie: Een veilige haven. Denkbeeld, 19, 22-25. Info van de site gekregen van mevr. Leysens op 8/11/2008: www.painvision.be. Bloemendal, G. (2006). Demente ouderen: Activiteiten en omgang. Amsterdam: HBuitgevers. Vanherck, A. (2008). De oudere zorgvrager: geriatrische verpleegkunde. Lier. De Maesschalck, L. (2009). Geriatrische topics. Lier. Potentiële gedragsproblemen bij dementerenden 92 __________________________________________________________________________________________ Nancy Vertommen Mei 2009
|
Vertommen, Nancy
|
2009
|
| 14 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Pijn op een schaal van honderd : Studie naar de klinische bruikbaarheid van pijnschalen bij dementerenden
Mijn doelstelling was om de klinische bruikbaarheid van pijnobservatie schalen bij dementerenden na te gaan.
Pijn bij dementerenden is een complex probleem dat nog te weinig aandacht krijgt. Ik vind het belangrijk dat hierin verandering
... zou komen, want dementerenden zijn zo al snel een groep die minder aandacht krijgen, omdat ze de aandacht van het verzorgend personeel niet kunnen krijgen, doordat ze meestal beperkt zijn in hun communicatie.
Ik heb dan opzoekwerk gedaan naar de al verrichtte onderzoeken naar pijn bij dementerenden. Er zijn zo'n tiental observeerbare pijnschalen ontwikkeld, specifiek voor dementerenden. De onderzoeken wijzen uit dat er enkele pijnschalen goed in de praktijk kunnen gebruikt worden, maar ze zijn nog niet valide en betrouwbaar genoeg.
Ik heb ook meer inzicht gekregen in het pijngedrag bij dementerenden. Men gaat naar het gezicht kijken, naar onwillekeurige bewegingen,... Voor het verzorgend personeel is dit een goede aanwinst, omdat ze een handleiding bij de hand hebben.
De geïnterviewden zijn allemaal geïnteresseerd in het gebruik van pijnschalen, maar ze motiveren ook de pijnbehandeling. Ze willen een belangrijke rol spelen in het observeren van pijngedrag, zodat ze voor een betere pijnbehandeling kunnen zorgen. Het multidisciplinair werken in team is ook belangrijk, omdat iedereen een speciale rol vervuld in de observaties.
|
Van Orshaegen, Dorien
|
2008
|
| 15 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Bemiddelen bij personen in (kans)armoede : Eindwerk
Bemiddeling is een relatief recent begrip in de hulpverlening. Hoewel over dit onderwerp al verscheidene literatuurstudies verschenen zijn, is er zeer weinig informatie terug te vinden over bemiddelen met en tussen (kans)armen. Omdat maatsc
...happelijk werkers en andere hulpverleners regelmatig met deze doelgroep geconfronteerd worden, gaan we in deze literatuurstudie dieper in op bemiddelen bij deze specifieke doelgroep. Als maatschappelijk werker is het belangrijk inzicht te hebben in wat bemiddelen is. Bovendien moeten maatschappelijk werkers ook inzicht hebben in het begrip (kans)armoede. De termen kansarmoede en armoede worden in de praktijk vaak door elkaar gebruikt. Armoede heeft uitsluitend met de financiële situatie te maken, terwijl kansarmoede veel ruimer is. Kansarmoede verwijst naar de volledige leefsituatie. Ondanks de heterogeniteit binnen de groep van personen in (kans)armoede, blijkt dat ze een aantal gemeenschappelijke kenmerken hebben die een invloed hebben op het bemiddelingsproces. Deze nauw met elkaar verweven kenmerken zijn: de multicomplexe problematiek, de gevoelens van machteloosheid en wantrouwen alsook een gestoorde communicatie. Naast deze kenmerken zijn er ook psychologische aspecten die het bemiddelingsproces kunnen beïnvloeden. Allereerst moet de bemiddelaar een laag gevoel van eigenwaarde bij de (kans)arme versterken, daarna moet hij de innerlijke motivatie vergroten. Deze innerlijke drijfveer zal echter de slaagkans van de bemiddeling sterk vergroten. Om die drijfveer te vergroten moet de bemiddelaar rekening houden met de behoeften van de (kans)armen. Ook zijn de gedachten, gevoelens en de wil bepalend voor de motivatie. Daarnaast spelen angst- en machtsgevoelens een rol in de opstelling van de 2 partijen tijdens het bemiddelingsgesprek. De verschillende partijen van het conflict zijn de belangrijkste gesprekspartners tijdens een bemiddelingsproces. De psychologische aspecten beïnvloeden echter de communicatie en kunnen leiden tot een stoornis in deze communicatie. Tenslotte is het essentieel dat de cliënt zich veilig en vertrouwd voelt bij de bemiddelaar. Niet alleen bij de (kans)arme, maar ook bij de bemiddelaar, spelen er psychologische aspecten waar de bemiddelaar zicht op moet hebben om goed te kunnen bemiddelen. Zijn betekeniskader is bepalend voor zijn visie over (kans)armen. Hij moet er zich dan ook bewust van zijn en het kunnen loslaten. Enkel zo kan de bemiddelaar meester blijven over zijn eigen handelen. Verder moet hij vertrekken vanuit een gezonde grondhouding en ethische principes geldend voor elke hulpverleningsrelatie aangevuld met kennis en vaardigheden specifiek voor de bemiddelingscontext. Een bemiddelingsproces vraagt veel van de verschillende partijen en het vlot laten verlopen is dus niet zo evident. De reeds besproken kenmerken van (kans)armoede kunnen de kans op stagnatie vergroten. Het is dan ook heel belangrijk dat de bemiddelaar de bovengenoemde grondhoudingen, specifieke vaardigheden en ethische principes in acht neemt. Stagnatie kan enerzijds optreden omdat de twee partijen niet tot een constructieve werkrelatie komen. Anderzijds kunnen spanningen tussen de bemiddelaar en de cliënten een reden zijn waarom het bemiddelingsproces stagneert. Om uit deze impasse te geraken, kan de bemiddelaar een ervaringsdeskundige inschakelen. Al deze inzichten bundelen we tenslotte in een stappenplan. Met dit stappenplan willen we aan de slag op onze stageplaatsen om ook daar bemiddelen met (kans)armen onder de aandacht te brengen.
Referenceshttp://www.schaarbeek.lokaaal.be/statistiek/ http:// www.sociaaltolkenenvertalers.be PIRON, mondeling, informeel gesprek, 20 April 2009 Kinderwijs begeleiding & advies. (2009). Onderhandelen in het Harvard-model. Gevonden op 27 maart 2009 op het internet: http://www.kinderwijs.nl/artikelen.asp?postid=163 OCMW Zandhoven Jaarverslag, 2007 Organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (gecoördineerd met alle wijzigende akten). (1976, 5 augustus). Belgisch Staatsblad. www.cawmetropool.be CAW Metropool, onthaalmap nieuwe medewerkers, februari 2007 Functieprofiel hulpverlener De Vaart Gesprek met Luc Muraille, Coördinator De Vaart, vrijdag 20 februari 2009 Janssens, H. (2008), Agressie en infrastructuur, Antwerpen: dep Welzijn, onderwijs en veiligheid Stynen, P. (2000), Agressie : Oorzaken, soorten, aanpak, opvang en preventie, Plantijn Hogeschool van de provincie Antwerpen, departement B.O. Traumaprotocol CAW Metropool Teamvergadering, donderdag 19 februari 2009 Teamvergadering, vrijdag 6 maart 2009 Teamvergadering, maandag 30 maart 2009 Teamvergadering, maandag 6 april 2009 Vandersmissen, C. (2005). Persoonsgecentreerd werken. Onuitgegeven cursus voor het eerste jaar van de opleiding Graduaat Maatschappelijk Werk, Hoger Instituut der Kempen, Centrum voor Volwassen Onderwijs. Vandersmissen, C. (2009). Psychosociale hulpverlening. Onuitgegeven cursus voor het tweede jaar van de opleiding Graduaat Maatschappelijk Werk, Hoger Instituut der Kempen, Centrum voor Volwassen Onderwijs. Cuyvers, G. & Mertens, J.(2000). Organisatiekunde: Praktijktheorie voor non-profit organisaties. Mechelen: Wolters Plantyn. Cuyvers, G. (2001). Psychopathologie. Mechelen: Wolters Plantyn. Droës, J. & van Diepen, P.(1991). Het maken van rehabilitatie-plannen. Houtem: Bohn Stafleu Van Loghum. Geens, C., & Sleurs, A. (2008). Minor MAD: Methodiek. Onuitgegeven cursus bij de cursus voor het derde jaar van de opleiding Sociaal Werk, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement Sociaal Werk Geel. Lisssens, G. (2004). Beschut wonen in de Geestelijke Gezondheidszorg - een uitgave van het Verbond der Verzorgingsinstellingen (VVI) en de Federatie Beschut Wonen Huys, R. (2000). Beroepsprofiel Begeleider Beschut Wonen. Leuven/Gent: HIVA/vzw zagan. Lievens, P.(2008). Structuurgericht Werken. Onuitgegeven cursus bij de cursus voor het derde jaar van de opleiding Sociaal Werk, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement Sociaal Werk Geel. Vandersmissen, C. (2004). Maatschappelijk werker als beroep. Onuitgegeven cursus voor het eerste jaar van de opleiding Graduaat Maatschappelijk Werk, Hoger Instituut der Kempen, Centrum voor Volwassen Onderwijs. Vandersmissen, C. (2005). Persoonsgecentreerd werken. Onuitgegeven cursus voor het tweede jaar van de opleiding Graduaat Maatschappelijk Werk, Hoger Instituut der Kempen, Centrum voor Volwassen Onderwijs. Vandersmissen, C. (2006). Psychosociale hulpverlening. Onuitgegeven cursus voor het derde jaar van de opleiding Graduaat Maatschappelijk Werk, Hoger Instituut der Kempen, Centrum voor Volwassen Onderwijs. VVSH. (2001). Leren en werken als maatschappelijk assistent. Leuven: Garant. Wilken, J.P & den Hollander, D.(2003). Psychosociale Rehabilitatie: een integrale benadering. Amsterdam: Uitgeverij SWP. http://www.zorg-en-gezondheid.be/mentale_gezondheid.aspx
|
Van Ham, Sofie Peeters, Nadja De Rycke, Miriam Coremans, Wendy Cooninx, Arlette
|
2009
|
| 16 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Omgang met kliniekpaarden
In de paardenkliniek zijn de dierenartsassistenten een groot deel van de tijd bezig met de paarden. Ze zijn verantwoordelijk voor de opname van de dieren, ze assisteren tijdens onderzoeken en operaties en verzorgen de paarden. In dit werk w
...orden de aspecten besproken waar de dierenartsassistent rekening mee moet houden tijdens de omgang met de paarden in de praktijk. Het gedrag, de huisvesting en het hanteren van paarden komen aan bod. De uitwerking is gericht naar de toepassing in de kliniek. References Blom, I. (2004). Anatomie en fysiologie van de huisdieren: deel 1. Cursus, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement industrieel ingenieur en biotechniek. Brockötter, F., Seine, R., Wagenaar, I. (2004). Bit?s strooiseltest: Slapen op een wolk. Bit, 113, 31-37. Budiansky, S. (2002). De aard van het paard: een onderzoek naar de evolutie, de intelligentie en het gedrag van paarden. Utrecht: uitgeverij Het Spectrum B.V. Coumbe, K. (2001). Equine veterinary nursing manual. Oxford: Blackwell publishing. Geeroms, A. (2002). Beestig africhten: Positief omgaan en werken met paard en mens. Erpe-Mere: André Geeroms BVBA. Gerweck, G. (1998). Het gedrag van uw paard: leer uw paard beter begrijpen. De Bilt: Uitgeverij Bosch & Keuning. Green, L. (1994). De jonge ruiter. Baarn: Bosch & Keuning. Hamoen, A.F., Peeters, J.W.M., Verwer, N.J.Th. (2003). Lesstof opleiding juryleden dressuur. KNHS Afdeling opleidingen. Hermsen, J. (1997). Paarden encyclopedie. Lisse: Rebo productions. Houpt, K.A. (2005). Domestic animal behavior. Iowa: Blackwell publishing. McBane, S. (2003). Anatomie en gedrag van het paard. Utrecht: Veltman. McEwen, J. (2005). Wat mankeert mijn paard? ?s Graveland: Fontaine Uitgevers. McGreevy, P. (2004). Equine Behavior: A guide for Veterinarians and Equine Scientists. Edinburg: Elsevier, Saunders. Middel Elma, Coverdale Marike (1999). Het paard als partner: zes visies op Natural Horsemanship. Baarn: Tirion Uitgevers bv., Bosch & Keuning. Mills, D., Nankervis, K. (1999). Equine behaviour: Principles & practice. Oxford: Blackwell Publishing. Pickeral, T. (2003). Paarden & pony?s: rassen, verzorging, geschiedenis. UK: Parragon. Strauch, S. (2002). Denken met paarden. Utrecht: Forte uitgevers bv. Van Tichelen, I. (2005). Assistentie: paard, herkauwers, varken. Cursus, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement industrieel ingenieur en biotechniek. Wheeler, E.F. (2006). Horse stable and riding arena design. Oxford: Blackwell Publishing Ltd. Zeitler-Feicht, M.H. (2004). Horse behaviour explained: origins, treatment, and prevention of problems. London: Manson Publishing Ltd. Zoller, K. (2001). Problemen met het paard: Stap voor stap naar een harmonische samenwerking. Baarn: Bosch & Keuning.
|
Michielsen, Liesbet
|
2006
|
| 17 |
KHK_ETD
|
PDF
|
De aanschaf van een tweede hond : Gids voor eigenaars en dierenartsassistenten
Als hondeneigenaar moet men goed nadenken over de aanschaf van een tweede hond. Door ondoordacht te werk te gaan, stellen er zich soms problemen na de aanschaf van de hond. Deze wordt vaak omwille van verkeerde redenen aangeschaft. Een twee
...de vaak voorkomend probleem is dat de eigenaar er niet of onvoldoende bij stilgestaan heeft of de hond wel bij zijn huidige hond past en hoe deze op de komst van een nieuwe hond zal reageren. De eigenaar moet heel wat zaken bekijken vooraleer hij overgaat tot de aanschaf van een tweede hond, als hij problemen in de toekomst wil vermijden. Hij mag zich zeker niet enkel door het uiterlijk van de hond laten leiden. Tijdens het uitkiezen van een tweede hond moet hij rekening houden met het geslacht, de leeftijd, het ras en het karakter van zijn huidige hond. Het is de bedoeling dat er een hond wordt gekozen die bij de huidige hond past. De eigenaar heeft de keuze uit een pup of een volwassen hond. Er bestaan verschillende mogelijkheden waar men deze kan aanschaffen. Het is echter belangrijk om bepaalde aandachtspunten in het achterhoofd te houden. De eerste kennismaking is van cruciaal belang. Een goede begeleiding tijdens de kennismaking en de thuiskomst voorkomt veel frustraties. De communicatie tussen honden staat centraal in dit eindwerk. Door de taal van de honden te begrijpen, zal de eerste ontmoeting vlotter verlopen en ook probleemgedrag in de toekomst kan voorkomen worden. Een eigenaar die zijn honden begrijpt, merkt immers de eerste signalen van frustratie of ontevredenheid op. Bij de aanschaf van een asielhond dient er rekening te worden gehouden met het feit dat deze hond misschien een traumatisch verleden achter de rug heeft. Het grootste probleem bij deze honden is dan ook verlatingsangst. Dit probleem komt ook regelmatig voor bij honden die een slechte socialisatieperiode hebben doorgemaakt. Verlatingsangst kan mits een goede begeleiding meestal door de eigenaar zelf opgelost worden. Indien er goed wordt nagedacht over de keuze van de tweede hond en men weet hoe men in probleemsituaties moet handelen, zal de aanschaf van een tweede hond uitdraaien op een succes. ReferencesBoeken Bailey, G. (2001). Toepoels gids voor de volwassen hond. Bloemendaal: Gottmer. Bailey, G. (1996). Toepoels puppywijzer. Bloemendaal: Gottmer. Coren, S. (2000). De taal van je hond. Amsterdam: Balans. Diamond Davis, K. (2002). Therapy dogs: Training your dog to reach others. Wenatchee: Dogwise Publishing. Dudok van Heel, M. (2004). Een hond is een hond. Amsterdam: De Driehoek. Fisher, J. (2000). Waarom doet mijn hond zo? Rijswijk: Elmar. Fogle, B. (2006). Als mijn hond kon praten?: Begrijp de lichaamstaal van uw hond. Baarn: Tirion. Gaus, M. (2001). Nog beter omgaan met je hond. Baarn: Tirion. Gaus, M. (1984). Hondenmanieren. Baarn: Tirion. Gaus, S., & Gootjes, N. (2005). Begrijp ik mijn hond? ?s Graveland: Fontaine. Hondenbescherming Nederland. (2002). Ik wil een hond! Maar hoe pak ik dat aan? ?s- Gravenhage: BZZTôH. Mulder, E. (2007). Volg. s.l.: s.n. Penta, A. (2004). Praktische hulpgids voor de hondenbezitter. Baarn: Tirion. Sannen, E. (2001). Hondenproblemen oplossen. Welzo Media Productions: Warffum. Elektronische publicaties Humane Society Silicon Valley. (2003). Before you bring a second dog into your home. Gevonden op 2 november 2007 op het internet: http://www.hssv.org/docs/behaviour/ dog_beforeseconddog.pfd Yawoof! (s.a.). Kennelhoest. Gevonden op 4 februari 2008 op het internet: http://www.yawoof.com/kennelhoest.html Bennett P.C., Marston L.C. (2003). Reforging the bond towards successfull canine adoption. Applied Animal Behaviour Science, 83, 227-245. Hepper P.G., Wells D.L. (2000). Prevalence of behaviour problems reported bij owners of dogs purchased from an animal rescue shelter. Applied Animal Behaviour Science, 69, 55-65. Jorgensen M., Lund J. (1999). Behaviour patterns and time course of activity in dogs with seperation problems. Applied Animal Behaviour Science, 63, 219-236. Mondelinge bronnen Vrancken, T. (2008). Asielmedewerkster Unco Jerry vzw. Doedee, G. (2008). Hondengedragstherapeute.
|
Mols, Joke
|
2008
|
| 18 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Boze of broze ouderen? : Methodische aanpak van probleemgedrag bij ouderen
" Hey juffrouw, die koffie is koud en niet zoet genoeg en geef me nog eens een zakdoek want ik heb er geen". Zo gaat het de hele dag zucht een verpleegster " ik weet niet meer wat doen, maar zolang ze de koffiemok niet naar mijn hoofd slin
...gert zullen we maar niet klagen zeker?". Zulke taferelen komen regelmatig voor in het WZC De Dennen. Probleemgedrag bij ouderen is een vaak voorkomend probleem waar relatief weinig rond geweten is. Iedereen weet dat het er is, maar weinige weten hoe ze hier correct mee moeten omgaan. Vooral de verschillende vormen maken het moeilijk. Verder zijn niet alle probleemgedragingen even duidelijk. Wanneer men dan eindelijk een aanpak denkt gevonden te hebben blijkt deze niet bij iedereen het gewenste effect te hebben. Ik ben op zoek gegaan of een, éénvoudig in te vullen, observatielijst hulp kan bieden bij deze ingewikkelde problematiek. Waarom ? Voor mij zijn er 2 voorname redenen waarom ik voor dit onderwerp gekozen heb. Ten eerste was het voor mij van belang dat het gekozen thema een uitdaging zou bieden. Ik wou zeker en vast geen onderwerp uitwerken waar er al 13 van in een dozijn zijn. Een 2de reden is dat ik tijdens mijn stage in het tweede jaar zelf te maken heb gehad met probleemgedrag. Ik heb dus aan den lijve kunnen ondervinden dat het moeilijk was om hier op gepaste manier mee om te gaan en op te reageren. Ook de meeste personeelsleden vinden het moeilijk om hier mee om te gaan. Iedereen reageerde hier op zijn manier op, de ene met al wat meer succes dan de andere. Bepaalde probleemgedragingen konden dan ook leiden tot ergernis bij het personeel en/of bij andere bewoners. Vraag : Zoals eerder vermeld stelde ik me de vraag of een observatielijst hulp kon bieden bij het aanpakken van probleemgedrag? Ik heb geen onderscheid gemaakt tussen dementerende en niet ? dementerende bewoners. Op deze manier is het onderzoek toepasbaar voor al de bewoners van een RVT afdeling, wat zowel een voordeel geeft voor de bewoners als voor het personeel. Methode : Uit de verschillende bronnen heb ik eerst en vooral een definitie opgesteld zodat er geen misverstand ontstaat omtrent wat men verstaat onder probleemgedrag. De meeste onderzoeken die verricht zijn omtrent probleemgedrag zijn afkomstig van Nederland. Vaak wordt er een onderscheidt gemaakt tussen dementerende en niet ? dementerende bewoners. Het vinden van informatie die relevant is voor de door mij gekozen doelgroep was niet éénvoudig. Een 2de moeilijkheid is het maken van een verdeling. De verschillende bronnen hanteren verschillende verdelingen en daarom heb ik ervoor gekozen om een combinatie te gebruiken. Om een algemeen beeld te schetsen en informatie te verschaffen aan de lezer en gebruiker heb ik het volgende besproken : de meest voorkomende vormen van probleemgedrag, de mogelijke oorzaken en de daarbij horende omgangsadviezen. Deze informatie geeft een algemeen beeld van wat men kan tegenkomen in het werkveld, maar was niet voldoende om aan de slag te gaan. Om me een specifieker beeld te vormen heb ik eerst en vooral heb een vragenlijst afgenomen bij het personeel. Op deze manier kon ik me een eerste beeld schetsen van de situatie in het WZC De Dennen. De vragenlijst bracht cruciale informatie naar boven zoals : krijgen de personeelsleden vaak te maken met probleemgedrag? Is er reeds een beleid rond probleemgedrag? En als belangrijkste : beschikken ze over voldoende informatie om op adequate wijze om te gaan met probleemgedrag? Het verwerken van de vragenlijsten maakte het mogelijk om me een ruw beeld voor de ogen te halen van hoe de situatie op dit moment was. Natuurlijk was dit niet voldoende en was het tijd voor de 2de stap : het vinden van een methode om het probleemgedrag te registreren. Ik heb ervoor gekozen om eigenhandig een observatielijst op te stellen met daarin enkel die vragen die me de nodige informatie gaven. Om dit correct in te schatten was het van belang dat ik al een stap verder dacht en ik heb ervoor gekozen om de volgende aspecten te bevragen: Welk soort probleemgedrag stelde de bewoner? Waar en wanneer vond dit gedrag plaats? Tegen wie was het gedrag bedoeld ? Wat is de oorzaak van dit gedrag (indien gekend) ? Hoe heb je als hulpverlener gereageerd ? Hoe reageerde de bewoner op deze aanpak en hoe voel je je hier zelf bij als hulpverlener ? Een goede observatielijst geeft een maximaal aan informatie door een minimaal aan tijd en inspanning. Dit was dan ook het meest belangrijke criteria. Het personeel moet de indruk hebben dat ze geen extra inspanningen moeten leveren en toch resultaten boeken. Een 2de criteria was dat deze lijst zowel toepasbaar was voor dementerende als niet ? dementerende bewoners. In afwachting van de volgende stap was de medewerking van de personeelsleden van cruciaal belang. Na een onderzoeksperiode van enkele weken volgde de 3de en belangrijkste stap: het analyseren van de observatielijsten. Op basis hiervan heb ik een gerichte aanpak naar voren gebracht. Niet enkel moest deze aanpak correct zijn, maar hij moest ook nog op gepaste wijze aangebracht worden. Het voorstellen van de aanpak moet op een dusdanige manieren gebeuren dat het personeel niet de indruk heeft dat het op de vingers getikt wordt, maar dat het tips aangereikt krijgt waardoor het mogelijks makkelijk wordt om met probleemgedrag om te gaan. Voor mij was het dan ook een logische keuze om dit te doen via een vormingssessie. Om de sessie zo goed mogelijk te laten aansluiten op de praktijksituaties zijn de casussen enkel gebaseerd op de ingevulde observatieformulieren. De personeelsleden zijn in kleine groep op zoek gegaan naar de mogelijke oplossingen. Deze heb ik verder aangevuld met omgangsadviezen uit de literatuur. De observatielijsten worden geïntegreerd in een 6 stappenplan. Dit is een éénvoudig schema dat het op zoek gaan naar een oplossing voor probleemgedrag mogelijk maakt. Resultaten : Uit het literatuuronderzoek blijkt dat probleemgedrag vele oorzaken kan hebben. Ik heb ervoor gekozen om de oorzaken op te splitsen in lichamelijke-, persoonlijke- en omgevingsfactoren. Hierbij heb ik vooral de lichamelijke factoren(Drewel A., Hazelhof T (1998)) en de omgevingsfactoren ( Drewel A., Hazelhof T.(1998) en Richtlijn probleemgedrag NVVA, (januari 2002)) verder uitgeschreven. Verder heb ik de meest voorkomende vormen van probleemgedrag uitgeschreven : claimen ( Drs. E.J. van der Jag, Van Straaten(2003)), dwalen (LSHTM,2003), verzamelwoede (Richtlijn Probleemgedrag NVVA /januari 2002), agressie (Krook K. , Van Straaten G.(2003)), en seksueel overschrijdend gedrag (Krook K. en Van Straaten G. (2003)). Hierbij heb ik ook de omgangsadviezen besproken. De grootste moeilijkheid voor het praktische gedeelte was het motiveren van het personeel. Het is van belang om het personeel te blijven motiveren om een extra inspanning te laten doen om het gewenste resultaat te bekomen. Hen duidelijk maken dat het vermijden of verminderen van probleemgedrag de beloning is van hun inspanning is hierbij een mogelijkheid. Uit de praktijkstudie, meer bepaald uit de afgenomen vragenlijsten, is vooral gebleken dat er heel wat personeelsleden zijn die over onvoldoende informatie beschikken om op een correcte manier om te gaan met probleemgedrag. Dit geeft voor enkelen onder hen ook problemen tijdens de werksituaties. Dit kan tot vervelende situaties leiden: ze worden er slecht gehumeurd van, ze zien de persoon enkel als een last en in het ergste geval gaan ze deze persoon zelfs vermijden. Deze resultaten hebben ervoor gezorgd dat ik de personeelsleden eerst meer informatie wou geven over probleemgedrag vooraleer ik verdere stappen heb ondernomen. Gedurende een periode van 10 weken heb ik de observatieformulieren verzameld en geanalyseerd. Uit deze formulieren bleek dat de waaier van probleemgedragingen inderdaad zeer uitgebreid kan zijn. Deze lijsten gaven me ook de mogelijkheid om te kijken welke aanpak er gebruikt werd en of deze een gunstig resultaat hadden. Er bleek een duidelijk tekort te zijn aan informatie rond probleemgedrag en een vormingsessie geven aan de personeelsleden was een logische volgende stap. De gebruikte casussen zijn opgesteld aan de hand van de observatielijsten. Op deze manier sluiten de situaties aan op de praktijksituaties binnen het WZC. Op het einde van de vormingssessie heb ik het stappenplan voorgesteld dat je hierboven afgebeeld ziet op figuur 1. Het schema bevat enkele stappen die het mogelijk maken om op een duidelijke en adequate manier om te gaan met probleemgedrag. Ook hier blijven de observatieformulieren hun dienst doen. Ze vervangen in het schema als het ware stap 2. Besluit : Het antwoord op de vraag of een observatielijst een meerwaarde heeft in het aanpakken van probleemgedrag is kort : JA !!Op de vraag of de observatielijsten een kant en klare oplossing bieden : NEE !! De observatielijsten geven op een korte en duidelijke manier weer waar en wanneer er welk gedrag wordt gesteld, maar dit is slechts het begin van een lang en intensief proces. Daarom is het van groot belang dat het 6 stappenplan de observatielijst aanvult of dat het observatieformulier het stappenplan aanvult, het is maar hoe men het ziet. Het invullen van de observatielijst is als het ware stap 2 in het stappenplan. Van hieruit kan men dan de volgende stappen opvolgen om zo tot het gewenste resultaat te komen. Dit is althans de bedoeling want men moet realistisch zijn dat niet al het probleemgedrag vermeden en/of aangepakt kan worden. Het verminderen of het aanpakken van de negatieve gevolgen is een evenwaardig doel. Een belangrijke voorwaarde is dat men de aanpak consequent toepast en denk eraan : Ook boze mensen hebben jou nodig ook al lijkt het soms van niet !!!
References Buijssen, H., Razenburg, T. (1987). Dementie: Een praktische handreiking voor de omgang met dementerende ouderen(2 dr.). Amsterdam: Boom. Continue educatie en accreditatie route. (2006). Richtlijnen, protocollen en verpleegplannen. Gevonden op 14 september 2007 op het internet: http://www.cedar.nu/index.php?p=30585 Departement psychiatrie, Universitair Ziekenhuis Antwerpen. ( 2005 ). Roepgedrag bij dementie: Epidemiologie, pathofysiologie en behandeling. Gevonden op 12 januari 2008 op het internet : http://www.vvnvvp.be/library/documents/vvp/abstracts_lentevergadering_vvp_2005.d Geelen, R. (1999). Omgaan met agressie . Uitgeverij: Elsevier. Geelen, R (2002). De leefomgeving van opgenomen ouderen. In: Handboek Huisvesting Verzorging & Ouderen, IV, 2.9 1-39, pg 73-112. Amsterdam: Elsevier. Geelen, R. (2004, juli/augustus). Ouderen met gedragsproblemen. Tijdschrift voor Verzorgenden. Hazelhof, T., Drewel, A. (1998). Methodisch begeleiden van ouderen met gedragsproblemen. Rotterdam: Lemniscaat. Katho. ( 2007 ). Omgaan met probleemgedrag bij dementerende ouderen. Gevonden op 26 november 2007 op het internet: http://www.katho.be/phv/detail.asp?ID=51 Krook, K., Van Straaten, G. (2003). Hoezo lastig! : omgaan met probleemgedrag van ouderen. Baarn: HB uitgevers. Laurentius Ziekenhuis Roermond. (2006). Gedragsproblemen bij dementie: dwalen en slaapstoornissen. Gevonden op 17 oktober 2007 op het internet: http://www.lzr.nl/%7B55e4ad92-9731-4c4e-8cf6-becfbc9e523f%7D Pinkston, E.M., Linsk, N.L. ( 1987 ). Gedragsproblemen bij ouderen: Sociaal leren met ouderen in hun verzorgingsomgeving. Nijmegen : Dekker en van de Vegt. Ypma-Bakker, MEM., Glas, ER., Hagens, JHAM., Hensels, JGH., Rondas, AALM., Saltet, ML. et al. (2002). Richtlijn probleemgedrag NVVA. Gevonden op 25 september 2007 op het internet: http://nvva.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_113_TICH_R19766695453702 Desmidt S., Heene A. ( 2005). Strategie en organisatie van publieke organisaties. Tielt: Lannoo. Dr. Oosterhuis-Geers J. (2004). Interactieve Website Projectvaardigheden: SMART doelen stellen. Gevonden op 9 juli 2008 op het internet: http://www.carrieretijger.nl/functioneren/management/leidinggeven/doelen- stellen/smart
|
Vreys, Dennis
|
2008
|
| 19 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Ongewenst plasgedrag bij de kat in huis : Medische en gedragsgerelateerde oorzaken
Eigenaars van katten die in huis plassen weten vaak geen raad met het ongewenste plasgedrag van hun kat. Dierenartsassistenten kunnen deze klanten vaak verder helpen zonder hulp van de dierenarts. Deze bundel bevat informatie die de assiste
...nten kunnen raadplegen om klanten te helpen met het oplossen van het probleem.
Het is belangrijk dat de assistenten weten dat er twee oorzaken kunnen zijn waarom de kat urine achterlaat in huis. Zodra ze de oorzaak van het probleem gevonden hebben, kunnen ze starten met de behandeling.
In dit eindwerk worden de oorzaken van het ongewenste plasgedrag van de kat besproken en de eventuele oplossingen voor dit probleem. Vaak straffen eigenaars de kat voor het binnenhuis plassen, maar op die manier versterken ze het probleem. Katteneigenaars moeten zoeken naar de oorzaak van het probleem. De oorzaak kan men vinden in de pathologie of in de gedragswereld. Eerst moeten medische oorzaken uitgesloten worden voor men de oorzaak bij het gedrag van de kat gaat zoeken. Aandoeningen van de lagere urinewegen genaamd FLUTD, en dan in het bijzonder urolithiasis en idiopathische cystitis zijn de meest voorkomende oorzaken van het in huis plassen op medisch gebied. Klinische symptomen zoals bloed in de urine, vaak naar de kattenbak gaan, pijnlijk of moeizaam urineren en op ongewenste plaatsen urineren in huis zijn kenmerken van FLUTD. Bij idiopathische cystitis is de onderliggende oorzaak/oorzaken onbekend waardoor de behandeling noodzakelijkerwijs gebaseerd is op het experimenteren. Katheterisatie, dieetvoeding, reductie van stressfactoren en chirurgie zijn afhankelijk van de situatie mogelijkheden om urolithiasis te behandelen. Problemen met de kattenbak, territoriumgedrag, seksueel markeren, stress en agressie zijn de voornaamste voorbeelden van oorzaken die gekoppeld worden aan het gedrag van de kat. Ten slotte kan men voor de behandeling van het sproeien of urineren in huis 5 stappen hanteren namelijk: - Medische oorzaken uitsluiten - De gewoonte verbreken - De behoefte van het sproeien of urineren verwijderen - Stoppen met straffen - Hulp van specialisten indien voorgaande stappen niet hebben geholpen
References Tijdschriftartikel Bénet, J., Lamarche, M. (2007). Voeding en urinewegaandoeningen bij gecastreerde katten. Waltham Focus 17 (1): Aandoeningen van de lagere urinewegen, 18-21. Buffington, T. (2003). WSAVA State of the Art Lecture: Aandoeningen van de lagere urinewegen en steriele cystitis bij de kat. Waltham Focus 13 (2): De urinewegen, 21-22. Dethioux, F., Marniquet, P., Petit, P., Weber, M. (2005). How can we protect against both struvites and calcium oxalates? Waltham Focus special edition: preventative nutrition for major health risks in cats, 19-27. Elliott, D. (2003). Het geval van ? De kat met strangurie. Waltham Focus 13 (2): De urinewegen, 16-20. Hosgood, G. (2003). Chirurgie van de urineblaas. Waltham Focus 13 (2): De urinewegen, 11-15. Houston, D. (2007). Epidemiologie van urolithiasis bij de kat. Waltham Focus 17 (1): Aandoeningen van de lagere urinewegen, 4-9. Moore, A. (2007). Kwantitatieve analyse van blaasstenen bij de hond en de kat. Waltham Focus 17 (1): Aandoeningen van de lagere urinewegen, 22-27 Westropp, J. (2007). De benadering van ? Katten met symptomen van LUTD. Waltham Focus 17 (1): Aandoeningen van de lagere urinewegen, 10-17. Elektronische publicatie American Association of Feline Practitioner. (2004). Feline behavior guidelines (pp.15) Gevonden op 17 februari 2008 op het internet: http://www.aafponline.org/resources/guidelines/Feline_Behavior_Guidelines.pdf Case, L.P. (2003). The Cat: Its Behavior, Nutrition and Health (pp.143-144). .S.A.: Blackwell publishing Gevonden op 4 februari 2008 op het internet: http://books.google.nl/books?id=mdg0R6nDWgoC&pg=PA149&dq=group+discrimination +on+the+basis+of+urine+in+a+farm+cat+colony&sig=unLo153EP4OcqiQyqNsS_hlOQCk #PPR9,M1 Ceva. (2002). Feliway® spray Gevonden op 8 november 2007 op het internet: http://www.feliway.nl/feliway_nl.nsf/Page?OpenForm&DocID=61&POS=31&Key=null Ceva.Santé Animale. (2002). Feliway® verdamper Gevonden op 8 november 2007 op het internet: http://www.feliway.nl/feliway_nl.nsf/Page?OpenForm&DocID=60&POS=32&Key=null Ceva. (s.a.). Feliway® het geheim van gelukkige katten. Gevonden op 8 november 2007 op het internet: http://www.ceva.nl/corporate_nld.nsf/FO_Menu/951685F1DCA98416C12570880049139D ?OpenDocument&Expand=3.1.1 Pharma. (s.a.). Diergeneeskundig compendium on line Gevonden op 22 maart op het internet: http://pharmavet.microsite.be/frameset.asp?language=NL Maxhouse. (s.a.). Vomeronasaal orgaan bij de kat. Gevonden op 6 maart 2008: hhtp://maxshouse.com//Illustrations/vomeronasal.jpg Royal Canin. (s.a.). Eigenschappen van dieetvoeding Gevonden op 7 maart 2008 op het internet: http://www.royalcanin.nl/docs/vet/consf-urinary.pdf The Ohio State University College Of Veterinary Medicine. (2008). Problem solving Gevonden op 2 april 2008 op het internet: http://www.vet.ohio-state.edu/indoorcat The Ohio State University College Of Veterinary Medicine. (2008). Life Stressors of Cats:How to Make Your Cat More Comfortable When Stress Occurs. Gevonden op 2 april 2008 op het internet: http://www.vet.ohio-state.edu/indoorcat Boeken Fogle, B. (2003). Katten vraagbaak. S.a.: Fontaine uitgevers. O? Farrell, V., & Neville; P. (1994). Manual of feline behaviour p. 57-64. Cheltenhan: British Small Animal Veterinary Association Overall Karen L. (1997). Clinical behavioral medicine for small animals. Missouri.: Mosby Onuitgegeven materiaal Dehasse , J. (2000). Behavioural problems in small animal practice: Normal behaviours in pet cats. Onuitgegeven nota?s van een bijscholing voor dierenartsen, Savab Flanders Weekend S.A. (1999). Problems solving in multicat households. Onuitgegeven nota?s van een bijscholing voor dierenartsen, Post Universitair Onderwijs Merelbeke. Brochure Hill?s Pet Nutrition. (2002). Hoe u FLUTD kunt helpen behandelen. Sanofi Santé Animale. (s.a.). Urine Sproeien behoort tot het natuurlijke gedrag van alle katten: Feliway® is het natuurlijke antwoord. Folder Hill?s Pet Nutrition. (2006). Aandoeningen van de lagere urinewegen bij de katten. Compendium Tennant Bryn. (2005). BSAVA SMALL ANIMAL FORMULARY. Quedgeley: British Small Animal Veterinary Association.
|
Janssens, Silke
|
2008
|
| 20 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Weerbaarheidstraining aan psychiatrische cliënten in deeltijdbehandeling : Via zelfverdediging naar zelfbewustzijn
Voor heel wat psychiatrische cliënten binnen deeltijdbehandeling of ambulante therapie is het pad des levens vaak bezaaid met hindernissen. Ze worden (terug) depressief, gebruiken drugs, automutileren, ontwikkelen eetstoornissen, worden agr
...essiever en zijn vaak heel onzeker. Ze proberen te 'overleven' in een voor hen drukke en materialistische samenleving. Vanuit een fundamenteel gebrek aan zelfrespect, eigenwaarde, zelfvertrouwen en verbondenheid met anderen, hebben ze vaak nauwelijks controle over emoties als angst, kwaadheid, verdriet en psychische pijn. Soms worden ze geïntimideerd, gestigmatiseerd, gepest, of misbruikt. Anderen gaan zelfs over tot intimidatie en misbruik. Door met psychiatrische cliënten te werken aan weerbaarheid, zelfverdediging, zelfrespect, controle van emoties en afbakenen van grenzen trachten we te bekomen dat ze zich beter gecentreerd gaan voelen en vertrouwen gaan krijgen in hun eigen mogelijkheden. Dit kan een remmend effect op hun stijgende frustraties en zogenaamd antisociaal gedrag hebben. De thesis is opgebouwd uit een theoretisch en praktisch gedeelte, bestaande uit de nodige informatie over de stageplaats (Psycho-Sociaal Centrum te Leuven), doelgroep, methodiek en ergotherapeutische omkadering van de weerbaarheidsessies. Er wordt algemeen aangenomen dat het domein van de bewegingstherapie exclusief behoort aan de psychomotorische therapeut. Dit hoeft echter niet zo gelimiteerd te worden benaderd. Ook de ergotherapeut kan actief zijn op dit vlak mits de nodige kennis en ervaring.
ReferencesAertgeerts, A., Bollens, L., Claes, A., De Winter, G., Di Frischia, C., Raeymaekers, R., Smet, J., Vandereyken, S. Agaat: Ervaringsgerichte psychotherapiegroep. Onuitgegeven infobrochure voor cliënten en belangstellenden. Ariadne. (2005). Ariadne spint verder aan haar draad: Een werking voor jongere chronische zieken uit de middenleeftijd (25-65 jaar). Gevonden op 20 februari 2006 op het internet: http:// www.ariadne.antwerpen.cm.be/midden.htm Bachrach, L.L. (1992). Psychosocial rehabilitation and psychiatry in the care of long term patients: American Journal of Psychiatry, 149, 1455-1463. Bachrach, L.L. (1993). Organizational issues and expertise in care innovation: applying the priciples of continuity of care. In: Wolf, J. & van Weeghel,J. (eds.) Changing community psychiatry. Care innovation for persons with long-term mental illness in the Netherlands. Utrecht: NcGV. Bollens, L., Claes, A., Di Frischia, C., Peremans, M., Raeymaekers, R., Smet, J., Van Kerckhove, I., Mouton, C. Koraal: Revagroep. Onuitgegeven infobrochure voor cliënten en belangstellenden, Psycho-Sociaal Centrum Leuven. Bordie.nl. (2006). Borderline is? Gevonden op 6 januari 2006 op het internet: http:// www.bordie.nl/borderlineis.htm Breakwell, G.M. (2000). Omgaan met agressief gedrag. Handleiding voor de beroepspraktijk. Baarn: Intro. Cautaert, S., Dupont, V. & Ideler, I. (2001). Weerbaarheid van jongeren: een denk ? en doeboek. Leuven-Apeldoorn: Garant. Coppens, M.(2005). Praktische zelfverdediging. Onuitgegeven nota?s horend bij zelfverdedigingstraining. Cuyt, M., Adams, B., Dhamani, F., Defourny, V., Mertens, C., Wampers, M., Vanhorenbeek, C., Rombauts, S., Vandereyken, S., Staes, K., Van Landeghem, S., Werelds, K. Onyx: Avond ? en nachthospitalisatie als deeltijdbehandeling. Onuitgegeven infobrochure voor cliënten en belangstellenden, Psycho-Sociaal Centrum Leuven. Cuyvers,G.(2001). Psychopathologie. Deurne: Wolters-Plantyn. de Gelaen, T. (2005). Verhoog uw mentale weerbaarheid en assertiviteit. Roeselare: Roularta Books NV. De Clerck, L., De Rijck, L., Deroo, R., De Winter, G., Staes, K., Van Grunderbeek, W. Opaal: Observatie ? en oriëntatiegroep. Onuitgegeven infobrochure voor cliënten en belangstellenden, Psycho-Sociaal Centrum Leuven. De Clerck, L., Deroo,R., Moens, T., Mouton, C., Schoolmeesters, K., Smet, J., Smout,O., Van Kerckhove, I., Van Espen, S., Volckaert, M. Deel 1: Historische achtergrond van de ateliergroep en drie pijlers van de werking. Onuitgegeven nota?s bij de werking van de ateliergroep, Psycho-Sociaal Centrum Leuven. De Clerck, L., Deroo, R., Moens, T., Mouton,C., Schoolmeesters, K., Smet, J., Smout, O., Van Kerckhove, I., Van Espen, S., Volckaert, M. Saffier: Ateliergroep. Onuitgegeven infobrochure voor cliënten en belangstellenden, Psycho-Sociaal Centrum Leuven. Farkas, M. (1993). Care innovation projects: issues in rehabillitation. In: Wolf, J. & van Weeghel, J. (eds.). Changing community psychiatry. Care innovation for persons with long-term mental illness in the Netherlands. Utrecht: NcGV. Fraser, T., (2003). Yoga werkboek: Basiscursus voor thuis en leren zonder leraar. Vianen/Antwerpen: The house of Books. Giesen-Bloo,J.(2005). Leven met borderline persoonlijkheidsstoornis. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Het angstcentrum. (2005). Depressie en angst. Gevonden op 12 november 2005 op het internet: http:// www.angstcentrum.be Jochems, A.A.F. & Joosten, F.W.M.G. (2000). Coëlho. Zakwoordenboek Der Geneeskunde. Arnhem: Elsevier. J. ter Keurs instituut voor therapie. (2003). Bewegingstherapie. Gevonden op 06 september 2005 Op het internet: http://www.terkeurs.nl/ Magits, V. (2003). Algemeen concept: Stress. Gevonden op 17 maart 2006 op het internet: http://www.uvv.be/uvv5/pub/cinfo/stress/pdf/concept.pdf Mitchell, D. (1986). Alles over zelfverdediging: praktische methoden en technieken. Utrecht /Antwerpen: Kosmos. O?Connor, J. (2005). Free yourself from fears: Overcoming anxiety and living without fear. London & Boston: Nicholas Brealey Publishing. Open the doors. (2005). How can we decrease stigma associated with schizophrenia? Gevonden op 06 september 2005 op het internet: http://www.openthedoors.com/english/02_05.html Mertens, E., (2004). Participatie en betrokkenheid in een ontmoetingshuis voor patiënten met ernstige en langdurige psychische problemen. Gevonden op 20 december 2005 op het internet: http://www.kuleuven.ac.be/lucas/PDF/Thesisverhandelingen/2004Participatie_en_betro kkenheid_ontmoetingshuis.pdf Pieters, G. & Peuskens, J. (Eds.) (1995). Rehabilitatie van de chronische psychiatrische patiënt: Op weg naar een gemeenschapspsychiatrie. Leuven: Garant. Probst, M & Bosscher, R.J. (2001). Ontwikkelingen in de psychomotorische therapie. Zeist: Cure & Care publischers. Sensoa. (2005). Feiten en cijfers: Seksueel misbruik volwassenen. Gevonden op 18 februari 2006 op het internet: http://www.sensoa.be/pdf/feiten_en_cijfers/feiten_en_cijfers_seksueel_misbruik_bij_v olwassenen.pdf Similes. (2005). Psychose. Gevonden op 12 november 2005 op het internet: http:// www.similes.org/nl/psychose.php Shoto, T. (Instructor) (1990). Code 1078: Police weapons tactics. Kuden Series Goshin- Jitsu. [Video]. Mineola, NY: Taiyo Productions. Slachtoffershulp. (2006). Zelverdediging. Gevonden op 5 mei 2006 op het internet: http://users.skynet.be/slachtofferhulp.Antwerpen/criminaliteit/voorkomen/zelfverd.htm Stad Leuven. (2006). Welzijn en sociale zaken. Gevonden op 6 januari 2006 op het internet: http://www.leuven.be/showpage.asp?iPageID=84 Tanghe,A & de Keyzer,H. (2000). Schizofrenie en andere psychosen. Leuven - Apeldoom:Garant. Thompson, G. (2004). Dead or alive: The choice is yours. The definitive self-protection handbook. West Sussex: Summersdale Publishers. Van Delft F., Rooijendijk L. en Sjerps N. (2005). Agressie in het sociaal pedagogisch werk. Gevonden op 5 mei 2006 op het internet: http://www.vspf.org/www/backend/klantfiles/19%20Poster%20Verloop%20van%20ee n%20agressie%20incident.pdf Van Doremalen, H. & Vervoort, M. (2005). Effectief omgaan met agressie en zinloos geweld: Calamiteiten en de verwerking ervan. Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg. Van Wel, T.F. (1994). Chronische psychiatrische patiënten en rehabilitatie. Voorstellen voor definities. Tijdschrift voor psychiatrie, 36, 64-69. Ykema, F. (2004). Het ?Rots en Water?-perspectief: Een psychofysieke training voor jongens. Basisboek. Amsterdam: SWP. Ykema, F. (2006). Rots en Water: Een psychofysieke training voor jongens. Praktijkboek. Amsterdam: SWP. Yoga & tantra. (2003). Geschiedenis en symboliek van de zonnegroet. Gevonden op 22 december 2005 op het internet: http:// users. pandora.be/yoga/index.08.html Yoga & tantra. (2003). Zonnegroet: Opwarmingsoefening. Gevonden op 22 december 2005 op het internet: http://users.pandora.be/yoga/index.07.html Zinkstok, R. (2002). Ergotherapie in de psychiatrie. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg.
|
Druppel, Leen
|
2006
|
| 21 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Onrust en agressie bij dementerende bejaarden : Relaxatie als mogelijke oplossing
Ik merkte op stage dat het moeilijk is om echt contact te maken met dementerende bejaarden die onrustig of agressief gedrag vertonen. Ik vroeg me daarom af of er geen manieren waren waardoor men met deze doelgroep in contact kon treden en w
...aardoor men een betere vertrouwensrelatie kon opbouwen. Hiermee hoopte ik ook de onrust en de agressie te kunnen verminderen. Ik had al gemerkt dat ik bij sommige dementerende bejaarden een rustgevend effect ondervond bij een handmassage of een voetbadje. Daarom leek het me een goed idee om eens verder te gaan onderzoeken of relaxatie nu echt een gunstig effect heeft op alle dementerende bejaarden met onrustig gedrag en of ik ook effecten op lange termijn kon merken. Ik besloot mij te beperken tot een aantal vormen van relaxatie, zodat ik voldoende tijd had om elke techniek nader te onderzoeken. Ten eerste zorgde ik ervoor dat de relaxatie plaatsvond in een aangename, aangepaste omgeving. De vormen van relaxatie die ik gekozen heb zijn handmassages, gezichtsmassages en voetbadjes en ? massages. Bijkomend deed ik dan ook nog relaxatiebaden. Hiervoor heb ik de kans gekregen om zelf een oningerichte badkamer in het RVT in te richten naar eigen smaak. Voor de uitwerking van mijn praktijk, koos ik voor vier dementerende bejaarden. Deze bevonden zich allemaal in een ander stadium van dementie en vertoonden ook allemaal andere onaangepaste gedragingen, van angst en waanbeelden tot roepen en dolen. Ik heb ervoor gekozen personen met een uiteenlopende problematiek te onderzoeken, zodat ik ook kon vergelijken. Doordat er zoveel verschillende uitingen zijn van het onaangepast gedrag, leek het me ook logisch dat ik verschillende effecten zou waarnemen. Dit bleek inderdaad te kloppen. Elke bejaarde reageerde anders op een relaxatietechniek. Ik merkte veel positieve effecten, maar natuurlijk had niet alles de gewenste gevolgen Ik kan na het uitvoeren van mijn stage besluiten dat relaxatietechnieken zeker een meerwaarde kunnen zijn in de benadering van dementerende bejaarden met onaangepast gedrag. Ik merkte vaak tijdens een sessie dat er een afname was van onrust of agressie. Ook na de sessies bleef het effect soms nog enige tijd merkbaar. Wat wel een belangrijke bemerking hierbij is, is dat men pas echt zichtbare resultaten op lange termijn zal kunnen bereiken, als er een degelijke nazorg is. Zo niet, gaan de resultaten weer allemaal verloren.
References BOEKEN ? Kors, B., & Seunke, W. (1997). Psychiatrische verpleegkunde (4de dr.). Utrecht: De Tijdstroom. ? Stokes, G. (1986). Probleemgedrag bij demente ouderen 2: Schreeuwen en gillen. Baarn: Intro. ? Stokes, G. (1986). Probleemgedrag bij demente ouderen 4: Dolen en dwalen. Baarn: Intro. ? Thomas, S. (1989). Massage voor veel voorkomende aandoeningen. Haarlem: H.J.W. Becht. ? Huyser, A. (1999). Klankschalen en hun therapeutische toepassingen. Havelte: Binkey Kok Publications. ? Wilson, P. (1995). Het grote boek van de rust: Meer dan 100 succesvolle technieken voor ontspanning van lichaam en geest. Amsterdam/Antwerpen: Archipel. ? Rowen, B., (2002). Massage: De perfecte ontspanningskuur voor lichaam en geest. Aartselaar: Deltas. ONUITGEGEVEN MATERIAAL ? De Jonghe, C. (s.a.). Intern document met ethische richtlijnen voor HSW. Onuitgegeven projectvoorstelling van Huize De Sterrewijzer Olen. ? De Jonghe, C. (1998). Projectvoorstelling ?Huize De Sterrewijzer?. Onuitgegeven projectvoorstelling van Huize De Sterrewijzer Olen. ? Bijscholing over dementie, A. Heesen. ? Janssen, G., Vanuytsel, A., Geenen, K. (2005). Geriatrie, Onuitgegeven cursus voor het tweede jaar van de opleiding Ergotherapie, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement Gezondheidszorg en Chemie Geel. SITES ? SBU Scientific Assessment of Health Technology. (2002). Touch massage for dementia. Gevonden op 23 augustus 2006 op het internet: http://www.sbu.se/www/Report.asp?ReportID=652&langId=1&typeId=3 ? Oregon Health & Science University. (2005). OHSU Researchers Reveal Genetic Ties To Anxiety. Gevonden op 17 augustus 2006 op het internet: http://www.ohsu.edu/ohsuedu/newspub/releases/052405anxiety.cfm ? Madison Institute of Medicine. (2006). Facts for health: Frequently asked questions. Gevonden op 17 augustus 2006 op het internet: http://www.alzheimers.factsforhealth.org/what/faq.asp ? Internet Health Library. (2000). Dementia Research: Diet & Lifestyle. Gevonden op 23 augustus 2006 op het internet: http://www.internethealthlibrary.com/Health-problems/Dementia%20- %20researchDiet&Lifestyle.htm ? Ellwood, J. (2004). Massage with the elderly or inactive person. Aromacaring: Working for special needs. Gevonden op 23 augustus 2006 op het internet:http://www.aromacaring.co.uk/massage_with_the_elderly_or_inac.htm ? Healthworld. (1996). Massage Therapy and Bodywork: Healing Through Touch Gevonden op 23 augustus 2006 op het internet: http://www.healthy.net/scr/Article.asp?Id=1946#v ? Jansen-Lahnemann, A. (2006). Hoofdmassage. De massagepraktijk. Gevonden op 26 september 2006 op het internet: http://www.massagepraktijk.com/hoofdmassage.htm ? Leijssen, M. (2001). Lichaamsgerichte interventies in de psychotherapeutische hulpverlening: Waardevol en ethisch verantwoord?. Katholieke Universiteit Leuven. Gevonden op 26 september 2006 op het internet: http://perswww.kuleuven.be/~u0004551/Artikels%20web/Lichaam2001.pdf ? Dementia.nl. (2005). Aromatherapie en dementie. Gevonden op 1 november 2006 op het internet: http://www.dementia.nl/benadering/aroma.htm ? Hamer, T. (2003). Belevingsgerichte praktijk in de zorg: gewoon doen!. Wetenschap en praktijk. Gevonden op 1 november 2006 op het internet: http://www.dementie.be/images/beleving.pdf ? Geestelijke gezondheid. (2006). Dementie. Gevonden op 1 november 2006 op het internet: http://www.geestelijke-gezondheid.nl/dementie.htm ? Nederlands Kenniscentrum Ouderenpsychiatrie. (2006). Neuropsychiatric Inventory. Gevonden op 1 november 2006 op het internet: http://www.ouderenpsychiatrie.nl/sjablonen/1/infotype/news/newsitem/view.asp? objectID=558 ? Massagepraktijk, ontspannings- en therapeutische massage. (2006). Voetmassage. Gevonden op 1 november 2006 op het internet: http://www.patriziagalli.nl/Massage/Voetmassage/voetmassage.html ? Dementia.nl. (2005). Warme zorg. Gevonden op 27 december 2006 op het internet: http://www.dementia.nl/benadering/warme.htm ? Weleda. (2006). Producten. Gevonden op 20 februari 2007 op het internet: http://www.weleda.be/ ? Weleda. (2006). Massage. Gevonden op 20 februari 2007 op het internet: http://www.weleda.be/ ? Fibromyalgie Liga. (2007). De helende kracht van muziek. Gevonden op 20 februari 2007 op het internet: http://www.fibromyalgie.be/content/view/24/29/ ? Antroposofica. (2006). Antroposofische geneeskunde. Gevonden op 20 februari 2007 op het internet: http://www.antroposofica.nl/antoposofische_geneeskunde.htm ? The Healing Music Organization. (2006). Gevonden op 20 februari 2007 op het internet: www.healingmusic.org
|
Leysen, Hanne
|
2007
|
| 22 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Van hulpeloos kitten tot zelfstandige kat
Het opvoeden van moederloze kittens vraagt veel tijd en geduld van de verzorger.
Bij het eerste bezoek aan de dierenarts zal er genoeg geweten zijn over het kitten: het geslacht, de leeftijd en de gezondheidstoestand. De extra informat
...ie die de verzorger meekrijgt, kan bij latere bezoeken aan de dierenarts en tijdens de verzorgingsperiode nog van pas komen.
Nadien zal het echte werk beginnen. Dit wil zeggen op zoek gaan naar een geschikte huisvesting en naar de juiste voeding en toediening. Maar ook de kittens leren begrijpen en hen aan de hand van deze kennis op te voeden en te socialiseren. Dit alles mag niet onderschat worden. Inzicht in de verschillende levensfasen van een kitten zijn ook een must om hen beter te kunnen opvolgen tijdens hun groei en ontwikkeling.
Enkele praktische tips over de kattenbak, speeltjes, en dergelijke kunnen ook van pas komen tijdens de opvoeding.
References Boeken Bowen, J., Heath, S. (2005) Behaviour problems in small animals: practical advice for the veterinary team. Philadelphia: Elsevier Saunders Case, L.P. (2003) The cat: It?s behaviour, nutrition and health. Iowa: the state Iowa press Dr. Fogle, B. (2003) Kattenvraagbaak. London: Fonteine uitgevers Halls, V. (2006) Wat uw kat u vertelt: meer kattengeheimen. Amsterdam: De boekerij bv Müller, U. (1984) Het nieuwe kattenboek: aanschaf, verzorging, voeding, ziekten en fokken. Amsterdam: Elsevier Royal Canin (2001) Encyclopedie van de kat. Parijs: Aniwa Onuitgegeven materiaal Blom, I. (2006). Dieetvoeding. Onuitgegeven nota?s bij een cursus voor het derde jaar van de opleiding Dierenzorg, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement IIBT Geel. Thielemans, S. (2006) Pathologie. Onuitgegeven nota?s bij een cursus voor het derde jaar van de opleiding Dierenzorg, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement IIBT Geel. Elektronische publicaties http://www.deblauweark.be http://www.fabcats.org http://www.kattengedragstherapie.nl http://www.kittenrescue.org/handbook.html http://www.kruimelhuis.nl http://www.purrfectcatbehaviour.com http://www.tinley.nl/katten/kat1.html http://www.veterinaircentrum.nl Contacten via mail Het Kruimelhuis (Karien) Het kattengedragsadviesbureau (Z. Sambrink) Het kattengedragsadviesbureau (Stolting Marcellina) Ervaringen Ik heb geciteerd vanuit mijn eigen ervaring met het grootbrengen van mijn moederloze kittens. Ook heb ik vanuit mijn stage een zekere know-how meegekregen die ook voor dit eindwerk kon verwerkt worden. DAP De blauwe ark Oud-turnhout DAP De blauwe ark Turnhout Literatuurlijst van de illustraties Boeken Bowen, J. , Heath, S. (2005) Behaviour problems in small animals: practical advice for the veterinary team. Philadelphia: Elsevier Saunders Case, L.P. (2003) The cat: It?s behaviour, nutrition and health. Iowa: the state Iowa press Royal Canin (2001) Encyclopedie van de kat. Parijs: Aniwa
|
Hemelaers, Muriel
|
2007
|
| 23 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Het abc voor leerkrachten : Psycho-educatie over gedragsproblemen binnen de jeugdpsychiatrie
"Teachers open the door, but you must enter by yourself." - Chinees spreekwoord
"Leerkrachten educatie aanbieden? Waar ga ik in godsnaam aan beginnen?" Dat was het eerste dat in me opkwam toen het eindwerk een basisvorm aannam. Het lee
...k wel een omgekeerde wereld: een student die leerkrachten uitleg ging geven over enkele pathologieën, met name agressiestoornis, autisme spectrum stoornis, ADHD en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ergens voelde het wel raar aan, al hield me dat niet tegen. De vraag of psycho-educatie aan leerkrachten effect zou hebben op de band leerkracht-leerling, sprak me te veel aan om het niet uit te proberen.
Jeugdpsychiatrie
Psychiatrie is het terrein dat er voornamelijk voor gezorgd heeft dat ik ergotherapie ben gaan studeren. Doorheen de jaren sprak jeugdpsychiatrie me steeds meer aan, meer specifiek de zogenaamde 'probleemjongeren' van de maatschappij. Hierdoor kwam ik terecht in het onderwijsgedeelte van een jeugdinstelling. Dat er gedragsproblemen en agressie zou voorkomen, had ik verwacht. Dat ze zo frequent voorkwamen, tot wel vijf afzonderingen en een vijftiental conflictsituaties per dag, had ik daarentegen niet verwacht. De heersende spanning en conflicten zorgden ervoor dat er duidelijk stress voelbaar was bij zowel de leerkrachten als de leerlingen. Ook op het einde van elke week leken beide partijen opgelucht dat het weekend was. Door veel te observeren en veel met de leerkrachten te praten over de conflictsituaties, werd duidelijk dat dezen veel vragen hadden omtrent de aanpak van enkele van de aanwezige pathologieën. Omdat psycho-educatie binnen het takenpakket van de ergotherapeut valt, besloot ik me erop te gooien en het uit te proberen.
Onderzoeken naar vraag
Om naar een concreet antwoord te zoeken, werd de vraag als volgt geformuleerd: "Is psycho-educatieve vorming over de voorkomende stoornissen binnen een onderwijsproject van een gemeenschapsinstelling een meerwaarde voor zowel de jongeren als de leerkrachten?". Wel hoort hierbij gezegd te worden dat de educatie enkel aangeboden werd aan de leerkrachten. De jongeren kregen binnen de instelling een persoonlijk aangepaste vorm van educatie.
Leren uit psycho-educatie
Om een duidelijk en afgebakend beeld te verkrijgen omtrent psycho-educatie, werd eerst een literatuuronderzoek gedaan om antwoorden te krijgen op de nood en effectiviteit ervan.
Psycho-educatie wordt in de literatuur in elke setting aangeraden, al is deze oorspronkelijk ontstaan binnen de setting psychiatrie. Het wordt in het Zakwoordenboek van de psychiatrie (2006) omschreven als "Een georganiseerde vorm van voorlichting, informatie over de ziekte, de verschijnselen en de effecten van medicijnen, het ondersteunen bij verwerken van verlies van functies en een training van coping gedrag met het doel de cliënt en andere betrokkenen hierin meer inzicht te geven, zodat ze adequater met de ziekte kunnen omgaan." . Na verdere studie voegen onderzoekers Hoencamp & Haffmans (2008) hieraan toe dat het een onderdeel is van de therapie binnen de psychiatrie. Dit onderdeel kan enkel door hulpverleners gestart worden wanneer er voldoende kennis en weet is omtrent het ziektebeeld waarmee gewerkt wordt.
De basis van psycho-educatie wordt gelegd op basis van drie grote punten, met name: kennis, acceptatie en handelen. De kennis omvat het geheel van het ziektebeeld. Hiermee wordt zowel de oorzaak, als de inhoud, de symptomen, de mogelijke medicatie, en dergelijke zaken meer bedoeld. Het tweede punt binnen de basis is de acceptatie. Zonder acceptatie van de ziekte, zijn uitingsvormen en de mogelijke benaderingswijzen, zal er geen begrip getoond kunnen worden. Zonder begrip, kan er niet behandeld worden. Hieraan hangt meteen het laatste principe vast. Zonder kennis en acceptatie kan er niet adequaat gehandeld worden in functie van het ziektebeeld, wat noodzakelijk is ter bevordering van de therapie. (Hoencamp & Haffmans, 2008; Vermeulen, 2003)
Wanneer naar effectiviteit gekeken wordt, zijn er verscheidene studies uitgevoerd. Elke studie had zijn eigen doelpubliek en eigen methode. Wel werd er binnen elk onderzoek gebruik gemaakt van de drie bovenstaande basisprincipes als leidraad. Het resultaat was bij alle onderzoeken gelijkaardig, met een hoge waarde aan positieve effecten. Bij elk onderzoek verbeterde de relatie tussen hulpverlener en cliënt, omdat deze met elkaar werkten; er waren duidelijk minder spanningen en stresssituaties, doordat ze elkaar begrepen en accepteerden; en de effecten binnen de therapie verbeterden hierdoor. Het nut van psycho-educatie werd verscheidene keren bewezen. (van der Stel, 2004; Verbeek, 2006; New York State Psychiatric Instituut, 1991)
Uit de literatuurstudie blijkt dat psycho-educatie naar hulpverleners toe, even belangrijk is als de psycho-educatie naar de cliënten toe. Doordat beiden afzonderlijk positieve resultaten bereiken, wordt verwacht dat een combinatie van beiden een nog sterker resultaat heeft.
Gedragsproblemen
Omdat de psycho-educatie voornamelijk rond gedragsproblemen, dewelke stresssituaties uitlokken, draait, werd via literatuurstudie onderzocht waar de grens tussen 'normaal'en 'problematisch' gedrag ligt. Uit het bronnenonderzoek blijkt dat de grens tussen 'normaal' en 'problematisch' enorm subjectief is. Elke persoon heeft zijn eigen waarden en normen, dewelke ontwikkelen en doorheen de jaren en ervaringen, waaruit hij vertrekt om gedrag van anderen te beoordelen. Zo kunnen twee personen naar eenzelfde handeling kijken van iemand en de grens van het al dan niet acceptabele geheel verschillend leggen. Daarnaast blijkt dat ook de status en het voorkomen van de persoon die de handeling uitvoert, een rol speelt. (Van der Ploeg etal, 1997; Gielen; 1998)
Manier
Doordat de grens van 'gedragsprobleem of niet' enorm subjectief is, werd er aan de hand van het ABC-model gewerkt. Dit model bestaat uit een observatiekaart en een veranderingskaart. De observatiekaart wordt gebruikt om het gedrag, dat als storend ervaren wordt, in beeld te brengen en te evalueren. Op deze manier kan gekeken worden naar mogelijke triggers aan de oorzaak van het gedrag. Daarnaast kan hier ook een oplossing voor gezocht worden aan de hand van de veranderingskaart.
Binnen het eindwerk werd er niet gewerkt met meerdere veranderingskaarten, maar slechts met een. Omdat de educatie voornamelijk draaide om de aanpak van de leerkrachten, werd voor hen een algemene kaart opgesteld met aandachtspunten omtrent aanpak en benadering. Op deze punten werd een extra nadruk gelegd tijdens de educatiesessies, zodat de noodzaak ervan gekoppeld kon worden aan de pathologieën.
Om de educatie een vorm te geven, werden er twee onderdelen voorzien. Allereerst werd er een bundel opgemaakt. De basis van deze bundel werd gelegd door middel van een literatuurstudie. Hieruit kwamen de resultaten omtrent de rode draad doorheen de verscheidene pathologieën, met name een definitie, het klinische beeld en belangrijke aandachtspunten omtrent de benadering van de cliënten. Deze basis werd aangevuld naarmate er vragen voortkwamen vanuit het leerkrachtenteam en ook werden er externe hulpverleners (met ervaring omtrent de stoornissen) geraadpleegd. Een tweede onderdeel was een visuele voorstelling van de gevonden informatie. Omdat uit de literatuur bleek dat een visuele houvast zorgt voor een snellere opname van de informatie, werd de informatie in een PowerPointpresentatie gegoten en voorgesteld.
Resultaten
Door de observatiekaarten voor en na de presentaties te vergelijken, werden kwalitatieve resultaten verkregen. Er werden enkele opmerkelijke veranderingen opgemerkt binnen de benadering van de leerkrachten naar de leerlingen toe. Er werd duidelijk rekening gehouden met wat er tijdens de presentaties gezegd werd.
Een voorbeeld: Meester Luc vraagt Kristof tot bij hem te komen. Deze weigert echter. De meester geeft Kristof zelf de keuze wat hij wil, of luisteren of naar isolatie gebracht worden. Doordat de jongen weerstand blijft bieden, voert meester Luc ook effectief zijn dreigement uit. (Wat hij voordien niet altijd deed.) Daarnaast legt hij ook duidelijk uit, waarom hij de jongere in afzondering heeft geplaatst.
In de literatuur wordt beschreven hoe weerstandig gedrag doorbroken hoort te worden, met name door het effectief uitvoeren van de gestelde consequenties. Daarnaast wordt binnen elke theoretische achtergrond geopperd voor duidelijkheid omtrent de consequenties.
Na vergelijking van de observaties, bleek dergelijke informatie uit de presentaties toegepast te worden in de praktijk. Daarnaast werd hier ook veel over gecommuniceerd met de leerkrachten, wie de effectiviteit ervan persoonlijk aanvoelden. Er kwamen voornamelijk reacties op het feit dat er minder conflictsituaties en afzonderingen voorkwamen, dat de leerkrachten zich op het einde van de dag minder gestresseerd voelden en ook de jongeren gaven aan dat ze zich rustiger en meer begrepen voelden. De relatie leerkracht-leerling ging er duidelijk op vooruit.
Besluit
Wanneer wordt terug gekeken naar de hoofdvraag, met name "Is psycho-educatieve vorming over de voorkomende stoornissen binnen een onderwijsproject van een gemeenschapsinstelling een meerwaarde voor zowel de jongeren als de leerkrachten?", kan worden besloten dat psycho-educatie een meerwaarde kan bieden. Zowel de leerkrachten als de leerlingen ervoeren de verandering op een geheel eigen manier. Door de leerkrachten informatie te bieden, kregen ze inzicht in zowel de noodzaak ervan, als in hun eigen handelen. Doordat ze, aan de hand van de veranderingskaart, wisten welke richten ze hoorden uit te gaan, richtten ze zich voornamelijk op de ondersteuning van de theorie om zich praktisch aan te passen. De spanningen waren duidelijk minder, voor zowel de leerkrachten als de leerlingen.
"I cannot teach anybody anything, I can only make them think." - Socrates ReferencesPsycho-educatie H. van den Berg, B. Meijer. (2006). Zakwoordenboek van de psychiatrie. Elsevier Gezondheidszorg. E. Hoencamp, P.M.J. Haffmans. (2008). Psycho-educatie in de GGz en de verslavingszorg, theorie en praktijk. Assen: Van Gorcum. A. Van Dam, C. Van Tilburg. (2007). Psychotherapie in de praktijk, groepsgedragstherapie bij agressie. (p. 187-193) GA Houten: Bohn Stafleu van Loghum. G. Pitschel-Walz, J. Bäuml, W. Bender, RR. Engel, M. Wagner, W. Kissling. (2006). Psychoeducation and compliance in the treatment op schizophrenia: results of the Munich Psychosis Information Project Study. Gevonden op 26 september 2009 via de databank Pubmed: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/16649832 J. Bäuml, T. Froböse, S. Kraemer, M. Rentrop, G. Pitschel-Walz. (2006). Psychoeducation: a basic psychotherapeutic intervention for patients with schizophrenia and their families. Gevonden op 26 september 2009 via de databank Pubmed: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/16920788?ordinalpos=1&itool=EntrezSystem2.P Entrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_DiscoveryPanel.Pubmed_Discovery_PMC &linkpos=2&log$=citedinpmcreviews&logdbfrom=pubmed JM. Ranz, BT. Horen, WR. McFalane, JM. Zito. (1991). Creating a supportive environment using staff psychoeducation in a supervised residence. Gevonden op 26 september 2009 via de databank Pubmed: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/1743645?ordinalpos=1&itool=EntrezSystem2.PE ntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_DefaultReportPanel.Pubmed_RVDocSum S. Hellwig-Brida, S. Mangold, L. Goldbeck. (2009). The parent questionnaire ?ADHD- knowledge and motivation for treatment? ? development and first results. Gevonden op 26 september 2009 via de databank Pubmed: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19739062?ordinalpos=1&itool=EntrezSystem2.P Entrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_DefaultReportPanel.Pubmed_RVDocSum AN. Mendenhall, MA. Fristad, TJ. Early. (2009). Factors influencing service utilization and mood symptom severity in children with mood disorders: effects of multifamily psychoeducation groups (MFPGs). Gevonden op 26 september 2009 via de databank Pubmed: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19485588?ordinalpos=2&itool=EntrezSystem2.P Entrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_DefaultReportPanel.Pubmed_RVDocSum Cum cura. (2008). Praktijk voor psychosociale begeleiding. Gevonden op 31 januari 2010 via Google Scholar: http://www.cumcura.nl/ADHD.htm E. Vanspranghe, P. Vermeulen. (2004). Psychologische begeleiding van mensen met autisme. Verkrijgbaar via http://scholar.google.be/scholar?q=%22Psycho- educatie%22+AND+%22Autisme%22&hl=nl&um=1&ie=UTF-8&oi=scholart Accare. (2008). Forensische Jeugd- en orthoPsychiatrie Noord-Nederland. Verkrijgbaar via http://www.accare.nl Gedragsproblemen Gevonden in Thesaurus Zorg en Welzijn: http://www.thesauruszorgenwelzijn.nl/probleemgedrag.htm J.D. van der Ploeg. (1997). Gedragsproblemen: ontwikkelingen en risico?s. Rotterdam: Lemniscaat. M. Serruys. (2008). Aan de rand in het midden, probleemgedrag bij mensen met een autismespectrumstoornis en een verstandelijke beperking. Antwerpen: Garant. G. Vaessen. (2008). Gedragsproblemen bij jongeren met psychiatrische stoornissen, best practice handelingsplannen voor de praktijk van alledag. Antwerpen: Garant. Comité voor Bijzondere Jeugdzorg Brugge (Red.). (2000). Probleemgedrag op school. Antwerpen: Garant. J. Gielen. (1998). Human behavior, wangedrag. Verkrijgbaar via: http://library.thinkquest.org/26618/dutch/index.html D. Burssens. (2004). Jeugd en delinquentie. Over daders, slachtoffers, precentie en aanpak. Verkrijgbaar via: http://www.jeugdonderzoeksplatform.be/publicaties/delinquentie.PDF J. Vanacker. (2010). Gedragsproblemen, opvoedingsproblemen, jeugdcriminaliteit, een visie op de wereld. Verkrijgbaar via: http://www.ministrando.org/ ABC- model G. Jacobs. (2008). Rationeel-emotieve therapie. Een praktische gids voor hulpverleners. GA Houten: Bohn Stafleu van Loghum. T. Hamer. (2007). Achtergronden en behandeling van agressief gedrag bij ouderen met dementie. Onuitgegeven cursusmateriaal voor het tweede jaar bachelor geneeskunde, Universiteit Gent. B. Op de Beeck, H. Vints, L. Schoofs. (2009). NAH en cognitieve revalidatie. Onuitgegeven cursusmateriaal voor het derde jaar bachelor ergotherapie, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement gezondheidszorg en chemie Geel. H. Nijveld. (2009). ABC?s van gedragsverandering. Verkrijgbaar via: http://www.spottraining.nl
|
De Dobbelaere, Tanita
|
2010
|
| 24 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Verhuizen vind ik niet fijn : Adviezen voor katteneigenaars
In de dierenartsenpraktijk stellen veel klanten uiteenlopende vragen over het gedrag van hun kat. Vaak is het de taak van de dierenartsassistenten om deze vragen te beantwoorden, zij moeten dus goed op de hoogte zijn van het complex gedrag
...van dit populaire huisdier. Dit eindwerk probeert duidelijke informatie te verstrekken voor de dierenartsassistent over het sociale en territoriale gedrag van de huiskat en probeert een antwoord de formuleren op een aantal vaak voorkomende problemen.
Het werkstuk is na een grondige literatuurstudie tot stand gekomen en tracht te laten zien dat, hoewel de kat meestal wordt afgeschilderd als een solitair, onafhankelijk dier, het toch steeds duidelijker wordt dat de sociale verhoudingen bij katten meer complex zijn. De kat blijkt volledig in staat om met soortgenoten, andere huisdieren en mensen vreedzaam samen te leven. Toch heeft de huiskat nog vele eigenschappen gemeen met haar wilde soortgenoten. Dit uit zich het meest in een groot scala aan geluiden en lichaamshoudingen. Aan de stand van de ogen, oren, rug en ledematen kunnen we direct en precies de stemming van de kat aflezen. Ook toont het territoriale gedrag van de kat dat ze nog steeds kan fungeren als een onafhankelijk dier. Eens het sociale en territoriale gedrag van de kat duidelijk is, kunnen we hierop inspelen om bepaalde situaties en veranderingen vlot te laten verlopen.
References Bateson, P., & Turner, D.C. (1994) De wereld van de kat. Alblasserdam: Offsetdrukkerij Kanters B.V. Budiansky, S. (2002). Het karakter van katten. Herkomst, intelligentie en gedrag van de Felis silvestris catus. Nieuwegein: Hentenaar Boek. Bradshaw, J. (1991). The Behaviour of the domestic cat. C.A.B. International. Bruin, S. (2007) Wat denkt mijn kat van mij. Solo Uitgeverij. Case, L.P. (2003). The cat. Its behaviour, nutrition & health. Iowa: Iowa State Press. Dhooghe, W. Reizen met huisdieren. Gevonden op 17 maart op het internet: http://www.diplomatie.be/nl/travel/petsdetail.asp?TEXTID=4209 Edney, A. (2006). Uw kat in topconditie. Baarn: Tirion. Fields-Babineau, M. (2007). Uw kat trainen en opvoeden. ZNU NV. Flint, E.,& Meadows, G. Complete raadgever katten. Aartselaar: Deltas. Fogle, B. (2003). Kattenvraagbaak. Abcoude: Fontaine Uitgevers bv. Fogle, B. (1997). Het instinct van uw kat. Meppel: Krips bv. Gaus, M. (1997). Kattenmanieren: leer uw kat beter begrijpen. Baarn: Tirion. Katten opvoeden: een vak apart. Gevonden op 25 maart 2007 op het internet: http://www.vvd-dierenkliniek.be/varia/info.cat.conditioning.asp Klinka, C. (2005). Raadgever huisdieren. De beste verzorging voor uw kat. ZNU NV. Leyhausen, P. (1979). Cat behavior: the predatory and social behavior of domestic and wild cats. Garland series in ethology. New York: Garland STPM Press. Masterfoods Veghel bv. (2006). Een kat verhuizen. Gevonden op 4 april 2007 op het internet: http://www.whiskas.nl/content/alles_over_katten/artikel_kat_verhuizen.asp Morris, D. (1993). Waarom spinnen katten. Houten: Unieboek. Müller, U. (1984). Het nieuwe kattenboek: aanschaf, verzorging, voeding, ziekten en fokken. Amsterdam: Elsevier. Tabor, R. K. (1983). The wild life of the domestic cat. London: Arrow Books. Turner, D.,& Bateson, P.P.G. (1988). The Domestic cat: the biology of its behaviour. Cambridge: Cambridge University Press. Vesey-FitzGerald, B. (1969). The domestic cat. London: Pelham. Vigne JD, Guilaine J, Debue K, Haye L, & G?erard P. (2004). Early taming of the cat in Cyprus. Science (New York, N.Y.). 304(5668), 259. Vleesschouwers, K. (1992). Dr. Vleeschouwers? kattenboek. Tielt: Lannoo. Warrlich, A. (2002). Mens en kat: plezier en vriendschap. Baarn: Tirion uitgevers.
|
Dewinter, Karen
|
2007
|
| 25 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Communiceren met paarden
Of het nu gaat om een trekpaard of een draver, een troeteldier of werkpaard, alle paarden hebben nog steeds een wild dier in zich. Hun natuurlijke instincten, het gedrag dat in hun genen is opgeslagen en hen in staat heeft gesteld tot op he
...den te overleven, ligt bij elk paard vrij dicht onder de oppervlakte. Het is een bewijs van het enorme aanpassingsvermogen van paarden dat ze zich ook in de wereld van de mens weten te handhaven. Wij vragen immers zoveel vreemde dingen van hen, soms zelfs zonder te bedenken hoe vreemd deze in de ogen van een paard zijn. Vele problemen die de mens ervaart met een paard komen voort uit het feit dat hij de fundamentele verschillen tussen mensen en paarden niet wil zien. De mens is het roofdier en het paard het prooidier. In feite proberen paarden vaak domweg hun leven te redden als ze weigeren een trailer in te gaan of een rivier in te lopen, wegrennen voor een groot voertuig, hun voeten niet laten oppakken, enzovoort. Een paard heeft altijd een goede reden voor zijn gedrag. Paarden kunnen niet anders zijn dan paarden. Ze zullen ten opzichte van de mens en andere diersoorten hun eigen signalen gebruiken om zijn gevoelens over te brengen. Hoe verder de diersoorten van elkaar verwijderd zijn, hoe moeilijker het is om communicatie tussen beide tot stand te brengen. Paarden hebben geen menselijke drijfveren zoals wraaklust en proberen het leven van hun eigenaar niet opzettelijk te verpesten. Het is aan de mens om te ontdekken waarom een paard zich op een bepaalde manier gedraagt en de vele signalen op te vangen die het voortdurend afgeeft. Door onze paarden te observeren en te verstaan, kunnen we een fantastische band met hen opbouwen omdat we hun gedrag begrijpen en onze training aanpassen aan de behoefte van het paard en de manier waarop het leeft. Door een goede omgang met paarden kunnen klachten verdwijnen of voorkomen worden. Wanneer de samenwerking tussen eigenaars en paard echter slecht is zullen de klachten zich vaak naar verloop van tijd weer herhalen. Altijd heeft het paard het gedaan. Mijn ervaring is dat het paard best wel wil samen werken, alleen begrijpt hij onze signalen niet. Wij hebben het paard gekocht en vinden dat hij dus naar ons moet luisteren. Daarbij realiseren zich weinig mensen dat wij in de wereld van het paard zijn gekomen en dat het paard in eerste instantie niet vrijwillig in onze wereld is gekomen. Doen we er dan niet beter aan om de taal van de paarden te spreken in plaats van ze onze taal op te leggen, een taal die ze toch nooit zullen begrijpen? ReferencesGeeroms, A. (2002). Beestig africhten. Psychologische basis voor een positief omgaan en werken met paard en mens. Erpe-Mere: André Geeroms. Peace, M., Bayley, L. (2003). Beter omgaan met uw paard. Utrecht: Veltman. Irwin, C. (1999). Een paard liegt niet. De magie van het paardenfluisteren. ?s- Gravenhage: BZZTôH. Vroest, E. (1999). Freestyle training. Fase 1. Ruinerwold: Freestyle Ruitershop. Vroes, E. (2000). Freestyle training. Fase 2. Ruinerwold: Freestyle Ruitershop. Roberts, M. (2001). Gezond verstand. De weg naar een betere communicatie tussen mensen via de taal van het paard. Baarn: Tirion. Mary, R. (2000). Handboek voor de stalmeester. Baarn: Tirion. Edwards, E. (1994). Het mooiste paardenboek. AL Weert: MCMXCII Middel, E., Coverdale, M. (2000). Het paard als partner. Zes visies op Natural Horsemanship. AH Baarn: Bosch en Keuning. Desmond, M. (1990). Hoe lang slapen paarden. Utrecht: Van Holkema en Warendorf. Gohl, C. (1993). Hoe verzorg ik mijn paard? Handigheden, tips en huismiddeltjes voor een optimale verzorging. Baarn: Tirion. Bayley, L., Maxwell, R. (1997). Luister naar uw paard. Lisse: Zuid Boekenprodukties. Ballereau, J., Delaborde, G. (1995). Ons eigen paardenboek. Een paard als vriend. Spanje: Casterman. Von Neumann, I., Nebe, G. (s.a.). Paarden beter begrijpen. Baarn: Tirion. Hempfling, K. F. (2003). Paarden persoonlijkheden. Alle paardentypen beschreven in 26 karaktergroepen. Baarn: Tirion. Blake, H. (1996). Paardentaal: Het denken en communiceren van paarden. s.l.: La Rivière en Voorhoeve. Literary Rights International. (1996). Paardrijden. Het fijnste dat er is. EU: Atlas. Walrond, S. (1984). Probleempaarden en paardeproblemen. Voorkomen en verhelpen van meer dan 50 problemen. s.l.: La Rivière en Voorhoeve. Zoller, K. (2001). Problemen met het paard. Stap voor stap naar een harmonische samenwerking. AH Baarn: Bosch en Keuning. Bartz, J. (1997). Tot de dierenarts komt. Eerste hulp voor paarden. Schoten: Westland. Communiceren met paarden. Tellington-jones, L. (1998). TTeam en TTouch in vraag en antwoord. Schoten: Westland. Bayley, L. (2004). Wat denkt mijn paard? Leer het gedrag van uw lievelingsdier begrijpen. China: Tirion.
|
Caethoven, Nele
|
2006
|
| 26 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Pesten op school, een echte pest! : Bevraging van personeelsleden van de 2de graad in een secundaire school
Vertrekkende vanuit de principes van gezondheidspromotie zal een aanzet worden gegeven om nieuwe gevallen van pestgedrag te doen verminderen en bestaande problemen op te lossen. Pesten is een vorm van agressief gedrag dat wordt gekenmerkt
... door herhaalde handelingen tegenover een slachtoffer dat zichzelf niet makkelijk kan verdedigen. Pesten kan bestaan uit directe lichamelijk of verbale aantijgingen, maar omvat ook andere vormen van agressie zoals het uitsluiten van anderen of roddelen. In het theoretisch gedeelte wordt een inleiding over het onderwerp pesten gegeven. Een korte geschiedenis over het onderzoek naar pesten wordt beschreven en de frequenties van pestgedrag in verschillende landen wordt weergegeven. De resultaten worden weergegeven over pestgedrag en de betrokkenheid van leerkrachten, ouders, en klasgenoten rondom pestincidenten. De resultaten laten zien dat pestgedrag nog steeds veel voorkomend is op Nederlandse en Belgische scholen. Een aanzet wordt gegeven tot preventieve maatregelen en mogelijk manier van aanpak. In het praktisch gedeelte, wordt getracht de kennis, acties en reacties van leerkrachten en begeleidend personeel van een 2e graad in een secundaire school in kaart te brengen. Verder worden de resultaten besproken en worden enkele suggesties gegeven voor de betrokken school en een mogelijk vervolgproject.
|
Van Der Auwera, Dennis Vancampfort, Benny Van de Heyning, Hans Van Hoolst, Rob
|
2008
|
| 27 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Welzijn bij legkippen : Proeven op verrijkte kooien
Kritische consumenten stellen zich meer en meer vragen omtrent productiemethoden, ook over het welzijn van dieren op landbouwbedrijven. Deze kritische ingesteldheid kent een serieuze opmars sinds het begin van de jaren '80 en wordt mee in d
...e hand gewerkt door dierenrechtenorganisaties zoals GAIA. Mede hierdoor ging de Europese commissie op 19 juli 1999 over tot de beslissing om vanaf 1 januari 2012 batterijkooien te verbieden in heel de Europese Unie. In de pluimveesector is men naarstig op zoek naar alternatieven die conform de nieuwe Europese regelgeving zullen zijn. Deze zijn er onder de vorm van volières, vrije uitloopsystemen en scharrelstallen, waarbij de kippen niet meer opgesloten zitten in een kooi. Maar deze systemen zijn duur en kennen een hoop nadelen.
Een van de meest veelbelovende alternatieven is de verrijkte kooi. Deze kooi zou het welzijn van de Europese legkip aanzienlijk moeten verbeteren tegenover het meest populaire huisvestingssysteem dat momenteel nog in gebruik is: de batterijkooi. De verrijkte kooi zou de voordelen van de batterijkooi moeten combineren met een aantal welzijnsverbeteringen die moeten instaan voor de minimumvereisten aan welzijnsvoorzieningen. Deze welzijnsvoorzieningen werden wettelijk bepaald in een Europese richtlijn die door elke lidstaat van de EU omgezet dient te worden in een nationale wetgeving. De voornaamste welzijnsverbeteringen zijn de inpassing van een legnest, een zitstok, een scharrelmat en een schuurstrip. Deze welzijnsverbeteringen zijn de meest elementaire voorzieningen die nodig zijn voor de kip om in artificiële omstandigheden te kunnen voldoen in de meeste van hun natuurlijke gedragingen. Er bestaan vele meningen over dierenwelzijn, maar wat belangrijk is, is dat het natuurlijk gedrag van kippen gekend is vooraleer men welzijn gaat beoordelen. En dat is precies wat in dit eindwerk beschreven staat.
Om de effecten van deze verrijkingen na te gaan werd een aantal proeven gehouden in twee verschillende kooitypes van de verrijkte kooi. Zo werd gekeken naar het zitstokgebruik, het gebruik van de scharrelmat, de kwaliteit van het vederdek, de nagellengte en de sterfte.
Omdat welzijn hoofdzakelijk een vraag is van dierenrechtenorganisaties en de consument, werd ook gekeken naar de effecten voor de pluimveelhouder. Dit vertaalt zich in onderzoekingen naar de eiproductie in relatie met het hengewicht en de voederconversie en ook het aantal buiten nest eieren.
|
Vanham, Johan
|
2005
|
| 28 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Laat plagen geen pest worden : Een integrale en preventieve aanpak van pesten op het Sint-Claracollege
Pesten op school is een probleem dat de laatste jaren sterk in de belangstelling is komen te staan. Ook de media besteed er meer en meer aandacht aan.
Denken we maar aan de film Ben X, de postbode uit Woluwe die na jarenlange terreur
...een einde maakte aan zijn leven, ... . De verhalen maken duidelijk dat pesten niet stopt bij de schoolpoort en dat slachtoffers van pesterijen de gevolgen jarenlang kunnen meedragen. Dit maakt dat het een maatschappelijk probleem is en dat het ook de maatschappij zal zijn die iets aan het probleem kan doen.
Omdat ieder van ons deel uitmaakt van die maatschappij kan ieder individu alvast zijn duit in het zakje doen.
Ik hoop dan ook met dit eindwerk een gestructureerde samenvatting aan te bieden voor personen die iets tegen pesten willen ondernemen. Het eindwerk is opgebouwd in een tweeledige structuur. In hoofdstuk 1 vindt u een algemeen deel waarin ik het pesten probeer te definiëren en te omschrijven. In het tweede deel spits ik me toe op preventie van pesten door gebruik te maken van de preventiepiramide. Hierbij wordt eerst de theorie van de preventiepiramide onder de loep genomen om zo tot een uitgewerkte preventiepiramide te komen voor mijn stageschool. ReferencesBoeken: ? De Bock, W., (2003) Je bereikt niets met alleen maar gele en rode kaarten. Brandpunt, 30, p. 28-29. ? De Bock, W., (2008) Beter voorkomen dan genezen. Brandpunt 35, p. 4-5. ? Deboutte, G., (2000).Pesten wat is het, wat doe je eraan. Mechelen: Bakermat uitgevers. ? Deklerck, J., (2001). Naar een fundamentele criminaliteitspreventie. Welzijnsgids, 40, p. 1-44. ? Deklerck, J., (2005). Verbondenheid: kans tot existentieel leren in onderwijs en jeugdhulpverlening. In L. Lacombe, R. Loosveldt & L. Van der Vorst (Eds.), Grenzen. Begripsvolle grenzen en grenzen aan begrip. Kortrijk: Lemmens & Maes. p. 166-182. ? Dijkstra, J. K., & Veenstra, R. (2005). Jong probleemgedrag als voorspeller voor latere criminaliteit. Tijdschrift voor Criminologie, 47, p. 300-306. ? Emmerechts, S., (2001). Pesten op school. Antwerpen: Manteau uitgeverij. ? Laevers, F., & Verhoeven, A. (2003). Procesgericht Leerlingvolgsysteem voor 12- tot 18-jarigen, Achtergrond en praktijksuggesties. Leuven: CEGO Publishers. ? Leonard, H. (2008) cursus bij nascholing omgaan met pesten in het secundair onderwijs. ? Olweus, D., (1992) treiteren op school, omgaan met pestkoppen en zondebokken in de klas. Amersfoort: College Uitgevers ? Robinson, G., (2003). Een schreeuw om hulp, de No Blame-aanpak bij pesten. Mechelen: Manteau uitgevers. ? Stevens, V., Van Oost, P., (1995). pesten op school een actieprogramma. Leuven: Garant. ? Vanachteren, P., (2006). Werkmap welbevinden op school, samen werk maken van meer welbevinden. Leuven: Cego Publishers ? Vanden Berghe, J. (2006) Koerier Dossiers Pax Christi, peermediation. Sint-Niklaas: Room ? Van der Meer, B., (2002). Kinderen en pesten, wat volwassenen ervan moeten weten en aan kunnen doen. Utrecht: Kosmos-Z&K Uitgevers. ? Van der Meer, B., (1988). De zondebok in de klas. ?s-Hertogenbosch- Nijmegen ? Vettenburg, N., Elchardus, M., & Walgrave, L. (2007). Jongeren in cijfers en letters. Leuven: Lannoo Campus. ? Walgrave, L. (2004). Herstelrecht en de wet. In B. Van Stokkom (Ed.), Straf en herstel: ethische reflecties over sanctiedoeleinden (p. 69-90). Den Haag: Boom Juridische uitgevers. Artikels: ? Graindourze, L. De No Blame-aanpak bij pesten. Afgehaald op 1 mei 2009 http://caleidoscoop.bmgroup.be/index.php?ID=36810 ? Burssens, D. (2004). Jeugd en delinquentie. Over daders, slachtoffers, preventie en aanpak. Afgehaald op 9 april 2009 van http://www.jeugdonderzoeksplatform.be/publicaties/delinquentie.PDF ? Deklerck, J. (n.d.). Existentiële kwetsbaarheid. Over jeugddelinquentie en de postmoderne samenleving. Afgehaald op 9 april 2009 van http://alum.kuleuven.be/3deleeftijd/archief%20lezingen/Samenvatting%2 0Deklerck%202008.doc ? Deboutte, G. (n.d.). Geweld op school: de zoektocht naar een gepast antwoord. Afgehaald op 8 april 2009 van https://cygnus.cc.kuleuven.be/webapps/portal/frameset.jsp?tab=courses& url=/bin/common/course.pl?course_id=_129853_1 ? Deboutte, G., & Deklerck, J. (2006). Module B, Unit B1. De ?whole school approach?: wat, waarom, waartoe (G. Deboutte, Vert.). Afgehaald op 7 april 2009 van http://www.vista-europe.org/downloads/Flemish/B1f.pdf ? Deboutte, G., Deklerck, J., O?Moore, A. M., & Minton, S. J. (2006). Module B, Unit B3. Verbondenheid als fundament voor een positieve en respectvolle schoolcultuur (G. Deboutte, Vert.). Afgehaald op 8 april 2009 http://www.vista-europe.org/downloads/Flemish/B3f.pd ? Depuydt, A. (2005). Visie van het Project Verbondenheid. Afgehaald op 9 april 2009 van http://www.law.kuleuven.be/PCW/visie.html ? Ertesvag, S. K. (2006). Module E, Unit E5. Samen op één lijn: naar een gedeelde kijk op pesten en geweld (G. Deboutte, Vert.). Afgehaald op 10 april 2009 van http://www.vista-europe.org/downloads/Flemish/E5f.pdf ? Ertesvag, S. K. & Samuelsen, A. S. (2006). Module A, Unit A2. Agressie en geweld op school: wat leren onderzoek en praktijk (G. Deboutte, Vert.). Afgehaald op 9 april 2009 van http://www.vista-europe.org/downloads/Flemish/A2f.pdf ? Patfoort, P. (n.d.). Geweldloos omgaan met elkaar. Afgehaald op 1 mei 2008 van http://www.patpatfoort.be/Tekst%201.pdf ? Ortega, R., Sanchez, V., Van Wassenhoven, L., Deboutte, G. & Deklerck, J. (2006). Module 1, Unit A1. Agressie en geweld op school: definities, situering en achtergrondinformatie (G. Deboutte, Vert.). Afgehaald op 10 april 2009 van http://www.vista-europe.org/downloads/Flemish/A1f.pdf ? VZW zinloos geweld. vlinderslag Informatief spel voor het onderwijs. Afgehaald op 10 april 2009 van http://www.zinloosgeweld.net/content/projecten/informatiefspel.php ? Vandenbroucke, F. (13 november 2007). Leerlingen en leraars betrekken bij uitstippelen preventieve maatregelen tegen geweld. Toespraak van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming. Afgehaald op 3 maart 2009 van http://www.ond.vlaanderen.be/beleid/toespraak/071113-geweld.htm
|
Frederickx, Bert
|
2009
|
| 29 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Een vermoeden van kindermishandeling in de verpleegkunde
De doelstelling van mijn AP is dat verpleegkundigen verschillende signalen van kindermishandeling kunnen observeren en herkennen. Ook dienen verpleegkundigen het handelen bij een vermoeden van kindermishandeling te kennen.
Voornamelijk
...hoofdstuk 3 beantwoord aan de doelstelling van mijn AP. Het is afgebakend tot een vermoeden van lichamelijke kindermishandeling in de verpleegkunde omdat deze vorm van kindermishandeling het meest voorkomt (Kind & Gezin, 2004). Er wordt uitgebreid aandacht besteed aan de verschillende signalen die zich kunnen voordoen bij een vermoeden van lichamelijke kindermishandeling. Verpleegkundigen dienen immers verschillende signalen van kindermishandeling te kunnen herkennen en observeren. De signalen worden ingedeeld in fysische en psychische signalen.
De fysische signalen bestaan uit brandwonden, hematomen en contusies, bijtwonden, steek- en snijwonden, fracturen, abdominale letsels en hoofdletsels. Ze worden elk ingedeeld in accidentele en niet-accidentele letsels. Hierbij is het belangrijk dat verpleegkundigen een kleine nuancering in acht nemen. De indeling volgens accidentele en niet-accidentele letsels is geen absolutie! Een voorbeeld van een uitzondering hierop is dat brandwonden ter hoogte van de handzolen volgens de literatuur veroorzaakt worden door kindermishandeling. Uiteraard kunnen deze ook accidenteel ontstaan. Dit zorgt ervoor dat het onderscheiden van accidentele en niet-accidentele letsels voor verpleegkundigen niet altijd even makkelijk is. Als hulpmiddel hierbij kunnen ze gebruik maken van de richtlijnen om accidentele letsels van niet-accidentele letsels te onderscheiden. Ook multidisciplinair overleg kan hierbij verhelderend werken.
De psychische signalen bestaan uit agressie, angst voor lichamelijk contact, depressie en verslaving. Ze worden ingedeeld in vroegtijdige en laattijdige signalen. Ook deze signalen zijn geen absolutie! Een voorbeeld van een uitzondering hierop is dat niet alle lichamelijk mishandelde kinderen agressief gedrag zullen vertonen. Ook de leeftijd, de duur en de ernst van de mishandeling spelen een grote rol bij de ontwikkeling van psychische signalen.
Ook dienen verpleegkundigen het handelen bij een vermoeden van kindermishandeling te kennen. Dit bestaat uit een soort stappenplan. Als eerste dient er een anamnese afgenomen te worden. Ten tweede worden de fysische en psychische signalen van lichamelijke kindermishandeling nagegaan. Ten derde is er de diagnosestelling. Een diagnose kindermishandeling wordt altijd gesteld door de verantwoordelijke arts. Verpleegkundigen kunnen de arts hierin wel bijstaan. Als hulpmiddel hierbij kan het sputovamo-formulier gebruikt worden. En als laatste dient er een melding gedaan te worden. In het ziekenhuis gebeurt dit meestal door een sociaal verpleegkundige in samenspraak met de arts. Uiteraard dienen andere verpleegkundigen hiervan ook op de hoogte te zijn.
References Tijdschriftartikelen Compernolle, T. (1999). Artsen hebben weinig oog voor kindermishandeling. Kind & Ziekenhuis, 22, 68-70. Lukkassen, I.M.A., Bosschaart, A.N., Markhorst, D.G. (2008). Huis-tuin-en- keukenvalpartijen: doorgaans geen goede verklaring voor ernstig letsel. Tijdschrift kindergeneeskunde, 76, 291-295. Verdouw, R., Bilo, R.A.C. (2007). Een baby met een heetwaterverbranding: accidenteel of niet accidenteel? Tijdschrift geneeskunde, 10, 16-17. Boeken Adriaenssens, P., Eggermont, E., Lampo, A., Lenaerts, M., Marneffe, C., Michiels, M. (1990). Kindermishandeling en ? verwaarlozing in Vlaanderen. Leuven: Acco. Adriaenssens, P., Smeyers, L., Ivens, C., Vanbeckevoort, B. (1998). In vertrouwen genomen. Tielt: Lannoo. Baartman, H.E.M. (1997). Opvoeden kan zeer doen: oorzaken van kindermishandeling, hulpverlening en preventie. Utrecht: Uitgeverij SWP. Bilo, R.A.C. (1990). Vroege signalering van kindermishandeling. Lochem: De Tijdstroom. De Groof, K., De Gendt, T. (2008). Kans op slagen: Een integrale kijk op geweld in gezinnen. Leuven: LannooCampus. Derksen-Lubsen, G., Van Steensell-Mol, H.A., Visser, H.K.A. (1994). Compendium kindergeneeskunde: diagnostiek en behandeling. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Vecht, R. (2000). Munchausen by proxy. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Dillen, A., Burggraeve, R., De Tavernier, J., Hanssens, J., Pollefeyt, D. (2006). Wanneer ?liefde? toeslaat. Leuven: Davidsfonds. Erol, E., Hoes, M. (2009). Op het spoor van kindermishandeling: Een outreachende benadering. Soest: Uitgeverij Nelissen. Jochems, A.A.F., Joosten, F.W.M.G. (2003). Zakwoordenboek der geneeskunde. Doetinchem: Elsevier Gezondheidszorg. Turner, N.M., Bierens, J.J.L.M. (2005). Het vitaal bedreigde kind. Doetinchem: Elsevier Gezondheidszorg. Van Dantzig, A. (2000). Mensen onder elkaar: essays over geestelijke gezondheidszorg. Amsterdam: Uitgeverij Boom. Van den Brande, J.L., Heymans, H.S.A., De Kock, I., Monnens, L.A.H., Den Ridder, K., Ulijn, R. (2003). Kindergeneeskunde voor kinderverpleegkundigen. Doetinchem: Elsevier Gezondheidszorg. Van der Straete, I., Put, J. (2006). Beroepsgeheim en hulpverlening. Brugge: die Keure Vecht, R. (2000). Munchausen by proxy. Gestoord ouderschap ? zieke kinderen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. Internetbronnen Horen, zien en praten. Vormen kindermishandeling. Gevonden op 9 maart 2009 op het internet: http://www.horenzienenpraten.be/vormenkinderen.htm Kinderrechtencommissariaat. Kinderrechteninfo. Gevonden op 22 maart 2009 op het internet: http://www.kinderrechten.be/Content.aspx?PageAction=Detail&pagId=51294&parpagId =51294 Kinderrechtencommissariaat. Kinderrechtenverdrag. Gevonden op 25 maart 2009 op het internet: http://www.kinderrechten.be/Content.aspx?pageAction=Detail&pagId=51477&parpagId= 51294) Kinderrechtencommissariaat. Over ons. Gevonden op 3 juli 2009 op het internet: http://www.kinderrechtencommissariaat.be/Content.aspx?PageAction=Detail&pagId=50 206&parpagId=50206 Kind & Gezin. (2002). Cliëntenregistratie kindermishandeling bij de Vertrouwenscentra Kindermishandeling in Vlaanderen: afkomst van de meldingen uit de gezondheidszorg. Gevonden op 18 maart 2009 op het internet: http://www.kindengezin.be/Images/KindermishandVlaandpr_tcm149-46632.pdf Nederlands Jeugdinstituut. (2008). Gevolgen van kindermishandeling: psychische gevolgen. Gevonden op 22 juli 2009 op het internet: http://www.nederlandsjeugdinstituut.nl/nji/dossierDownloads/Gevolgen_Kindermishande ling.pdf Studiedienst van de Vlaamse regering. Kindermishandeling: aantal meldingen bij de vertrouwenscentra en betrokken kinderen. Gevonden op 13 maart 2009 op het internet: http://www4.vlaanderen.be/dar/svr/Cijfers/Pages/Excel.aspx#Kindermishandeling Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. (2004). Evolutie van de meldingen: aantal meldingen en aantal gemelde kinderen. Gevonden op 13 maart 2009 op het internet: http://www.kindermishandeling.org/VK/wat_doen_we/cijfergegevens/index.jsp Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. (2004). Signalen: risicofactoren in de gezinssituatie. Gevonden op 5 juli 2009 op het internet: http://www.kindermishandeling.org/VK/volwassenen/signalen/index.jsp Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. (2004). Vormen kindermishandeling. Gevonden op 9 maart 2009 op het internet: http://www.kindermishandeling.org/VK/volwassenen/soorten/index.jsp Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen. (2004). Wat is kindermishandeling? Gevonden op 5 maart 2009 op het internet: http://www.vkantwerpen.be/kindermishandeling.php Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Brussel. Achtergronden van kindermishandeling: ?kind? factoren. Gevonden op 5 juli 2009 op het internet: http://www.kindinnood.org/index?a=alg&b=achtergronden Wikipedia. (2001). Kind. Gevonden op 22 maart 2009 op het internet: http://nl.wikipedia.org/wiki/Kind
|
Mariën, Nathalie
|
2009
|
| 30 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Leidraad voor puppyklassen gegeven door dierenartsassistenten
Mensen hebben nood aan veel begeleiding en herhaaldelijke uitleg, daar vaak de essentiële achtergrond ontbreekt. Voor de dierenarts is dit vaak tijdrovend en moeilijk om deze mensen verder te begeleiden. Indien een dierenartsassistent(e) de
... mogelijkheid kan aanbieden aan de eigenaars om puppyklassen op afgesproken tijdstippen te volgen, kan dit voor de eigenaars en de pups naar de toekomst toe tot bevredigende resultaten leiden. Dit omdat de tijdspanne beperkt is om de beginnende opvoeding te starten vooraleer de plasticiteit van de hersenen van de pup beëindigd. Het doel van dit eindwerk is om een bruikbare leidraad te maken opdat een dierenartsassistente een puppyklas zou kunnen geven. ReferencesAppleby, D. (1999). Ain?t misbehaving: a good behavior guide for family dogs (2 Bristol: Broadcast books. Appleby, D.L., Brandshaw, J.W.S., & Casey R.A. (2002). The relationship between canine aggression and avoidance behaviour by dogs and their experience in the First six months of their life, Veterinary Record, 150, 434-438 Beaumont-Graff, E., & Massal, N. (2008). Guide pratique du comportement du chien dr.). Paris: Eyrolls. Beaver, B.V. (1999). Neurologic Origins of Behaviour. In: Beaver B.V. (editor) A Guide for Veterinarians, p. 69-72. Bloom, F.E. ( 1996). Neurotransmission and the central nervous system. In: Hardman J.G. and Limbird L.E. (editors) Goodman and Gilmman?s The Pharmocological Basis of Therapeutics, McGraw-Hill. New York, p. 267-293. Bowen, J., & Heath, S. (2005). Behaviour problems in small animals, practical advice for the veterinary team (1 dr., 2 dr. in 2008). UK: Elsevier Sauders. Bradshaw, L.W.S, & Lea, A.M. (1993). Dyadic interactions between domestic dogs during exercise. Anthrozoos 5, 234-253. Doedee, G. (2007). Gedragscursus module 1, gedragsherkenning, leerprocessen, gedragsontwikkeling, relatie mens?hond en rassenleer. Onuitgegeven cursus voor het tweede jaar opleiding bachelor in Agro- en Biotechnologie afstudeerrichting dierenarts- assistent, Katholieke Hogeschool Kempen. Heath, S. (1995). Socialising puppies. The veyerinary Record, July 22, 103. Heath, S. (2005). Puppy behavior and training. Europa: Eukanuba Houpt, K.A., & Takeuchi, Y., (2003). Behavior Genetics. Veterinary Clinics of North America: Small Animal Practice, 33, 345-363. Seksel, K. (2009). Why are puppy and kitten classes important to your practice. Onuitgegeven congresnota?s NAVC Conference 2009, Sydney Animal Behaviour Service Honorary Associate University of Sydney, University of Sydney, NSW, Australia. Leys, F. (2008). Handleiding voor trainers van socialisatie en gehoorzaamheidsprogramma?s. België. Shepherd, K. (2002), Horwitz, D. (Ed.), & Mills, D. (Ed.), & Heath, S. (Ed.). BSAVA manual of canine and feline behavioural medicine. Gloucester: British small animal veterinary association. P. 8-20. Landsberg, G., & Hunthausen, W., & Ackerman (2003). Handbook of behavior problems of the dog and cat (2 dr.). Woburn: Butterworth-Heinemann. Nelissen, DS (1996). Lexicon van de gedragsbiologie. Garant: Leuven / Apeldoorn, p. 7, p. 77-78. Overall, K.L., (2003). Clinical behavioural medicine for small animals. University of Pennsylvania, Philadelphia. Pageat, P. (1999). L?homme et le chien. Paris: Editions Odile Jacob. Pageat, P. (1998). Pathologie du comportement du chien (2 dr.). Cedex: Collection Médecine vétérinaire Pluijmakers, J (2007). The history of modern dog training and its effects. Onuitgegeven cursus voor het tweede jaar opleiding master in toegepast dierengedrag , Katholieke Hogeschool Sint-Lieven. Scott, J.P., & Fuller, J.L. (1965). Genetics and the social behavior of the dog: The classic study. Chicago: The university of Chicago press. Seksel, K. (1997). Puppy socialisation classes. Veterinary clinics of North America: Small animal practice, 27 (3), 465-477. Simpson, B.S. (1997). Canine communication. The veterinary behavior clinic, Southern Pines, North Carolina, 27 (3), 445-464. Vlaamse Diergeneeskundige Werkgroep Ethologie, & Kabinet van Minister van Volksgezondheid, Consumentenzaken en Leefmilieu (2000). Symposium; Agressieve honden problematiek: Een multifactoriële benadering. Onuitgegeven nota?s bij de bijeenkomst van de V.D.W.E en het Kabinet van Minister van Volksgezondheid, Consumentenzaken en Leefmilieu. Gevonden op 25 november 2008 op het internet: http://www.blauwehond.be/mythe.pdf Gevonden op 29 maart 2009 op het internet: http://www.pfizerah.nl/html/hond/frames/index_hond.htm Gevonden op 29 maart 2009 op het internet: http://www.vetinfo.com/dencyclopedia/deindex.html
|
Vangheluwe, Elien
|
2009
|
| 31 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Invloed van de bezettingsgraad op gedragssynchronisatie bij vleeskuikens
Op 7 mei 2007 heeft de Europese Unie de nieuwe vleeskuikenrichtlijn goedgekeurd. De richtlijn gaat van kracht vanaf 30 juni 2010. De bezettingsgraad speelt een hoofdrol in de nieuwe vleeskuikenrichtlijn. Europa heeft namelijk beslist dat de
... vleeskuikenhouders de bezettingsgraad moeten terugschroeven naar 33 kg/m². Aangezien de bezettingsgraad voor een groot deel het inkomen van de vleeskuikenhouders bepaalt, is deze maatregel een heikel punt. De vleeskuikenrichtlijn is er gekomen om het welzijn van de vleeskuikens te verbeteren. Wanneer vleeskuikens hun natuurlijk gedrag niet kunnen vertonen, is dit nadelig voor het dierenwelzijn. Vaak synchroniseren vleeskuikens hun gedrag. Wanneer de vleeskuikens dit doen bij een hoge bezettingsgraad, bestaat de kans dat er een gebrek aan ruimte ontstaat in het hok. Het doel van dit onderzoek is om na te gaan welke invloed de bezettingsgraad uitoefent op de gedragssynchronisatie bij vleeskuikens.
Bij de start van de proef waren er acht hokken met elk een verschillende bezettingsgraad. Na drie weken moest één hok uit de proef gehaald worden door een bacteriële infectie. Een camera legde elke week beelden vast van het gedrag van de vleeskuikens. Nadien kon ik de beelden bekijken en het gedrag van de dieren analyseren. Ik scoorde volgende gedragingen: rusten, staan, lopen, eten, drinken, exploratiegedrag, verzorgingsgedrag en agressie. Verder keek ik ook naar het aantal verstoringen van etende en rustende vleeskuikens. Ik telde per hok het aantal dieren dat een bepaald gedrag vertoonde. Dit aantal deelde ik door het totaal aantal aanwezige vleeskuikens in het hok. Hierdoor bekwam ik een percentage. Ik gebruikte deze percentages in de statistische verwerking. De meest extreme verschillen waren te vinden tussen het hok met de laagste bezettingsgraad en het hok met de hoogste bezettingsgraad. Dit verschil is het gevolg van een ruimtegebrek in het dichtst bezette hok. Verder waren er nog verschillen op te merken tussen de andere hokken. Deze verschillen waren echter niet zo extreem. Het aantal verstoringen van rustende en etende dieren bij een hok met een hoge bezettingsgraad versterkt het beeld van het ruimtetekort. In de hokken met een lage bezettingsgraad is duidelijk te zien dat de vleeskuikens elkaar minder storen omdat er meer ruimte is.
In de proef is gebruik gemaakt van verschillende dichtheden. De bezettingsgraden, die het dichtste aanleunen tegen de vooropgestelde bezettingen van de vleeskuikenrichtlijn, geven over het algemeen betere resultaten qua synchronisatiegraad dan de synchronisatiegraad van de hokken met een hogere bezettingsgraad. De vleeskuikens kunnen, bij de door de wet vastgestelde bezettingsgraad, hun natuurlijk gedrag beter synchroniseren. Dit heeft op zich een positief effect op het dierenwelzijn. Dit kan misschien de start zijn om de vleeskuikenrichtlijn ook als iets positiefs te bekijken. Verder onderzoek zou dit echter nog moeten bevestigen.
ReferencesAndrews, S.M., Omed, H.M., & Phillips, C.J.C. (1997). The influence of a single or repeated period of high stocking density on the behaviour and response to stimuli in broiler chickens. Poultry Science, 76 (12), 1655-1660. Arnould, C., & Faure, J.M. (2003). Use of pen space and activity of broiler chickens reared at two different densities. Applied Animal Behaviour Science, 84 (4), 281-296. Gevonden op 2 juli 2007 in de Science Direct databank. Arnould, C., Bizeray, D., Faure, J.M, & Leterrier, C. (2004). Effects of the addition of sand and string to pens on use of space, activity, tarsal angulations and bone composition in broiler chickens. Animal Welfare, 13 (1), 87-94. Beauchamp, G. (2003). Group-size effects on vigilance: a search for mechanisms. Behavioural Processes, 63 (3), 111-121. Gevonden op 4 september 2007 in de Science Direct databank. Bessei, W. (1992). Das Verhalten von Broilern unter intensiven Haltungsbedingungen. Archiv für Geflügelkunde, 56 (1), 1-7. Bessei, W. (1993). Der Einflu? der Besatzdichte auf Leistung, Verhalten und Gesundheit von Broilern ? Literaturübersicht. Archiv für Geflügelkunde, 57 (3), 97-102. Bessei, W. (2006). Welfare of broilers: a review. World?s Poultry Science Journal, 62 (3), 455-466. Bizeray, D., Leterrier, C., Constantin, P., Picard, M., & Faure, J.M. (2000). Early locomotor behaviour in genetic stocks of chickens with different growth rates. Applied Animal Behaviour Science, 68 (3), 231-242. Gevonden op 3 juli 2007 in de Science Direct databank. Blair, R., Newberry, R.C., & Gardiner, E.E. (1993). Effects of lighting pattern and dietary tryptophan supplementation on growth and mortality in broilers. Poultry Science, 72 (3), 495-502. Blokhuis, H.J. (1983). The relevance of sleep in poultry. World?s Poultry Science Journal, 39 (1), 33-37. Blokhuis, H.J. (1984). Rest in poultry. Applied Animal Behaviour Science, 12 (3), 289- Blokhuis, H. J., & van der Haar, J. W. (1990). The effect of the stocking density on the behaviour of broilers. Archiv für Geflügelkunde. 54 (2), 74?77. Boa-Amponsem, K., Dunnington, E.A., & Siegel, P.B. (1991). Genotype, feeding regimen, and diet interactions in meat chickens. 2. Feeding behaviour. Poultry Science, 70 (4), 689-696. Bokkers, A.M., & Koene, P. (2002). Sex and type of feed effects on motivation and ability to walk for a food reward in fast growing broilers. Applied Animal Behaviour Science, 79 (3), 247-261. Buyse, J., Simons, P.C.M., Boshouwers, F.M.G., & Decuypere, E. (1996). Effect of intermittent lighting, light intensity and source on the performance and welfare of broilers. Poultry Science, 52 (2), 121-130. Byrne, R.W. (2005). Social cognition; imitation, imitation, imitation. Current Biology, 15, 498-500. Cameron, E.Z., & Du Toit, J.T. (2005). Social influences on vigilance behaviour in giraffes, Giraffa camelopardalis. Animal behaviour, 69 (6), 1337-1344 Campbell, A.C., & Reece, J.B. (2005). Biology. San Francisco: Pearson Carmichael, N.L., Walker, A.W., & Hughes, B.O. (1999). Laying hens in large necks in a perchery system: influence of stocking density on location, use of resources and behaviour. British Poultry Science, 40 (2), 165-176. Charles, R.G., Robinson, F.E., Hardin, R.T., & Yu, M.W. (1992). Growth, body composition, and plasma androgen concentration of male broiler chickens subjected to different regimens of photoperiod and light intensity. Poultry Science, 71 (10), 1595- 1605. Classen, H.L., Riddell, C., & Robinson, F.E. (1991). Effects of increasing photoperiod length on performance and health of broiler chickens. British Poultry Science, 32 (1), 21-29. Clayton, D.A. (1978). Socially Facilitated Behaviour. The Quarterly Review of Biology, 53 (4), 373-392. Connor, R.C, Smolker, R., & Bejder, L. (2006). Synchrony, social behaviour and alliance affiliation in Indina Ocean bottlenose dolphins, Tursiops aduncus. Animal Behaviour, 72 (6), 1371-1378. Conradt, L., & Roper, T.J. (2000). Activity synchrony and social cohesion: a fission- fusion model. Proceedings of the Royal Society: Biological Sciences, 267 (1458), 2213- 2218. Gevonden op 3 augustus 2007 op het internet: http://www.pubmedcentral.nih.gov/picrender.fcgi?artid=1690793&blobtype=pdf Cornetto, T., & Estevez, I. (2001). Influence of vertical panels on use of space by domestic fowl. Applied Animal Behaviour Science, 71 (2), 141-153. Gevonden op 16 juli in de Science Direct databank. DEFRA. (2002). Meat chickens and breeding chickens. Code of recommendations for the welfare of livestock, PB7275. Gevonden op 5 september 2007 op het internet: http://www.defra.gov.uk/animalh/welfare/farmed/meatchks/meatchkscode.pdf Docking, C.M., Van de Weerd, H.A., Day, J.E.L., & Edwards, S.A. (2007). The influence of age on the use of potential enrichment objects and synchronisation of behaviour of pigs. Applied Animal Behaviour Science, 2007, doi: 10.1016/j.applanim.2007.05.004 Duncan, I.J.H. (1998). Behaviour and behavioural needs. Poultry Science, 77(12), 1766-1772. Ekstrand, C., & Carpenter, T.E. (1998). Using a tobit regression model to analyse risk factors for foot-pad dermatitis in commercially grown broilers. Preventive Veterinary Medicine, 37 (1-4) ,219-228. Engel, J., & Lamprecht, J. (1997). Doing what everybody does? A procedure for investigating behavioural synchronization. Journal of Theoretical Biology, 185, 255-262. Estevez, I., Andersen, I.L, & Nævdal, E. (2007). Group size, density and social dynamics in farm animals. Applied Animal Behaviour Science, 103 (3-4), 185-204. Gevonden op 4 juli 2007 in de Science Direct databank. Estevez, I., & Christman, M.C. (2006). Analysis of the movement and use of space of animals in confinement: The effect of sampling effort. Applied Animal Behaviour Science, 97 (2-4), 221-240. Gevonden op 2 juli 2007 in de Science Direct databank. Estevez, I., Keeling, L.J., & Newberry, R.C. (2003). Decreasing aggression with increasing group size in joung domestic fowl. Applied Animal Behaviour Science, 84 (3), 2003, 213-218. European Commision. (2000). The welfare of broiler chickens kept for meat production (broilers). Gevonden op 11 juli 2007 op het internet: http://ec.europa.eu/food/fs/sc/scah/out39_en.pdf Europan Union. (2007). COUNCIL DIRECTIVE 2007/43/EC of 28 June 2007: laying down minimum rules for the protection of chickens kept for meat production. Gevonden op 28 maart 2008 op het internet: http://eur- lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2007:182:0019:0028:EN:PDF Fairbanks, B., & Dobson, F.S. (2007). Mechanisms of the group-size effect on vigilance in Columbian ground squirrels: dilution versus detection. Animal Behaviour, 73 (1), 115-123. Febrer, K., Jones, T.A., Donnely, C.A., & Dawkins, M.S. (2006). Forced to crowd or choosing to cluster? Spatial distribution indicates social attraction in broiler chickens. Animal Behaviour, 72 (6), 1291-1300. Gevonden op 2 juli 2007 in Science Direct databank. Feddes, J.J.R., Emmanuel, E.J., & Zuidhof, M.J. (2002). Broiler performance, body weight variance, feed and water intake and carcass quality at different stocking densities. Poultry Science, 81 (6), 774-779. Fernandez-Juricic, E., Beauchamp, G., & Bastain, B. (2007). Group-size and distance- to-neighbour effects on feeding and vigilance in brown-headed cowbirds. Animal Behaviour, 73 (5), 771-778. Freeman, B.M. (1969). The fowl and its physical environment. World?s Poultry Science Journal, 25 (2), 99-111. Gerken, M., Afnan, R., & Dörl, J. (2006). Adaptive behaviour in chickens in relation to thermoregulation. Archive für Geflügelkunde, 70 (5), 199-207. Gordon, S.H. (1992). The effect of broiler stocking density on bird welfare and performance. British Poultry Science, 33(5), 1120-1121. Hall, A.L. (2001). The effect of stocking density on the welfare and behaviour of broiler chickens reared commercially. Animal Welfare, 10 (1), 23-40. Hauser, J., & Huber-Eicher, B. (2004). Do domestic hens discriminate between familiar and unfamiliar conspecifics in the absence of visual cues? Applied Animal Behaviour Science, 85 (1-2), 65-76. Hänninen, S., Mononen, J., Harjunpää, S., Pyykönen, T., Sepponen, J., & Ahola, L. (2007). Effects of family housing on some behavioural and physiological parameters of juvenile farmed mink (Mustela vison). Applied Animal Behaviour Science, Gevonden op 31 augustus 2007 in de Science Direct databank. Heckert, R.A., Estevez, I., Russek-Cohen, E., & Pettit-Riley, R. (2002). Effects of density and perch availability on the immune status of broilers. Poultry Science, 81 (4), 451-457. Heyes, C.M. (1993). Imitation, culture and cognition. Animal Behaviour, 46 (5), 999- 1010. Heyes, C.M., Ray, E.D., Mitchell, C.J., & Nokes, T. (2000). Stimulus enhancement: controls for social facilitation and local enhancement. Learning and motivation, 31 (2), 83-98. Hoerl, E.N. (2004). Foraging strategies, use of space and aggressive behavior of domestic fowl (Gallus gallus domesticus). Gevonden op 16 juli 2007 op het internet: https://drum.umd.edu/dspace/bitstream/1903/1431/1/umi-umd-1474.pdf Hoppitt, W., Blackburn, L., & Laland, K.N. (2007). Response facilitation in the domestic fowl. Animal Behaviour, 73 (2), 229-238. Gevonden op 3 juli 2007 in de Science Direct databank. Hughes, B.O., & Elson, H.A. (1977). The use of perches by broilers in floor pens. British Poultry Science, 18, 715-722. Jensen, A.B., Palme, R., & Forkman, B. (2006). Effect of brooders on feather pecking and cannibalism in domestic fowl (Gallus gallus domesticus). Applied Animal Behaviour Science,. 99 (3-4), 287?300. Gevonden op 8 november 2007 in de Science Direct databank. Jeschke, J.M., & Tollrian, R. (2007). Prey swarming: which predators become confused and why? Animal Behaviour, 74 (3), 387-393. Julian, R.J. (2005). Production and growth related disorders and other metabolic diseases of poultry ? A review. The Veterinary Journal, 169, 350-369. Gevonden op 10 september 2007 in de Science Direct databank. Kristensen, H.H., Aerts, J.M., Leroy, T., Wathes, C.M., & Berckmans, D. (2006). Modelling the dynamic activity of broiler chickens in response to step-wise changes in light intensity. Applied Animal Behaviour Science, 101 (1-2), 125-143 Leone, E.H., Estevez, I., & Christman, M.C. (2007). Environmental complexity and group size: Immediate effects on use of space by domestic fowl. Applied Animal Behaviour Science, 102(1-2), 39-52. Gevonden op 2 juli 2007 in de Science Direct databank Lian, X., Zhang, T., Cao, Y., Su, J., & Thirgood, S. (2007). Group size effects on foraging and vigilance in migratory Tibetan antelope. Behavioural Processes, 76 (3), 192-197. Gevonden op 4 september 2007 in de Science Direct databank. Lewis, N.J., & Hurnik, J.F. (1990). Locomotion of broiler-chickens in floor pens. Poultry Science, 69 (7), 1087-1093. Malleau, A.E., Duncan, I.J.H., Widowski, T.M., & Atkinson, J.L. (2007). The importance of rest in young domestic fowl. 2007, Applied Animal Behaviour Science, 106 (1-3), 52- 69. Gevonden op 2 juli 2007 in de Science Direct databank. Manning, L., Chadd, S.A., & Baines, R.N. (2007). Water consumption in broiler chicken: a welfare indicator. World?s Poultry Science Journal, 63 (1), 63-71 Masic, B., Wood-Gush, D.G.M., Duncan, I.J.H., McCorquodale, C., & Savory, C.J. (1974). A comparison of the feeding behaviour of young broiler and layer males. British Poultry Science, 15 (5), 499-505. Martrenchar, A., Huonnic, D., Cotte, J. P., Boilletot, E., & Morisse, J. P. (2000). Influence of stocking density, artificial dusk and group size on the perching behaviour of broilers. British Poultry Science, 41 (2), 125-130. Mauldin, J.M. (1992). Applications of behaviour to poultry management. Poultry Science, 71 (4), 634-642. Murphy, L.B., & Preston, A.P. (1988). Food availability and the feeding and drinking behaviour of broiler chickens grown commercially. British Poultry Science, 29 (2), 273- Murphy, L.B., & Preston, A.P. (1988). Time-budgeting in meat chickens grown commercially. British Poultry Science, 29 (3), 571-580. Newberry, R.C., Estevez, I., & Keeling, L.J. (2001). Group size and perching behaviour in young domestic fowl. Applied Animal Behaviour Science, 73 (2), 117-129. Gevonden op 3 juli in de Science Direct databank. Newberry, R.C., & Hall, J.W. (1990). Use of pen space by broiler chickens: Effects of age and pen size. Applied Animal Behaviour Science, 25 (1-2), 125-136. Newberry, R.C., Keeling, L.J., Estevez, I., & Bilcik, B. (2007). Behaviour when young as a predictor of severe feather pecking in adult laying hens: The redirected foraging hypothesis revisited. Applied Animal Behaviour Science, 107 (3-4), 262-274. Gevonden op 8 november 2007 in de Science Direct databank. Nicol, C.J. (1995). The social transmission of information and behaviour. Applied Animal Behaviour Science, 44 (2-4), 79-98. Nicol, C. (2006). How animals learn from each other. Applied Animal Behaviour Science, 100 (1-2), 58-63. Nicol, C.J., & Pope, S.J. (1994). Social learning in small flocks of laying hens. Animal Behaviour, 47 (6), 1289-1296. Nielsen, B.L. (2004). Behavioural aspects of feeding constraints: do broilers follow their gut feelings? Applied Animal Behaviour Science, 86 (3-4), 251-260. Gevonden op 2 juli 2007 in de Science Direct databank. Nielsen, B.L., Litherland, M., & Nøddegaard, F. (2003). Effects of qualitative and quantitative feed restriction on the activity of broiler chickens. Applied Animal Behaviour Science, 83 (4), 309-323. Odén, K., Berg, C., Gunnarson, S., & Algers, B. (2004). Male rank order, space use and female attachment in large flocks of laying hens. Applied Animal Behaviour Science, 87 (1-2), 2004, 83-94. Gevonden op 3 juli 2007 in de Science Direct databank. Odén, K., Vestergaard, K.S, & Algers, B. (2000). Space use and agonistic behaviour in relation to sex composition in large flocks of laying hens. Applied Animal Behaviour Science, 67 (4), 307-320. Gevonden op 2 juli 2007 in de Science Direct databank. Olsson, I.A.S., Duncan, I.J.H., Keeling, L.J., & Widowski, T.M. (2002). How important is social facilitation for dustbathing in laying hens? Applied Animal Behaviour Science, 79 (4), 285-297. Palestis, B.G., & Burger, J. (1998). Evidence for social facilitation of preening in the common tern. Animal Behaviour, 56 (5), 1107-1111. Gevonden op 16 juli 2007 in de Science Direct databank. Pays, O., Jarman, P.J., Loisel, P., & Gerard, J.F. (2007). Coordination, independence or synchronization of individual vigilance in the eastern grey kangaroo. Animal Behaviour, 73 (4), 595-604. Perré, Y., Wauters, A.M., & Richard-Yris, M.A. (2002). Influence of mothering on emotional and social reactivity of domestic pullets. Applied Animal Behaviour Science, 75 (2), 133?146. Gevonden op 8 november 2007 in de Science Direct databank. Pettit-Riley, R., & Estevez, I. (2001). Effects of density on perching behaviour of broiler chickens. Applied Animal Behaviour Science, 71 (2), 127-140. Gevonden op 3 juli 2001 in de Science Direct databank. Pettit-Riley, R., Estevez, I., & Russek-Cohen, E. (2002). Effects of crowding and access to perches on aggressive behaviour in broilers. Applied Animal Behaviour Science, 79 (1), 2002, 11-25. Gevonden op 2 juli 2007 in de Science Direct databank. Reiter, K., & Bessei, W. (1999). Das Verhalten von Broilern in Abhängigkeit von Gruppengrö?e und Besatzdichte. Archiv für Geflügelkunde, 64 (3), 93-98. Riber, A.B., Nielsen, B.L., Ritz, C., & Forkman, B. (2007). Diurnal activity cycles and synchrony in layer hen chicks (Gallus gallus domesticus). Applied Animal Behaviour Science, Gevonden op 2 juli 2007 in de Science Direct databank. Roden, C., & Wechsler B. (1998). A comparison of the behaviour of domestic chicks reared with or without a hen in enriched pens.. Applied Animal Behaviour Science, 55 (3-4), 317-326. Gevonden op 3 juli 2007 in de Science Direct databank. Rodenburg, T.B., Komen, H., Ellen, E.D., Uitdehaag, K.A, & van Arendonk, J.A.M. (2007). Selection method and early-life history affect behavioural development, feather pecking and cannibalism in laying hens: A review. Applied Animal Behaviour Science. doi:10.1016/j.applanim.2007.09.009. Gevonden op 7 november 2007 in de Science Direct databank. Rodenburg, T.B., & van Harn, J. (2004). Organic broiler husbandry. Gevonden 27 maart 2008 op het internet: http://library.wur.nl/file/wurpubs/LUWPUBRD_00338808_A502_001.pdf Ross, P.A., & Hurnik, J.F. (1983). Drinking behaviour of broiler chicks. Applied Animal Ethology, 11 (1), 25-31. Rook, A.J., & Penning, P.D. (1991). Synchronisation of eating, ruminating and idling activity by grazing sheep. Applied Animal Behaviour Science, 32 (2-3), 157-166. Ruckstuhl, K.E., & Neuhaus, P. (2001). Behavioral synchrony in ibex groups: effects of age, sex and habitat. Behaviour, 138 (8), 1033-1046. Sanotra, G.S., Damkjer Lund, J., & Vestergaard, K.S. (2002). Influence of light-dark schedules and stocking density on behaviour, risk of leg problems and occurrence of chronic fear in broilers. British Poultry Science. 43 (3), 344-354. Sarova, R., Spinka, M. & Arias Panmama, J.L. (2007). Synchronization and leadership in switches between resting and activity in a beef cattle herd ? A case study. Applied Animal Behaviour Science, 108 (3-4), 327-331. Savory, C.J., Wood-Gush, D.G.M. & Duncan, I.J.H. (1978). Feeding behaviour in a population of domestic fowls in the wild. Applied Animal Ethology, 4 (1), 13-27. Shanawany, M.M. (1988). Broiler performance under high stocking densities. British Poultry Science, 29 (1), 43-52. Souris, A.C., Kaczensky, P., Julliard, R., & Walzer, C. (2006). Time budget-, behavioural synchrony- and body score developments of a newly released Przewalski?s horse group Equus ferus przewalskii, in the Great Gobi B strictly protected area in SW Mongolia. Applied Animal Behaviour Science. Gevonden op 16 juli 2007 in de Science Direct databank. SPSS Inc. (2006). SPSS Advanced Models? 15.0. Gevonden op 25 maart 2008 op het internet: http://gsic.syr.edu/manuals/spss/SPSS%20Advanced%20Models%2015.0.pdf Stricklin, W.R., Graves, H.B., & Wilson, L.L. (1979). Some theoretical and observed relationships of fixed and portable spacing behaviour of animals. Applied Animal Ethology, 5 (3), 201-214. Su, G., Sørensen, P., & Kestin, S.C. (1999). Meal feeding is more effective than early feed restriction at reducing the prevalence of leg weakness in broiler chickens. Poultry Science, 78 (7), 949-955. Tolman, C.W. (1964). Social facilitation of feeding behaviour in the domestic chick. Animal Behaviour, 12 (2-3), 245-251. Van de Weerdhof, A.M. (1995). NH3-emissie in relatie tot bezettingsdichheid. Studiemiddagen vermeerdering en broederij, pelsdierenhouderij, vleeskuikenshouderij en konijnenhouderij, 36, 44-45. Gevonden op 3 augustus 2007 op het internet: http://www.veehouderij.nl/index.asp?producten/boeken/index.asp?Reeks=Publicatie Voeten, A.C. (1987). Gezond pluimvee. Warnsveld: Terra Zutphen. Wauters, A.M., Richard-Yris, M.A., & Talec, N. (2002). Maternal influences on feeding and general activity in domestic chicks. Ethology, 108 (6), 529?540. Ward, J.M., Houston, D.C., Ruxton, G.D., McCafferty, D.J., & Cook, P. (2001). Thermal resistance of chicken (Gallus domesticus) plumage: a comparison between broiler and free-range birds. British Poultry Science, 42 (5), 558-563. Wathes, C.M., & Clarke, J.A. (1981). Sensible heat transfer from the fowl: radiative and convective heat losses from a flock of broiler chickens. British Poultry Science, 22 (2) 185-196. Weeks, C.A., Danbury, T.D. , Davies, H.C., Hunt, P., & Kestin, S.C. (2000). Behaviour of broiler chickens and its modification by lameness. Applied Animal Behaviour Science, 67 (1) , 111-125. gevonden op 2 juli 2007 in Science Direct databank. Weeks, C.A., Nicol, C.J., Sherwin, C.M., & Kestin, S.C. (1994). Comparison of the behaviour of broiler chickens in indoor and free-range environments. Animal Welfare, 3, 179-192. Wiers, W.J., Kiezerbrink, M., & van Middelkoop, K. (2001). Zitstokgebruik en beweeglijkheid, Praktijkonderzoek Veehouderij, 15 (1), 17-20. Gevonden op 4 april 2007 op het internet: http://www.pv.wageningen- ur.nl/index.asp?producten/boeken/praktijkonderzoek/pnk/200104017020.asp Woodcock, M.B., Pajor, E.A., & Latour, M.A. (2004). The effects of hen vocalizations on chick feeding behaviour. Poultry Science, 83 (12), 1940-1943. Yahav, S. (2004). Ammonia affects performance and thermoregulation of male broiler chickens. Animal Research, 53 (4), 289-293. Yu, M.W., Robinson, F.E., Clandinin, M.T., & Bodnar, L. (1990). Growth and body composition of broiler chickens in response to different regimens of feed restriction. Poultry Science, 69 (12), 2074-2081. Zajonc, R.B. (1965). Social facilitation, Science, 149, 269-274. Zentall, T.R. (2007). Imitation: definitions, evidence, and mechanisms. Animal Cognition, 9 (4), 335-353.
|
De Vrij, Koen
|
2008
|
| 32 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Welzijn en gezondheid bij varkens : Effecten van de huisvesting bij dragende zeugen en vleesvarkens
Het eindwerk bestaat uit 2 grote delen. Als eerste deel heb ik de stress die groepshuisvesting op de zeugen met zich meebrengt besproken. In het 2e deel werden de biggen opgevolgd van geboorte tot slacht, waarbij verschillende invloedsfacto
...ren in rekening gebracht werden.
De reden waarom in koos voor het eerste thema is voor mij voor de hand liggend. Sinds 2005 is ook op ons gesloten varkensbedrijf thuis, groepshuisvesting in voege. De ervaring die ik hiermee opgebouwd had leerde me dat de zeugen weliswaar nu konden rondlopen en meer beweegruimte hadden. Maar dat dit toch zeker niet voor alle zeugen een verbetering was, wetend dat je in elke groep steeds dominante en zwakke individuen hebt. Wat ervoor zorgt dat er steeds enkele zeugen verstoten worden in een groep. Door de vele urinestalen die genomen en onderzocht werden was dan ook duidelijk te zien dat er stress pieken aanwezig waren bij de zeugen in het begin van de groepshuisvesting, deze daalden in de loop van de tijd. Alle externe factoren die een invloed zouden kunnen hebben op de stress, o.a. temperatuur en wind, werden mee in rekening gebracht. Ook werd gekeken of een groep die minder vierkantenmeters ter beschikking had, meer of minder stress had dan een groep die wel aan de wettelijke eisen voldeed. Uit onze proeven blijkt immers van niet?
Bij het tweede thema werd nagegaan hoe op het eerste zicht vanzelfsprekende parameters grote gevolgen kunnen hebben op de productie van de vleesvarkens. Deze risicofactoren kunnen nochtans vaak eenvoudig gecorrigeerd worden zodat zowel het welzijn van de dieren als het inkomen van de varkenshouder geoptimaliseerd wordt. Het ventilatieniveau, pH van het drinkwater, nies en hoest, temperaturen en het ras werden mee in rekening gebracht. Sommige parameters bleken helemaal geen invloed te hebben op de groei of gezondheid, andere dan weer net wel.
Om een echte betrouwbare conclusie te trekken, moet meer onderzoek gebeuren, een diepgaand onderzoek op één bedrijf met een bepaald stalconcept kan geen referentie zijn voor de hele varkenssector waarvoor zovele verschillende stalconcepten bestaan, dit zowel in de zeugen als de vleesvarkenshouderij.
ReferencesAarnink A.J.A., van der Hoek K.W., 2004. opties voor de reductie van fijn stof emissie uit de veehouderij. Agrotchnologie & food innovations, Wageningen, December 2004, Agriconstruct, 2006. Berekening mechanische ventilatie varkens. Ilvo Vlaanderen, 2006. Andersen I.L., Naevdal E., Bakken M., Boe K.E., (2004). Aggression and group size in domesticated pigs, sus scrofa:?when the winner takes it all and the loser is standig small?. Animal Behaviour. 68: 965-975 Arey D.S., Edwards S.A. (1998). Factors influecing agression between sows after mixing and the consequences for welfare and production. Livestock Production Science. 56. 61-70. Barnet J.L., Hemsworth P.H., Cronin G.M., (1993). Efects of pen size partial stalls and method of feeding on welfare-related behavioural and physiological responses of group- housed pigs. Animal Behaviour Science. 36:111-112 Barnett J.L., Cronin G.M., McCallum T.H., (1996) Effects of grouping unfamiliar adult pigs after dark, after treatment with amperozide and by using pens with stalls, on agression, skin lesions and plasma cortisol concentrations. Animal Behaviour Science.50:121-133. Barnett J.L., Hemsworth P.H., Cronin G.M. (2001). A review of the welfare issues for sows and piglets in relation to housing. Australië Journal of Agricultural Research. 52.1- Blocks G.H.M., Vernooy J.C.M., Verheijden J.H.M., 1994. Integradted quality control project relationship between pathological findings detected at the slaughterhouse and information gathered in a veterinary health scheme at pig farms. Web of Science, juli 1994. Vol 16. 123-127. Broom D.M., (1991). Animal welfare: concepts and measurements. Journal of Animal Science, 69. 4167-4175. Brouns F., Edwards S.A., (1997) The effect of dieatary inclusion of sugar-beet pulp on feeding behaviour of dry sows. Animal of Sciences 65. 129-133. Cercosoft Ceres, 2007. Varkensprogramma 7.4: kengetallen in de varkenshouderij. Oudernaarde, 2007. Commission Directive 2001/93/EC. Laying down minimum standards for protection of pigs. (91/630/EEG) Conotte G., 2007. Kwaliteit drinkwater in varkensstallen nog niet optimaal. Diergezondheid (Nederland). Dierengezondheid 46. juni 2007. Ekkel E.D., (1997) The impact of farrow-to-finish production on health and welfare of pigs. Institue of Animal Science and Health. News and information, 1997 vol. 18 nr 4. 111-116 Pieter Peeraer 85 Welzijn en gezondheid bij varkens Ekkel E.D., Van Doorn C.E.A., Hessing M.J.C., Tielen M.J.M. (1995). The specific- stress-free housing system has positive effects on productivity, health and welfare of pigs. Journal of Animal Science 73. 1544-1551. Ellen H.H., Aarnink A.J.A., 2006. Processes and factors influencing fine dust emission from livestock production. Animal Sciences Group, Wageningen, oktober 2006. 29. Ellen, H.H., Van Harn J., Veldkamp T.,2005. Desk study on possibilities to reduce ammonia emission from broiler houses. Animal Sciences Group, Wageningen UR, juli 2005. Geers R., Dellaert B., Goedseels V., Hoogerbrugge A., Vranken E., Maes F., Berckmans D.,(1989). An assessment of optimal air temperatures in pig houses by the quantification of behavioural and health-related problems. Britisch Society of Animal Production, 48. 571-578. Geers R., Vranken E., De Laet B., Maes F (1987). Lasting effects of housing conditions after weaning on feed efficiency and carcass grades of growing-finishing pigs, an analysis of field data. Livestock Production Science, 16. 175-186. Gonyou, H.W., (1994). Why the study of animal behaviour is associated with the animal Welfare issue. Journal of Animal Science, 72. 2171-2177. Hay M., Mormède P., (1997). Determination of Catecholamines and methoxycatecholamines excretion patterns in pig and rat urine by ion-exhange liquid chromotography with electrochemical detection. Journal of Chromatography. 703: 15- Hay M., Orgeur P., Levy F., Le Dividich J., Concordet D., Nowak R., Schaal B. (2001). Neuro endocrine consequences of very early weaning in swine. Physiology and behaviour, 72. 263-269. Hendriks H.J.M., Pedersen B.K., Vermeer H.M., Wittmann M., 1998. Pig Housing systems in Europe: current distribuions and trends. Pig News Information 1998 vol 19 nr 4. 97-104. Hessing M.J.C., Tielen M.J.M., (1994). The effect of climatic envrironment and reclocating and mixing on health status and productivity of pigs. Agrarisch Universiteit Wageningen. Animal productions vol. 59. 131-139. Hopsters H., (2003). Krijgen gestresste varkensmoeders probleembiggen? ID-lelystad, april 2003. Janczak A.M., Pedersen L/J/, Rydhmer L. (2003). Relation between early fear- and anxiety-related behaviour and maternal ability in sows. Animal Behaviour Science.90: 21-30. Janczak M.A., Pedersen L.J., Bakken M., (2002) Aggression, fearfulness and coping styles in female pigs. Applied Animal Behaviour Science. 81: 13-28 Jensen A., Blaha T., 1997. relationship between management and hygiëne factors in pig herds and slaughter check results. Web of Science, vol 78, 494. Pieter Peeraer 86 Welzijn en gezondheid bij varkens Kerr C.A., Giles L.R., Jones M.R., Reverter A. (2005). Effects of grouping unfamiliar cohorts, high ambient temperature and stocking density on live performance of growing pigs. American Society of Animal Science, 83. 908-915 Kjaer Bonde M.(2003). Welfare assessment in a commercial sow herd. Danish Institue of Agriculture Sciences, report Animal Husbandry 46.6-98 Krandendonk G., Wiegant V.M., Taverne M.A.M., (2006). Prenatale stress bij varkens. Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Lamers J. (2005) Varkenshouders kiezen voor ventilatieplafond. Varkens 4. 20/04/2005, 22-23 Lawrence A.B., Terlouw E.M.C. (1993). A review of behavioral factors involved in the development and continued performance of stereotypic behaviors in pigs. Journal of Animal Science. 71. 2815-1825. Mendl M., Zanella A.J., Broom D.M., (1992). Physioogical and reproductive correlates of behavioural strategies in female domestic pigs. Animal Behaviour Science. 44:1107- 1121. Minkus, D., Schutte, A., Von Mickwitz, G., Beurling, D., 2004. Lungengesundheit, Fleischleistung und Fleischschreifung beim Schwein. Die Fleischwirtschaft. 2005. Mores N., Barioni W., Sobestansky J., Dalla Costa O.A. (2001). Estimating of pneumonia by coughing and atrophic rhinitis by sneezing indices in swine. Arquivo brasileiro medicina veterinaria zootecnia, juni 2001. vol 53. 284-289 Morris C.R., Gardener I.A., Hietala S.K., (1995). Enzootic pneumonia- comparison of cough and lung lesions as predictors of weight- gain in swine. Canadian journal of veterinary research, vol. 59. 197-204. Morrison S.R., Mount L.E., (1971). Adaptation of growing pigs to changes in envoronmental temperature. A.R.C. institue of Animal Physiology, Babraham, Cambridge, 13. 51-57 Morrison S.R., Mount L.E., 1971. Adaption of growning pigs to changes in environmental temperature. Institue of animal physiology. Babraham, Cambridge. 1971, 13: 51-57. Mostl E., Palme R. (2002). Hormones as indicators of stress. Domestic animal Endocrinology, 23. 67-74. Nechelput H.,Coucke D, 2004. Water, elke druppel telt: varkenshouderij. Vlaamse Milieu Maatschappij, afdeling water. 2004, 28. Parmentier, M.T., 1999. Slachtlijnbevindingen en de uitleg der verschillende methodes. Peet-Schwering, C.M.C. en Plagge J.G., 1995. Effect van multifasenvoedering op de technische resultaten en het waterverbruik van borgen en zeugen. Proefverslag Proefstation voor de Varkenshouderij. 1995. Nr. 140, 32. Pol F., Courboulay V., Cote J.P., Martrenchar A. (2001). Urinary cortisol as an additional tool to asses the welfare of pregnant sows kept in two types of housing. INRA EDP Sciences 33. 13-22 Pieter Peeraer 87 Welzijn en gezondheid bij varkens Quiniou N., Dagorn J., Gaudré D. (2002). Variation of piglets? birth weight and consequences on subsequent performance. Livestock Production Science 78. 63-70. Quinton V.M., Wilton J.W., Robinson J.A., Mathur P.K. (2005). Economic weights for sow productivity traits in nucleus pig populations. Livestock Science 2006, nr 99. 69- Rens M. (2007). Département Productions et Nutrition animales: optimiser les modes de conduite des troupeaux, etudier le bien-être et l?ethique en production animale. Centre Wallon de recherces agronomiques. Gembloux 24-04-2007. Rinaldo D., Le Dividich J, Noblet J., 2000. Adverse effects of tropical climate on voluntary feed intake and performance of growning pigs. Livestock Productions Science 66. Jan 2000. 223-234 Rinaldo D., Le Dividich J., Noblet J., (2000). Adverse effects of tropical climate on voluntary feed intake and performance of growing pigs. Live Production Science 66. 223-234. Rivier C., Rivest S. (1991). Effect of stress on the activity of the hypothalamic-pituitary- gonadal axis:peripheral and central mechanism.Biology of Reproduction 45. 523-532. Roelofs P.F.M.M., Binnendijk G.P., 2000. Respiratory health effectsof dust in pig houses and the effect of an adapted ventilation system. Praktijkonderzoek Varkenshouderij, Rosmalen, juni 2000. 47. Schets C., During M., Heijnen L., 2004. Escherichia coli in drinkwater uit zelfstandige eigen winningen. Wageningen. April, 2004. Sleurink D., (2005). Gedrag varkens vertelt veel over klimaat. Varkens 4. 20/04/2005, 20-21 Smits M.C.J., van Duinkerken G., Monteny G.J., 2002. Mogelijkheden van ammoniak emissie beperkende voermaatregelen in de melkveehouderij. Praktijkonderzoek veehouderij, wageningen, juni 2002. Stark K. D.C., 2000. Epidemiological investigation of the influence of environmental risk factors on respiratory diseases in swine. The Veterinary Journal 2000. 159, 37-56. Stark K.D.C. (1999) The role of infectious aerosols in disease transmission in pigs. The veterinary Journal, 158. 164-181 Suls L., Groepsgewijs management systemen in de varkenshouderij. Janssen Animal Health.1-35 Swiergiel A.H., Ingram D.L., 1984. Effect of diet and temperature acclimation on thermoregulatory behaviour in piglets. Physiology and Beavior, Babraham, Cambridge, nov. 1984. Thelosen J., (2005). Lucht ondergronds binnenhalen is de trend. Varkens 4. 30-31 Turner S.P., Farnworth M.J., White I.M.S., (2006). The accumulation of skin lesions and their use as a predictor of individual aggressiveness in pigs. Animal Behaviour Science. 96. 245-259. Pieter Peeraer 88 Welzijn en gezondheid bij varkens Turner, S.P. , Allcroft, D.J., Edwards S.A.(2002). Housing pigs in large social groups a review of implications for performance and other economic traits. Livestock Productions Science, 82: 39-51. Van den Houte W.(2005). Porcode, Groepshuisvesting voor dragende zeugen. Limko Van der Gaag,M.A., Mul M.F., Bokma-baaker M.H., 2003. Checklists to control salmonella at finishing pig farms. Animal Sciences Group,Wageningen UR, juni 2003. Van der Lende T., de Jager D., (1991). Death risk and preweaning growth rate of piglets in relation to the within-litter weight distribution at birth. Livestoch production Science, 28. 73-84 Van Gansbeke S., Vettenburg N., Tylleman S., (2002). Groepshuisvesting van zeugen. Vlaamse Overheid. 151. Van Gansebeke S., 2007. Mestgedrag van varkens sturen? Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, afdeling Landbouwvoorlichting. Van Horen M., (2007). Klimaatregeling in varkensstallen. Dierengezonheidszorg. 16/07/2007, 1-4 Van Horen M., 2002. Klimaatregeling in varkensstallen. Dierengezondheidszorg Vlaanderen. Van Wagenberg A.V., Metz J.H.M., Den Hartog L.A., 2005. Methods for evaluation of the thermal environment in the animal occupied zone for weaned piglets. Transaction of the asae, dec 2005. Vol 48. 2323-2332. Van Wagenberg V., 2001. Microklimaatmetingen geven inzicht in prestaties klimaatsysteem. Praktijkonderzoek Veehouderij, februari 2001. Vandenbosch A.,(2005). Steeds het juiste klimaat nastreven. Landbouw&Techniek 12, 24/06/2005, 4-6 Verstegen M. W. A. , 1970. Influence of environmental Temperature on energy metabolism of growning pigs housed individually and in groups. Departement of animal husbandry, wageningen. 1970. Verstegen M.W.A. (1971). Influence of environmental temperature on energy metabolism of growing pigs housed individually and in groups. Department of animal husbandry, state agricultural university wageningen, 71-2. 4-96 Vlaams Informatiecentrum over Land- en Tuinbouw (2006). Landbouwrapport 2006. Von Borell E., Van den Weghe S. (1998). Criteria for the assessment of pig housing. Pig News and information vol. 19 nr 4. 93N-96N. Wellock I.J., Emmans G.C., Kyriazakis I. (2004). Modeling the effects of stressors on the performance of populations of pigs. American Society of Animal Science, 82. 2442? 2450. Pieter Peeraer 89 Welzijn en gezondheid bij varkens Wolter B.F., Ellis M., Corrigan B.P., Dedecker J.M., (2002). The effect of birth weight and feeding of supplemental milk replacer to piglets during lactation on preweaning and postweaning growth performance and carcass characteristics. Department of Animal Sciences, University of Illinois, 80. 301-308.
|
Peeraer, Pieter
|
2008
|
| 33 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Opvoeding van moederloze pups en kittens
Of het nu wegwerpjongen of andere moederloze jongen zijn, hen opvoeden blijft even moeilijk.
Het opvoeden van wegwerpjongen of moederloze jongen door mensen is een moeilijke opgave. Daarom dient er een goede overweging aan vooraf te gaa
...n. Naast voldoende tijd en inzet is er ook veel geduld voor nodig. De eigenaar moet zich ook bewust zijn van de financiële zijde van het verhaal. En ondanks al de mogelijke input bestaat altijd het risico dat het slecht afloopt.
Na het bepalen van ras, geslacht, leeftijd en gezondheid (uiterlijk en innerlijk) van het jong of de jongen begint het eigenlijke werk pas. Dat wil zeggen op zoek gaan naar een goede huisvesting, de dieren voederen (dag en nacht), hun gewicht controleren, hen socialiseren en bij de dierenarts langsgaan voor de nodige inentingen en dergelijke. En zeker niet te vergeten zijn de extra hygiënische maatregelen die de eigenaar moet treffen.
|
Sammels, Veerle
|
2006
|
| 34 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Alpaca's : Het alternatieve huisdier
Steeds meer mensen tonen interesse in het houden van alpaca's als huisdier. Deze dieren worden dan vergeleken met klassiekere huisdieren zoals schapen, herten,...
Veel mensen die op zoek zijn naar informatie over alpaca's, stuiten op een
... probleem. Er is namelijk zeer weinig Nederlandstalige informatie te vinden over alpaca's. Met dit eindwerk wil ik daar verandering in brengen. Mensen die van plan zijn alpaca's te gaan houden, maar ook mensen die al met alpaca's werken, probeer ik zo goed mogelijk te informeren over deze dieren.
Hiervoor heb ik zoveel mogelijk informatie uit Engelstalige boeken verzameld en samengebracht.
In dit eindwerk worden essentiële dingen besproken zoals het gedrag, de huisvesting en de verzorging van alpaca's.
"Hoe zie ik hoe mijn alpaca zich voelt? Wat geef ik mijn alpaca te eten?" zijn vragen die in dit eindwerk beantwoord worden. Het leren begrijpen van het gedrag van alpaca's is van groot belang voor het welzijn van deze dieren.
Hoe men alpaca's best kan vasthouden om ze te verzorgen of wanneer de dierenarts moet komen voor de dieren, komt aan bod in dit eindwerk.
Als men dacht dat alpaca's moeilijk te huisvesten zijn, dan wordt er in dit eindwerk het tegendeel bewezen.
Ook ontworming en vaccinatie worden besproken. Men wist misschien nog niet dat alpaca's ook ontwormd en gevaccineerd moeten worden?
Waarom nu juist de alpaca een alternatief huisdier kan zijn wordt besproken in dit eindwerk.
ReferencesBoeken: Hoffman, E. (2006). The Complete Alpaca Book. Californië: Bonny Doon Press. Fowler, M. E (1998). Medicine and Surgery of South American Camelids. Iowa: Blackwell Publishing. McGee Bennet, M. (2006). The Camelid Companion: Handling and Training Your Alpacas & Llamas. Oregon: Raccoon Press. Klaver, P.S.J. (2006). Zakwoordenboek van de Diergeneeskunde. Doetinchem: Elsevier. Handleiding: Sheets, T. (2006). Alpacas: A Getting Started Guide. Gevonden op 17 oktober 2007 op het internet: http://www.ourheritagefarm.com/GettingStarted.html Websites: Gevonden op 17 oktober 2007 op het internet: http://www.alpaca-international.com/ Gevonden op 17 oktober 2007 op het internet: http://www.alpaca-ranch.nl/ Gevonden op 25 maart 2008 op het internet: http://www.garvo.nl/ Gevonden op 25 maart 2008 op het internet: http://www.suavealpaca.be/ Dierenarts: Dr. Theo Martens Kamperbaan 98 3940 Hechtel-Eksel
|
Vandermaesen, Nicky
|
2008
|
| 35 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Dierenwelzijn in de varkenshouderij : Toepassing op een zeugenbedrijf : Toepassing op een zeugenbedrijf
|
Mertens, Dolf
|
2003
|
| 36 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Socialisatie van honden in laboratoria : De schuwe hond in het bijzonder
In dit eindwerk wordt er bekeken of de huidige socialisatie van de honden bij Janssen Pharmaceutica, meer specifiek de schuwe types, verbeterd kan worden. Naast het bespreken van allerlei mogelijke alternatieven/bijdragen, wordt er ook gezo
...cht naar een goede manier om dit allemaal te evalueren. In de loop van het eindwerk zal elk aspect apart besproken worden. ReferencesAppleby, D., Bradshaw, J.W.S., Pluijmakers, J. (2005). Does exposing puppies to video images increase behavioural organisationand decrease the potential for the development of fear and inappropiate avoidance behavoir? Onuitgegeven notulen van de 11de jaarlijkse vergadering van de European Society of Veterinary Clinical Ethology, Marseille. Bohnenkamp, G., Dunbar, I. (1985). Behaviour Booklets: Socialisation. Oakland: James & Kenneth Cynopédie Chiens De Race (2006). Test d?Aptitude Naturelle (TAN) Gevonden op 11 augustus 2006 op het internet : http://www.chiensderace.com/doc/manifestations/tan.html Deag, J.M. (1980). The Institute of Biology?s Studies in Biology no. 118 : Social Behaviour of Animals. Londen: Edward Arnold (Publishers) Limited Dejong, M., Sannen, E. (2004). Van clicker tot gehoorzame hond (3 dr.). Warffum: Welzo Media Productions. Dierckx, P. (2002). Karakterbeoordeling van honden en regels voor het omgaan met honden. Onuitgegeven interne werkprocedures, Janssen Pharmaceutica Beerse Dierckx, P. (2004). Omgevingsverrijking, socialisatie/verzorging en trainingsprogramma voor honden. Onuitgegeven interne werkprocedures, Janssen Pharmaceutica Beerse Donaldson, J. (2005). Hondencultuur: Een revolutionair nieuw inzicht in de relatie mens ? hond. Amersfoort: Bloemendal Uitgevers bv. Fogle, B. (2003). Hondenvraagbak. Abcoude: Fontaine Uitgevers bv. Fuller, J. L., Scott, J.P. (1965). Dog Behaviour : The Genetic Basis. Chicago: The university of chicago. Giffroy, J.M. Cursus ethologie. Onuitgegeven cursus voor de 3de kandidatuur in veterinaire geneeskunde, Universitaire faculteiten Notre-Dame de la Paix Namen. Grandjean, D. (2001). Encyclopedie van de hond. Parijs: Aniwa Publishing. Lambrichts, V. (2005). De taal van je hond. Gevonden op 10 oktober 2005 op het internet: http://www.lambrichts.be/08_1VisueleTaal.htm Planta, D. J. U. (2000a). Gedragstest voor honden, mogelijkheden en beperkingen. Gevonden op 11 augustus 2006 op het internet: http://www.leonberger.nl/FSKevaluatie/artikelen/SympBelgischeDierengeneeskunde.PD Planta, D. J. U. (2000b). Wat is de MAG test? Gevonden op 11 augustus 2006 op het internet: http://www.mncn.nl/uitleg%20magtest.htm Sannen, E. (2004). Uw hond opvoeden zonder training (5 dr.). Warffum: Welzo Media Productions. Tielemans, S. (2006). Proefdierkunde. Onuitgegeven nota?s bij een cursus voor het derde jaar van de opleiding Dierenzorg-Dierenartsassistentie, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement Industrieel Ingenieur en Biotechnologie Geel. VDWEa. ZINA. Gevonden op 6 augustus 2006 op het internet: http://www.vdwe.info/Tektsen/Zina.htm VDWEb. Twee honden. Gevonden op 6 augustus 2006 op het internet: http://www.vdwe.info/Tektsen/FAQs.htm Van Thielen, J. (2004). Huisdieren: Gedragsontwikkeling pups. Onuitgegeven nota?s bij een cursus voor het eerste jaar van de opleiding Dierenzorg-Dierenartsassistentie, Katholieke Hogeschool Kempen, Departement Industrieel Ingenieur en Biotechnologie Geel.
|
Dierckx, Lieve
|
2006
|
| 37 |
KHK_ETD
|
PDF
|
Onderzoek aan het lichaam
Alles begint met een misdrijf. Bij een misdrijf worden er altijd sporen nagelaten. Zowel op het slachtoffer, de dader als op de plaats waar het misdrijf zich heeft voorgedaan, ook wel de "plaats delict" genoemd. In mijn thesis beperk ik m
...ij tot het onderzoek aan het lichaam in ruime zin, en derhalve beperk ik mij tot deze delicten waar er opzettelijk lichamelijke schade werd berokkend. (Doodslag, verkrachting,...). Een onderzoek aan het lichaam wordt gebruikt om referentiestalen te nemen; waarmee men de gevonden stalen of biologische sporen kan vergelijken, dit om meer uitsluitsel te geven. (Het soort van onderzoek dat men doorvoert is belangrijk om te weten welke procedureregels gelden.) In deze thesis behandel ik onderzoek aan het lichaam in ruime zin. Hieronder valt het onderzoek aan het lichaam in strikte zin (hoofdstuk 1), DNA (hoofdstuk 2), Lijkschouwing of autopsie (hoofdstuk 3), Vingerafdrukken (hoofdstuk 4) en de medische analyse (hoofdstuk 5). Tenslotte behandel ik een aantal grondrechten (hoofdstuk6) en eindig ik met een praktisch voorbeeld (hoofdstuk 7).
References | |